Ieder druppeltje olie tot op de laatste molecuul benutten

Shell-raffinaderij in Pernis

De raffinaderij maakt brandstoffen en chemische producten. En stoot zo miljoenen ton CO2 uit. Toch denkt Shell nog lang door te kunnen gaan. „Als het aan mij ligt, zitten we hier nog vijftig jaar.”

Shell-raffinaderij in Pernis. Directeur Van Winsen: „Wij zijn efficiënt. Als je hier de stekker eruit trekt, wordt er in Rusland veel meer CO2 uitgestoten.” Foto Rien Zilvold / NRC

Een groot stuk wilde natuur op de plaats waar nu de grootste raffinaderij van Europa staat? Voorstanders van een groene revolutie, zoals Greenpeace, zien de bomen al verrijzen op het 550 hectare grote terrein (ruim 800 voetbalvelden) van de Shell-raffinaderij in Pernis.

Maar dat is niet het scenario dat Shell zelf voor ogen staat. „Als het aan mij ligt, zitten we hier nog minstens vijftig jaar”, zegt directeur Jos van Winsen, op zijn werkkamer in het uit de jaren vijftig stammende hoofdkantoor van de raffinaderij. Shell Pernis is de grootste van de vijf raffinaderijen in Rotterdam, en een van de grootste ter wereld.

Van Winsen: „Dat is niet omdat we zo nodig door willen gaan, maar omdat we ervan overtuigd zijn dat er nog heel lang behoefte zal zijn aan olieproducten. Rotterdam is voor de productie daarvan een van de beste plaatsen ter wereld. We hebben de haven, we hebben een infrastructuur om restwarmte te gebruiken; in de toekomst kunnen we de CO2 mogelijk opslaan voor de kust. Het hele plaatje klopt hier. En Rotterdam is nou eenmaal een oliehaven.”

De vijf raffinaderijen in de Rotterdamse haven:

Met die olieproducten bedoelt Van Winsen niet zozeer brandstoffen. Door efficiëntere motoren en de opmars van elektrische auto’s neemt het brandstofverbruik in Europa met een paar procent per jaar af. Als brandstof is olie op den duur vervangbaar, denkt hij.

„Maar dat geldt niet hiervoor”, wijst Van Winsen op het kunststoffen blad van zijn bureau. Als grondstof voor de petrochemie blijft de olie volgens hem voorlopig onmisbaar op het complex in Pernis.

Restwarmte afvoeren

In Shell-termen betekent verduurzamen dan ook niet de boel sluiten. Het doel is verdergaan en zo min mogelijk CO2 uitstoten, zo efficiënt mogelijk werken, en restwarmte afvoeren naar tuinders en woongebieden zodat die geen gas hoeven te stoken.

Toen de eerste vaten meer dan honderd jaar geleden uit Nederlands-Indië in Rotterdam aankwamen werd olie alleen gebruikt voor verlichting in petroleumlampen. Eenvoudige verhitting van de ruwe olie was daarvoor voldoende. Restproducten werden weggegooid.

Op het terrein van Shell Pernis staan nu meer dan zestig fabrieken die van ruwe olie de meest uiteenlopende producten maken. Voor driekwart zijn dat brandstofproducten: benzine, diesel, kerosine, stookolie. Een kwart van de olie dient als basisstof voor de chemie. Er worden kunststoffen van gemaakt, cosmetica en medicijnen.

Shell-promotiefilm uit 2011, over Pernis:

Van Winsen: „Het gaat erom om zoveel mogelijk ‘potten en pannen’ te hebben om uit die laatste druppel olie nog waardevolle producten te maken”.

De raffinaderij telt zo’n tweeduizend vaste werknemers. Dagelijks komen er nog eens duizend man de poort binnen voor onderhoud, verbouwingen en nieuwe projecten.

De nieuwste fabriek, in aanbouw, is de Solvent Deasphalter. Een belangrijk deel van ieder vat olie eindigt nu als stookolie voor de scheepvaart. Met de nieuwe fabriek wil Shell meer lichte, hoogwaardige producten maken in plaats van stookolie.

