Opinie

Brexit op basis van leugens, manipulatie en racistisch gehits

Vandaag begint de Britse premier de exitprocedure van haar land uit de EU. Dat besluit viel op basis van leugens, zelfbedrog, valse beloftes en manipulatie, schrijft

Illustratie Hajo

Al jaren is Keep calm and carry on in heel Europa een hit. Het staat op posters, mokken en t-shirts, zowel de originele tekst die in 1939 werd verspreid om de Britse bevolking voor te bereiden op oorlog en bombardementen, als tal van vaak erg grappige varianten.

Deze populariteit is begrijpelijk want de twee belangrijkste positieve stereotypen van Britten komen erin samen: een taai, tolerant en liberaal eilandvolk dat als enige Europese grootmacht als winnaar uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn kwam. Een eilandvolk ook dat altijd ongevoelig wist te blijven voor de romantische en totalitaire fantasieën die op het Europese continent zoveel schade aanrichtten – van Franse Revolutie tot communisme en nazisme.

Zo zien de Britten zichzelf graag en dankzij hun ijzersterke pr zien ook veel Europeanen hen zo. Maar wanneer, zoals aangekondigd, Groot-Brittannië op 29 maart ‘artikel 50’ in werking stelt en daarmee het vertrek uit de Europese Unie officieel in gang zet, blaast het land daarmee eigenhandig dit positieve stereotype op. Het probleem is niet Brexit, want er zijn best goede redenen te geven om de EU vaarwel te zeggen. Het probleem is dat deze goede redenen een verwaarloosbare rol speelden in de campagne. Deze Brexit vindt plaats op basis van leugens, zelfbedrog, valse beloftes, manipulatie en nauwelijks verhuld racistisch gehits. Om het nog veel en veel erger te maken: het Brexit-kamp heeft geen idee waar het mee bezig is. Ze zijn niet kalm, en ze doen maar wat.

Dit is een historisch moment. Met Brexit in deze vorm maakt Groot-Brittannië een ware sprong in het duister. Zo moet de rest van Europa niet alleen afscheid nemen van een EU-lidstaat, het moet ook van het idee af dat de buren aan de andere kant van Het Kanaal en de Noordzee nog rationeel en daarmee voorspelbaar zijn.

Volg hier de laatste ontwikkelingen Liveblog: Brexit gaat officieel van start

De Britse schrijver Martin Amis heeft eens geschreven dat zijn land het verlies van het Empire heeft verwerkt door de „frivoliteit te omarmen”. Het is een prachtige understatement voor de wijze waarop Groot-Brittannië tot een EU-referendum besloot, hoe vervolgens de campagne werd gevoerd, de nasleep plaatsvond en hoe ten slotte de daaropvolgende negen maanden zijn gebruikt.

Overzie het geheel en duidelijk wordt: dit is niet langer een serieus land. Het begon al met de beslissing tot een referendum. Er zijn sterke aanwijzingen dat toenmalig premier David Cameron helemaal niet verwachtte ooit daadwerkelijk een referendum te houden. Hij dacht namelijk na de verkiezingen weer in een coalitie te komen met de Liberal Democrats. Die partij was mordicus tegen een referendum. Aldus dacht Cameron twee vliegen in een klap te slaan: hij stelde de EU-haters in zijn partij tijdelijk buiten gevecht, en zou dan tijdens de coalitieonderhandelingen die belofte van een referendum ruilen voor een concessie van de ‘LibDems’.

Het leek geniale tactiek maar Cameron onderschatte zijn eigen populariteit: bij de verkiezingen van 2015 won zijn partij een absolute meerderheid en toen zat hij aan zijn belofte vast. Vervolgens nam Cameron de mogelijkheid van verlies bij het referendum pas veel te laat serieus. Minder bekend is dat hij ook de EU zelf veel te laat serieus ging nemen. Dit citaat van zijn naaste medewerker Korski in een terugblik op het fiasco zegt alles: „In eerste instantie zag David Cameron de EU als een wat merkwaardige organisatie, een van de vele waar het land lid van was.”

