Bekvechten over het ras van een robot

Scarlett Johansson krijgt de wind van voren omdat ze in ‘Ghost in the Shell’ een Aziatische rol zou ‘witwassen’. Maar is majoor Kusanagi wel Aziatisch?

Er zijn twee kwesties die Scarlett Johansson (32) liever uit de weg gaat bij de promotie van blockbuster Ghost in the Shell: de vechtscheiding van haar echtgenoot Romain Dauriac en ‘whitewashing’.

De actrice is al sinds oktober 2014 in het defensief, toen ze werd gecast voor de hoofdrol van majoor Motoko Kusanagi. Door dit Aziatische personage ‘wit te wassen’ pikt zij een baantje in van een toch al onzichtbare minderheid in Hollywood, luidt het verwijt.

Op zich is Johansson ideaal voor de rol van robot met een mensenbrein. Om zo’n peperdure blockbuster als Ghost in the Shell gefinancierd te krijgen, is een ster van haar kaliber pure noodzaak. Zeker bij deze sprong in het diepe: bizarre sciencefiction, gebaseerd op een visionaire, maar cerebrale Japanse cult-anime uit 1995. Johansson bezit de juiste cyberpunk-vibe voor hardcore fans. Ze heeft iets met on- en bovenmenselijke rollen: zo speelde ze recentelijk in zes films een superheld (Black Widow en Silken Floss) en was ze voorts halfgod (Lucy), algoritme (Her), alien (Under the Skin), wurgslang (The Jungle Book) en stekelvarken (Sing).

Lees ook de recensie van Ghost in the Shell: Sciencefiction vol holy shit-momenten

Baantjespikker

Maar dan rekende Paramount buiten de Aziatisch-Amerikaanse gemeenschap, ontwaakt door het kabaal rond #OscarsSoWhite. Zwart Amerika eiste (nog) meer Oscars en nominaties, maar sluit Hollywood niet eerder Aziaten uit? Zo belandde ‘baantjespikker’ Johansson in het kruisvuur van de identiteitspolitiek. Na het rumoer rond haar casting volgde een tweede Twitterstorm in april 2016, toen haar eerste foto’s als majoor Kusanagi werden vrijgegeven. Extra brandstof bood het – door Paramount weersproken – gerucht dat Lola VFX, specialist in digitaal ‘beauty work’, software ontwikkelde om Johansson subtiele Aziatische trekjes te geven. Dat zou ‘yellowface’ zijn, het Aziatisch schminken van blanke acteurs dat pas in de jaren tachtig taboe werd in Hollywood.

Vorig jaar werd Doctor Strange ook al beschuldigd van whitewashing van een Aziatisch karakter.

Inmiddels tekenden al 105.000 mensen een internetpetitie om Johansson te ontslaan. Het is een strijd die niet valt te winnen: de vrome woorden die de actrice in februari in Marie Claire sprak over het belang van etnische diversiteit en sterke vrouwenrollen brandmerkten haar slechts als blanke elitefeminist.

Scandinavische bodybuilder

Maar is majoor Kusanagi eigenlijk wel Japans? In Japan zelf is men nogal verbaasd over de opwinding van Aziatisch Amerika over het ras van een robot. Ghost in the Shell gaat over een toekomst waar mensen zich stukje bij beetje ‘verbeteren’ tot cyborgs. De majoor is volledig omgebouwd; met haar blauwe ogen, brede schouders en forse borsten heeft ze sterk Europese trekken. Haar vertrouweling Batou, half man, half machine, oogt als een Scandinavische bodybuilder. Hoe minder protheses, hoe Aziatischer de personages eruitzien: zie de ‘principieel organische’ agent Togusa.

Een interessante parallel met de helden van Japanse manga (strips) en anime (animatie) in het algemeen: die zien er met hun kinderlijke trekken en Bambi-ogen vaak ook erg ‘blank’ uit. Animefans ontkennen op internet met grote hartstocht dat zulks wijst op een stiekem blank schoonheidsideaal onder Japanners.

Maar vóór de Tweede Wereldoorlog tekenden Japanners zichzelf wel als Aziaten. Dat veranderde door Osamu Tezuka, de vader van de moderne manga en anime. Als Disneyfan gaf hij zijn helden ronde ogen, wat zowel kawaii (snoezig) als goed voor de export naar de VS was: daar stonden Japanse gelaatstrekken voor wreed en onbetrouwbaar. Tezuka’s doorbraak was in 1952 met Astro Boy, net als majoor Kusanagi een robot met emoties. En beide zijn in zekere zin Japans-Amerikaanse hybriden.

Aziaten spelen een te marginale rol in Hollywood, dat klopt. Maar Scarlett Johansson wast majoor Motoko Kusanagi niet wit. Dat was de majoor al een beetje.

    • Coen van Zwol