Opinie

    • Christiaan Weijts

Sjoemelschrijfgerei

Hoe beroerd het ook gaat met de literatuur, op het Boekenbal lachte iedereen. Terugkerend onderwerp van hilariteit was een nieuwtje uit deze krant. Bij WPG-uitgevers gaan ze algoritmes op boeken loslaten. Die kunnen de ‘worstsellers’ eruit filteren. „Straks schrijft dat algoritme onze boeken zelf.” „Kunnen wij intussen bier drinken.”

Onder dat ginnegappen proefde ik een vage angst: de meesten van ons wisten maar al te goed dat we niet tot die tien procent winstgevende schrijvers behoren, maar wel tot het clubje dat blij mag zijn überhaupt een handjevol recensies te oogsten.

Bij Atlas Contact schijnen auteurs nu zelf te kunnen inloggen en hun actuele verkoopcijfers raadplegen. Ik heb met ze te doen. Zelf heb ik nog altijd geen gezonde houding gevonden tegenover het big board van deze krant, dat real time je leescijfers weergeeft. Iets publiceren betekent steeds meer: een gooi doen naar succes, hopen dat het aanslaat, viral gaat, een bestseller wordt. Vanavond zitten er weer tientallen schrijvers zwetend voor de buis: het DWDD-boekenpanel slingert weer een boek de bestsellerlijst in.

Het laatste DWDD-kroonboek heb ik trouwens gekocht. Homo deus van Yuval Noah Harari. Tegen het einde filosofeert Harari over e-readers die nu al ons leesgedrag bijhouden. Als die biometrische sensoren krijgen, kan Amazon ‘met griezelige precisie boeken voor je uitkiezen’: ‘Nog even en boeken lezen jou terwijl jij ze aan het lezen bent.’

Griezelig inderdaad, maar is onze smetangst voor zulke technologie niet overtrokken? Want weet u, ik ben eigenlijk best nieuwsgierig naar uw hartslag, bloeddruk en gezichtsuitdrukking op dit moment. Wie schrijft wil iets teweegbrengen. De meeste schrijvers testen hun manuscripten al bij proeflezers, vrienden en redacteuren. Die wijzen op zinsconstructies die hinderlijk vaak voorkomen, op een ontknoping die te snel of te traag komt, saaie uitweidingen, foutieve tijdsprongen, enzovoorts. Straks detecteren big data en algoritmen dat doeltreffender. Waarom niet?

Nou, omdat het indruist tegen de romantische mythe van het scheppend genie. Het is sjoemelschrijfgerei, literaire doping. Maar de techniek gaat creatieve processen heus niet overnemen. Ik gebruik al synoniemenlijsten, spellingcheckers, ik teken schema’s uit op ruitjesvellen. Als software straks meet of een beoogde spanningsopbouw werkt, mogelijke plotlijnen uitstippelt, of conflicten doordenkt, dan zal ik dat op dezelfde manier gebruiken: als suggesties.

Harry Mulisch beweerde altijd dat ‘alleen onechte schrijvers op computers werkten’, totdat hij er zelf rechtstreeks op ging schrijven en inzag dat het niet de opvolger was van de typemachine maar juist van de vulpen: ‘een revolutionaire quantumsprong.’

Alleen onechte schrijvers gebruiken straks algoritmen. Totdat ze inzien dat die de opvolger zijn van de vulpen.

Christiaan Weijts vervangt vandaag Tom-Jan Meeus.
    • Christiaan Weijts