Opinie

EU Brexit mag geen vechtscheiding worden

De klok loopt. Vanaf woensdag 29 maart 2017 hebben het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie 2 jaar de tijd om een relatie van maar liefst veertig jaar ongedaan te maken.

De klok loopt. Vanaf woensdag 29 maart 2017 hebben het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie 2 jaar de tijd om een relatie van maar liefst veertig jaar ongedaan te maken. Deze woensdag verwacht de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, de officiële mededeling van de Britse premier Theresa May waarin het Verenigd Koninkrijk Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon activeert.

In vijf korte alinea’s regelt het artikel dat een land de EU kan verlaten. Geschreven werd het door een Britse diplomaat, bij wie het nooit opkwam dat zijn eigen land er gebruik van zou maken. Het artikel was bedoeld voor het onverhoopte geval dat een Europese democratie zou afglijden naar een dictatuur en niet meer zou passen in een verband dat democratie en mensenrechten huldigt. Dat een volwassen democratie uit teleurstelling zou vertrekken, was niet voorzien.

De Artikel 50-brief van May markeert het einde van een historische fase in de Europese eenwording en is tevens het startschot voor een nieuw begin. De Europese Unie wordt voor het eerst kleiner, in plaats van groter. En niet zo’n beetje kleiner ook. Het VK is weliswaar maar 1 van 28, maar het is een Europese grootmacht: handelsnatie met grootse historie, vetomacht in de VN, een serieuze defensiemacht met nucleaire wapens, een cultureel powerhouse, en een centrum van eminente wetenschappers.

Lees ook: Hij is het oliemannetje voor de Brexit

Het Verenigd Koninkrijk gaat solo verder. De meerderheid van de Britten heeft hooggespannen verwachtingen van de herwonnen soevereiniteit. Een belangrijke minderheid vreest een eenzaam bestaan in een gure wereld. De EU gaat verder met 27, verzwakt door het verlies van een belangrijke, maar altijd vreselijk lastige partner en in de wetenschap dat lidmaatschap niet vanzelfsprekend is.

Tussen het aanroepen van Artikel 50 en het daadwerkelijke afscheid ligt een onderhandelingsspel, waarvan de dynamiek zich nauwelijks laat voorspellen. Duidelijk is wel dat de belangen van EU en VK lijnrecht tegenover elkaar staan. De Britse onderhandelaars willen een afscheid waaruit duidelijk blijkt dat het land buiten de Unie beter af is dan binnen de Unie. De Europese onderhandelaars willen een afscheid waaruit het tegenovergestelde blijkt: dat het leven buiten de Unie slechter is dan binnen de Unie.

De onderhandelingen bestaan uit twee componenten. Het VK en EU moeten een boedelscheiding overeenkomen. En er moet overeenstemming worden bereikt over de aard van de toekomstige relatie.

Lees ook: De rebelse tegenstanders van Brexit knokken door

De belangen zijn groot, de complexiteit is mind-boggling. Er is bijvoorbeeld wel uitgerekend dat het VK om te beginnen eens 60 miljard aan de EU moet betalen om verplichtingen af te kopen. Het eerste meningsverschil is er ook al en gaat over de procedure. De EU wil eerst een boedelscheiding en dan kijken naar de toekomst. Het VK wil gelijktijdig onderhandelen over verleden én toekomst, in de hoop dossiers tegen elkaar uit te ruilen en lidstaten die uiteenlopende belangen hebben, tegen elkaar uit te spelen.

Hoe dan ook moeten de onderhandelingen zakelijk verlopen. Er is geen enkele reden om het VK een afscheidscadeau te geven. Anderzijds moeten de EU-onderhandelaars onder ogen zien dat het VK een Europees land blijft, geografisch nabij, onmisbaar als moreel en militair verdediger van de liberale internationale orde. Voor handelsland Nederland telt bovendien bijzonder zwaar dat het VK ook na maart 2019 een eminente handelspartner moet blijven. De EU moet daarom hard onderhandelen, maar niet hardvochtig.