Cameron voerde een lusteloze campagne vol overdrijvingen, en hij legde het compleet af tegen de schaamteloze leugens en valse beloftes van het Leave-kamp. Ook hier is weer de vraag: hoe kun je als serieus land zo’n belangrijk onderwerp op zo’n onverantwoorde manier aan kiezers voorleggen?

Lees ook: Dit verhaal over de Brexit-onderhandelingen Praten over een pijnlijke scheiding

Het Leave-kamp deed het voorkomen alsof het EU-lidmaatschap Groot-Brittannië netto 350 miljoen pond per week kost en vroeg in folders, op een door het land rondrijdende bus en in speciaal voor Facebook vervaardigde filmpjes: kunnen we dat niet veel beter aan de zorg besteden? Een ander filmpje stelde onverbloemd dat Turkije, Albanië, Macedonië, Montenegro en Servië op het punt stonden bij de EU te komen en dat ook dit „nog meer druk op de zorg zal zetten”. EU-hater van het eerste uur Nigel Farage van de UKIP-partij kwam hier nog overheen met een poster vol vluchtelingen en de tekst Breekpunt.

Pas tijdens de verkiezingscampagne van Donald Trump kwamen de termen ‘fake-news’ en ‘alternatieve feiten’ in zwang. Maar de Brexit-campagne stond er al bol van, en anders dan Trump herriep het Leavekamp binnen 24 uur na de uitslag de belangrijkste belofte. Die 350 miljoen pond voor de zorg was slechts een „aspiratie” geweest. Het Leavekamp bleek ook geen plan te hebben voor na de overwinning, dat was namelijk „de taak voor de regering”. Die regering trad echter af waarop het Leave-kamp uiteen viel. Daarop zag Theresa May haar kans schoon en zo wordt Groot-Brittannië nu uit de EU geloodst door een premier die zelf voor ‘blijven’ stemde.

May maakte de prominente Brexiteer en oud-burgemeester van Londen Boris Johnson minister van Buitenlandse Zaken. Een van diens eerste reizen was naar Turkije waar hij op een persconferentie eerst de kwaliteit van Turkse wasmachines prees („ik heb er zelf een”) en toen Turkije op het hart drukte dat Groot-Brittannië alles in het werk ging stellen om het land te helpen bij… toetreding tot de EU. Dit is dezelfde Boris Johnson over wie de aanwijzingen steeds sterker worden dat hij Brexit niet steunde omdat hij uit de EU wilde, maar omdat hij geloofde na een eervol verlies bij het referendum de beste kansen te hebben om David Cameron op te volgen. Alleen had net als eerder Cameron ook Johnson de populariteit van zijn kamp onderschat.

Dat viel dus even tegen en zo bleven de misrekeningen komen. Het Leave-kamp voerde campagne met de belofte dat Groot-Brittannië natuurlijk lid zou blijven van de single market ofwel interne Europese markt. Steeds luidere waarschuwingen uit Brussel dat de EU hier niet in zou trappen werden weggewuifd en in de campagne verder simpelweg genegeerd. Inmiddels is duidelijk dat Groot-Brittannië keihard de interne markt uitvalt. De status van drie miljoen EU-burgers in het land is totaal onduidelijk, net als die van een miljoen Britten in de EU. De luchtvaartindustrie staat op losse schroeven, de nucleaire industrie, de financiële sector. Niettemin roept de Britse regering nu stoer: „Geen overeenkomst met de EU is beter dan een slechte overeenkomst.”

Laatst werd de speciale minister voor Brexit, David Davis, hierover in het parlement ondervraagd: had hij de gevolgen voor Groot-Brittannië van „geen overeenkomst” laten doorrekenen of uitzoeken? Het antwoord: nee. Op eenzelfde manier is niet nagedacht, laat staan gepland, over een mogelijke uittreding van Schotland, en de gevolgen voor het vredesproces in Noord-Ierland van een ‘harde grens’ met EU-lidstaat Ierland.

