Recensie

Er zit nog leven in de zombiefilm

Regisseur Yeon Sang-ho gebruikt het zombiegenre vooral om milde maatschappijkritiek te geven. Train to Busan is kundig gemaakt en met veel humor doorspekt.

Dat er nog leven zit in de zombiefilm bewijst Train to Busan, een enorme hit in thuisland Zuid-Korea. Als een mysterieus virus ontsnapt uit een biotechnologisch bedrijf, wordt Korea al snel overspoeld door horden zombies. De overlevenden stappen in de hogesnelheidstrein richting de enige metropool waar het nog pluis schijnt te zijn. Eén zombie weet nog net in de trein te springen, dus lang zijn ze niet veilig.

Net als George A. Romero in zijn zombiecyclus Night of the Living Dead (1968), die de status van klassieker heeft, gebruikt regisseur-scenarist Yeon Sang-ho het zombiegenre vooral om milde maatschappijkritiek te geven. Zo wordt hoofdpersoon Seok-woo, een amorele, gevoelsarme fondsenbeheerder die zijn van hem vervreemde dochter naar haar moeder brengt, expliciet gelijkgesteld aan een bloedzuiger. Hij aast immers op het kapitaal van de hardwerkende Koreaan.

De leugenachtige overheid komt er evenmin goed van af, maar het kundig gemaakte en met veel humor doorspekte Train to Busan richt zijn pijlen vooral op het groepje overlevenden dat uit eigenbelang een andere groep uitsluit door de coupédeur dicht te binden met stropdassen, symbool van nietsontziend kapitalisme. Hun zelfverklaarde leider roept: „Zij zijn besmet.” Al weet hij dat dit niet waar is. Met hem kan het dus niet goed aflopen.