Critici noemen expositie over Zuid-Afrika in het Rijksmuseum ‘gemiste kans’

Bij de totstandkoming van de tentoonstelling zijn te weinig zwarte, Zuid-Afrikaanse curatoren betrokken, vinden Nick Shepherd en Christian Ernsten. Ook gaat de tentoonstelling te veel over het verleden.

De tentoonstelling Goede Hoop: Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 in het Rijksmuseum. De tentoonstelling gaat over de 400 jarige geschiedenis tussen beide landen. Foto Remko de Waal/ANP

De tentoonstelling Goede Hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 in het Rijksmuseum is een gemiste kans. Er zijn te weinig zwarte, Zuid-Afrikaanse curatoren bij betrokken. Ook gaat de tentoonstelling te veel over het verleden, terwijl het land juist permanent wordt „achtervolgd door onafgehandelde kwesties en het gewicht van de eigen geschiedenis”.

Dat schrijven Nick Shepherd en Christian Ernsten in NRC. Ze zijn respectievelijk hoogleraar Archeologie en Erfgoed Studies in Kaapstad en docent aan de Reinwardt Academie in Amsterdam.

Lees het opiniestuk: Goede Hoop na #RhodesMustFall

Shepherd en Ernsten zagen veel moois op de tentoonstelling, schrijven ze, „dus waarom wandelen we na het zien van de tentoonstelling toch naar buiten met het gevoel dat dit een gemiste kans is?”

Hun verklaring: „Tien jaar geleden zou deze expositie wellicht geslaagd zijn geweest. Maar in de laatste paar jaar is Zuid-Afrika veranderd, en die veranderingen hebben alles te maken met vragen rond (de representatie van) de geschiedenis.” De twee noemen dit het tijdperk van de „post-post-apartheid”.

Een belangrijke rol in de overgang naar dit nieuwe tijdperk speelt de door studenten geleide #RhodesMustFall-beweging. „De studenten leggen de nadruk juist op erfgoed als zaken die voortleven”, zoals eurocentrisme, een oververtegenwoordiging van blanke wetenschappers en een institutionele cultuur die ook blank is. De tentoonstelling daarentegen concentreert zich op opeenvolgende periodes uit het verleden en op historische sleutelfiguren.

Het tweede punt van de studentenkritiek richt zich op het perspectief van waaruit de geschiedenis wordt verteld, zij trekken „de betekenis van een blanke blik op zwarte geschiedenissen in twijfel”. Shepherd en Ernsten noemen het in dit licht „bedenkelijk” dat de expositie is samengesteld „met nauwelijks Zuid-Afrikaanse – en met name zwarte Zuid-Afrikaanse – curatoren, wetenschappers en kunstenaars als co-producenten”. C8-9:

    • Gretha Pama