Brexit ging ook over herstel van soevereiniteit: het Britse parlement moest weer het laatste woord hebben. Maar toen advocaten via het Hooggerechtshof probeerden af te dwingen dat het Britse parlement zeggenschap zou krijgen over Brexit zelf, ontplofte het Brexit-kamp. EU-hater Farrage dreigde met een opstand. De foto’s van de drie opperrechters verschenen op de voorpagina van de even invloedrijke als grote Daily Mail, met de tekst „vijanden van het volk”. De grootste krant van het land, The Sun, herinnerde de lezers eraan dat een van de opperrechters „openlijk homoseksueel” is.

Zo diep is het land waar de rule of law zo ongeveer is uitgevonden gezonken, en premier Theresa May wakkert dit vuurtje eerder aan dan dat ze het blust. Hoe dan ook heeft ze haar bevolking in de verste verte niet voorbereid op het gegeven dat haar eisen aan de EU irrationeel zijn: ze wil onderdeel blijven van een interne markt, maar wil niet langer het gezag erkennen van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat recht spreekt over die markt. Zeker zo belangrijk is dat de interne Europese markt veranderd is in één grote economie waar bedrijven in heel Europa intensief samenwerken. In de auto-industrie bijvoorbeeld gaan onderdelen en halffabrikaten soms wel vijf of zes keer heen en weer tussen landen voordat ergens in de EU de uiteindelijke auto wordt afgeleverd. De EU gaat allang niet meer alleen over handel zonder barrières; het gaat nu ook over productie zonder barrières. Hierbij is het vrij verkeer van personen en goederen essentieel.

Groot-Brittannië wil nu barrières opwerpen voor dat vrije verkeer, maar integraal onderdeel blijven van de productieketens. Deze eis is onrealistisch, letterlijk, want hij is logisch niet in te willigen. Nog los van de vraag waarom de EU zou toestaan dat de Britten hun lidmaatschap van de club opzeggen maar alle faciliteiten gewoon blijven gebruiken. Ook hierop heeft May nagelaten haar burgers voor te bereiden, zodat bijvoorbeeld deze herfst de EU-correspondent van de zeer pro-Brexit Daily Telegraph zich genoodzaakte voelde tot een opiniestuk in zijn eigen krant met de boodschap: „We moeten beseffen dat de Europeanen ook belangen hebben.” Zo ver liggen de Britten nu af van de Europeanen; het is simpelweg ondenkbaar dat in Die Welt of Le Figaro de EU-correspondent het nodig zou vinden de eigen lezers eraan te herinneren dat de Britten ook belangen hebben.

De Brexiteers are making it up as they go along, zoals dit zo mooi heet in het Engels. De Labourpartij is alleen met zichzelf bezig; premier May was eigenlijk tegen Brexit en heeft geen eigen mandaat. Ze volgde immers Cameron op zonder landelijke verkiezingen. Diplomaten die haar waarschuwden voor de dreigende chaos zijn ontslagen of op een zijspoor gezet wegens „pessimisme”.

De afgelopen maanden is vaak de parallel getrokken tussen Brexit en de Irak-oorlog veertien jaar eerder. Inderdaad zijn beiden ‘verkocht’ met leugens en manipulaties, terwijl sceptici werden aangevallen als onpatriottisch of defaitistisch. Maar de vergelijking gaat veel dieper. Wanneer Irak nu was omgebouwd tot een florerende en stabiele democratie had niemand het nog over die leugens. Maar de Amerikanen en Britten trokken in 2003 Irak binnen zonder enige serieuze planning vooraf. Zo ontstond de puinhoop die in een rechte lijn leidde tot de oprichting van de terreurbeweging IS.

Op net zo roekeloze wijze vaart Groot-Brittannië nu blind van de EU weg. In Irak betaalde de bevolking de prijs. Nu zullen het de Europeanen zijn in Groot-Brittannië, de Britten in de EU en bovenal: de arme sukkels die met hun stem voor Brexit dachten iets goeds te doen voor hun land en zichzelf. Het wordt spannend hoe ‘kalm’ deze mensen zullen blijven wanneer zij er straks achter komen hoezeer ze zijn belazerd.