Huiver bij artsen voor nieuwe ‘voltooidlevenwet’

Laatste levensfase

Ook onder de huidige wetgeving kunnen veel mensen die „lijden aan het leven” worden geholpen, menen artsen. Bovendien weten we niet goed wat ouderen willen.

Foto: ANP / Martijn Beekman

Bart Schudel is al 35 jaar huisarts. Hij heeft een praktijk met zo’n drieduizend patiënten in Apeldoorn. Tegen oudere patiënten die tegen hem over euthanasie beginnen zegt hij altijd hetzelfde: „Als je echt niet meer kan, lichamelijk of psychisch, dan ben ik er voor je.” Hij heeft verschillende patiënten begeleid in een euthanasietraject.

Toch heeft Schudel nooit meegemaakt dat een oudere patiënt die nog echt gezond was, het leven wilde beëindigen. „Ik zie wel vaak oudere mensen die voor hun gevoel geen zinvol bestaan meer hebben. Als je doorvraagt hebben ze vaak best wat kwalen. En als dat zo is, komen ze eventueel in aanmerking voor euthanasie. Zo niet, dan proberen we er samen op een andere manier uit te komen. Vaak geeft het deze mensen al enorm veel rust als ik ze beloof te helpen, zodra ze écht niet meer willen.”

Woensdagavond bleek uit een rapport van artsenfederatie KNMG dat artsen geen wet willen die het mogelijk maakt gezonde mensen te helpen bij zelfdoding als zij hun leven voltooid achten. Meer dan 1.400 artsen leverden een bijdrage aan het rapport, dat recht ingaat tegen kabinetsplannen voor een dergelijke wet.

Dat kabinet besloot in oktober vorig jaar dat er een ‘voltooidlevenwet’ moest komen die de zelfgekozen dood van niet-zieke mensen zou faciliteren, onder toezicht van een stervensbegeleider. Anders dan in de bestaande euthanasiewet (2002) zou „ondraaglijk en uitzichtloos” lijden niet meer het criterium vormen voor euthanasie. Ook zou er niet meer per se een arts betrokken hoeven zijn. In het rapport staat dat het onderscheid tussen ‘gezonde’ en ‘zieke’ mensen met een doodswens „geen recht doet aan de werkelijkheid en ervaring van burgers en artsen”.

Er is vrijwel altijd een medische grondslag te ontdekken

Amnon Weinberg is specialist ouderengeneeskunde bij de Rivas zorggroep in Gorinchem. Hij werkt al ruim dertig jaar in de ouderenzorg. Weinberg vertelt dat „lijden aan het leven” in zijn werk „dagelijkse kost” is. Toch heeft ook hij nooit een patiënt gehad die gezond was, maar toch het leven als voltooid beschouwde. „Er is vrijwel altijd een medische grondslag te ontdekken”, zegt Weinberg. „Lichamelijke kwalen, psychische problemen, een stapeling van klachten zoals doof- en blindheid. Mensen met dit soort klachten kunnen onder de bestaande wetgeving worden geholpen.”

Lees ook het commentaar van NRC: Negatief advies KNMG weegt zwaar, maar kent beperkte medische blik

Onduidelijkheid

Strudel en Weinberg hebben er allebei grote moeite mee dat het onduidelijk is hoeveel mensen precies onder de voltooidlevenwet zouden vallen als die werd ingevoerd, terwijl ze niet onder de huidige euthanasiewet geholpen zouden kunnen worden. Net als veel artsen die in het rapport van de KNMG aan het woord komen, hebben zij zelf namelijk nooit zo’n situatie meegemaakt.

Weinberg: „Ik erger me eigenlijk aan deze discussie. In mijn ogen hebben we in Nederland nog helemaal niet goed bedacht hoe we willen omgaan met ouderdom. We moeten veel eerder het gesprek met ouderen aangaan over hun wensen in de laatste levensfase. Laten we daar eerst aandacht aan besteden, en het niet steeds over het voltooid leven hebben.”

„Ik vraag mij af hoeveel mensen die niet onder de euthanasiewetgeving geholpen kunnen worden, echt dood willen”, zegt huisarts Schudel. „We moeten die groep eerst definiëren. Het kabinet komt nu met een oplossing, terwijl we het probleem niet eens goed kennen.”

Weinberg vindt dat er meer gesproken moet worden over een prettiger leven voor ouderen met beperkingen. „Hoe vangen we eenzaamheid op? Kunnen we het leven nog betekenis geven? Ik denk dat we daar nog grote stappen in kunnen zetten.” Bovendien, zegt Weinberg, zijn er meer mogelijkheden dan euthanasie. Bijvoorbeeld mensen uit hun eenzaamheid halen. Alleen zijn artsen vaak niet goed opgeleid om ouderen in hun laatste levensfase bij te staan.

Jaarlijks krijgen zo’n 5.500 mensen euthanasie. In 2015, volgens de meest recente cijfers, waren er bijna 200 mensen die dat kregen omdat ze een ‘stapeling van ouderdomsklachten’ hadden. Schudel: „Het is onze taak mensen zo goed te leren kennen en naar ze te luisteren, dat we kunnen inschatten of hun kwalen – ook al zijn dat er weinig – voor hen voldoende zijn om tot euthanasie over te gaan. Die praktijk is zorgvuldig, die moeten we koesteren.”

    • Enzo van Steenbergen