Groen is het niet, wel maakt het de raffinaderij flexibeler. Dat versterkt de concurrentiepositie van Shell, meent Van Winsen. Ten opzichte van andere raffinaderijen in Europa – waar een overcapaciteit is van 20 procent – maar ook in Rusland en het Midden-Oosten.

Zolang er behoefte is aan basisstoffen voor de chemie, is een grote, complexe raffinaderij zoals Shell Pernis die zo efficiënt mogelijk werkt en zo min mogelijk CO2 uitstoot, volgens hem, „voor iedereen beter”. „Als je er hier de stekker uittrekt, gaan veel minder efficiënte raffinaderijen in Rusland meer produceren en wordt er veel meer CO2 uitgestoten.”

Doolhof van buizen

We rijden met de auto over het binnenterrein. Voor de leek is het complex een onoverzichtelijk doolhof van wegen, leidingen en buizen in onbegrijpelijke verbindingen. Voor de ingenieurs is het een uitgekiende opstelling van fabrieken die zoveel mogelijk van elkaar gebruik maken. De ene fabriek wordt gebruikt om de andere te voeden, de energie wordt, waar mogelijk, hergebruikt.

De warmte gaat naar woonwijken in Rotterdam, het is genoeg voor ongeveer 16.000 huishoudens

Om de efficiëntie verder te verhogen en energie te besparen, legt Shell nu ook een aansluiting aan op het warmtenet van de Rotterdamse haven. De warmte gaat naar woonwijken in Rotterdam, het is genoeg voor ongeveer 16.000 huishoudens.

Onder de streep betekent dit een energiebesparing van 1 procent. „Veel is dat niet”, geeft Van Winsen toe, „maar het is een goed begin”. De raffinaderij zoekt al jaren naar een nuttige toepassing voor haar restwarmte – warmte van rond de 100 graden die niet meer in de raffinaderij zelf kan worden gebruikt.

Op eigen houtje werd dat veel te duur. Nu, samen met het Havenbedrijf en het Warmtebedrijf, en onder druk van het Energieakkoord dat energie-intensieve bedrijven dwingt tot energiebesparing, lukt het wel. Het Havenbedrijf neemt de helft van de investering van 16 miljoen voor zijn rekening. Shell investeert 7 miljoen, de rest betaalt het Warmtebedrijf.

En dan moet er ook nog een netwerk komen om de CO2 af te voeren. Nu al heeft Shell een leiding lopen naar het Westland, waar tuinders het broeikasgas inzetten om hun planten sneller te laten groeien. Daar gaat een half miljoen ton heen van de ruim 4 miljoen ton die de raffinaderij uitstoot.

Ondanks enthousiaste plannen van het Havenbedrijf voor een geïntegreerd netwerk dat CO2 naar lege gasvelden op zee brengt, wil het nog niet vlotten met de aanleg daarvan. Om het netwerk te kunnen realiseren moet de prijs van CO2 per ton minstens vertienvoudigen, naar 50 tot 60 euro per ton.

Lees ook: Schuld en olieprijs drukken op Shell

Moordende concurrentie

De vraag naar brandstoffen neemt af, de maatschappelijke druk om groener te worden neemt toe. Veel financiële ruimte is er niet: in Noordwest-Europa staan te veel raffinaderijen, de concurrentie is moordend en de marges zijn klein.

Van Winsen verwacht dat veel raffinaderijen „om zullen vallen”. Het wordt een efficiëntieslag. „Vaak zie je dat simpele raffinaderijen, die minder verschillende producten maken, minder efficiënt zijn”. Hij wil geen namen noemen, maar het is geen geheim dat BP en ExxonMobil de complexere zijn, en Koch en Gunvor de simpelere. Als grootste en meest complexe heeft Shell Pernis de vlucht naar voren gekozen: ieder druppeltje olie tot op de laatste molecuul benutten.

    • Mark Duursma
    • Renée Postma