Opinie

    • Frits Abrahams

Het dodenrijk van de krant

Zou u het prettig vinden als er over u een stukje in de krant verschijnt zodra u gestorven bent? Het is misschien in uw geval een wel erg voorbarige vraag, en u hoeft er dan ook niet op te antwoorden. Maar ik moet er wel op wijzen dat elke krant ernaar streeft een in memoriam van een bekende persoon zo snel mogelijk te publiceren.

De praktijk is dat veel kranten een voorraadje necrologieën hebben aangelegd van mensen die op de nominatie staan – ik druk me zo terughoudend mogelijk uit – om te sterven. Ik heb er weleens een lijstje van gezien, maar om teleurstellingen te voorkomen zal ik daar niet over uitweiden.

Omdat de media door de digitale ontwikkelingen steeds sneller moeten reageren, is ook de werkdruk toegenomen voor de redacteur die over de in memoriams gaat. Vroeger kon hij soms nog een halve dag boven zijn laptop of typemachine (grijs verleden) rouwen, tegenwoordig kan hij niet snel genoeg met een hopelijk doorwrochte necrologie afkomen.

The New York Times is befaamd om zijn snelle en zorgvuldige in memoriams. Er verschijnen er elke week wel een stuk of drie op een prominente plek in de krant. Als er te veel op dezelfde dag is gestorven, wordt het voor de doden zelfs dringen. De krant gunde ons deze week een kijkje in zijn dodenrijk. Ze hebben 1.700 necrologieën in hun systeem, wat de verantwoordelijke redacteur, Bill McDonald, nog te weinig vindt. „Ik ga soms slapen met de vraag wie ons die nacht kan verrassen.”

Veel van deze artikelen zitten jaren in het vat. Bij rocklegende Chuck Berry was dat al tien jaar het geval – Chuck wilde maar niet de pijp uitgaan. The New Yorker heeft ooit een cartoon gepubliceerd waarop een stokoude man op een receptie aan iemand wordt voorgesteld met de woorden: „Meneer Stephenson is het onderwerp van een algemeen verwacht in memoriam.”

Het komt soms voor dat de schrijver van zo’n in memoriam eerder overlijdt dan zijn betreurde beroemdheid. Het leven kan hard zijn, maar de dood is altijd harder.

Bij de NYT wordt veel tijd besteed aan het updaten van de necrologie, noodzakelijk bij iemand die nog jaren verder leeft. In het geval van de onlangs overleden columnist Jimmy Breslin betekende dit dat Dan Barry, die al in 2011 Breslins necrologie schreef, al die jaren erna contact hield met diens echtgenote. Of Breslin dit ook wist? Barry denkt van wel.

Dit opent huiveringwekkende vooruitzichten. Je bent een beroemdheid van half in de zeventig en je denkt optimistisch nog de nodige jaartjes mee te kunnen. Wat je niet goed begrijpt is dat je vrouw de laatste tijd zo vaak indringend vraagt: „Wat zit je toch steeds op je werkkamer te doen? Ben je bepaalde plannen aan het uitwerken of ben je bezig aan een boek en hoe gaat het heten?”

Na elk bezoek aan een arts hoor je je vrouw in een andere kamer zachtjes telefoneren. Soms gaat ze plompverloren voor je zitten en vraagt: „Zeg me nou eens wat je de laatste tijd bezighoudt. Ben je nog steeds zo bang voor de dood of heb je je er inmiddels wel bij neergelegd?” Of ze wil dat je diep in een verleden duikt dat je liever wilde vergeten: „Is die vrouw die jou chanteerde nou wel of niet officieel veroordeeld?”

Of, nog erger: „Welke kop zou je het liefst boven je in memoriam hebben?”

    • Frits Abrahams