Met ‘Kathy’ sterft de oude spil van de anti-apartheidsstrijd

Ahmed Kathrada (1929-2017). Met zijn beste vriend Nelson Mandela zat hij 26 jaar lang vast in de gevangenis. Na zijn vrijlating vermeed hij de schijnwerpers. Slechts een keer haalde hij uit.

Foto AP

Toen Ahmed Kathrada in oktober 1989 na 26 jaar gevangenschap het nieuws ontving dat een fax onderweg was naar zijn gevangenis waarop zijn vrijlating werd aangekondigd was zijn antwoord naar verluidt: „Wat is een fax?”

Met het overlijden van Kathrada, ‘Kathy’ voor intimi, stierf dinsdagochtend de spil van de stokoude generatie ANC’ers die bijna drie decennia van de wereld waren afgesloten nadat ze in 1964 wegens hoogverraad tot levenslang waren veroordeeld door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Kathrada hoorde in het rijtje namen die de geschiedenis van Zuid-Afrika bepaalden: Nelson Mandela, Walter Sisulu, Govan Mbeki en anderen.

Die gevangenis liet hem na zijn vrijlating niet meer los. In het boek Letters from Robben Island bekent hij dat hij in vrijheid bleef vasthouden aan het ritueel van opstaan om vijf uur ’s ochtends en douchen met koud water. Net als Nelson Mandela. Van de 26 jaar in de gevangenis bracht hij 18 jaar door op Robbeneiland. In een interview met de Zuid-Afrikaanse journaliste Ranjeni Munusamy van de online krant Daily Maverick dagdroomde hij jaren later over een klein huisje op het eiland, dat hij af en toe kon bezoeken. „Ik houd van de stilte en de rust daar.”

Kathrada had een andere achtergrond dan zijn medegevangenen. Hij is een van de zes kinderen uit een moslimfamilie die van India naar Zuid-Afrika migreerde. Hij werd geboren in Schweizer-Reneke in het toenmalige West-Transvaal, een boerendorp waar alleen onderwijs werd gegeven aan Europeanen of Afrikanen, niet aan Indiërs als hij. Daarom verhuisde hij naar Johannesburg, waar hij in contact kwam met anti-apartheidsactivisten, onder wie Mandela.

Na zijn vrijlating vermeed Kathrada de schijnwerpers. Hij diende slechts twee dagen als bewindsman in het kabinet van Mandela, als minister voor Gevangeniszaken nota bene. Dat ministerschap werd omwille van de goede vrede in het land vergeven aan de Inkatha Vrijheidspartij, de Zulu-partij die het ANC met geweld bestreed tot aan de vrije verkiezingen in 1994. Kathrada werd parlementslid en Mandela’s adviseur. Een man achter de schermen.

Slechts een keer haalde hij uit. Toen president Jacob Zuma twee jaar geleden werd beschuldigd van het onteren en schenden van Zuid-Afrika’s grondwet, schreef hij hem een brief. Die brief begon met een verontschuldiging. „Ik ben altijd van mening geweest dat je niet publiekelijk moet spreken over verschil van inzicht met je leider of je organisatie.” Hij vroeg Zuma af te treden. „Doe wat juist is.”

Daarmee onderschreef hij nog eens het verschil tussen de generaties binnen regeringspartij ANC. Terwijl Zuma nu geen middel schuwt om zijn presidentschap te verdedigen, bleef Kathrada tot zijn dood vechten voor een ander leiderschap. Op de begrafenis van Mandela in december 2013 sprak Kathrada over dit gemis. „Ik ben een broer verloren. Er is een leegte in mijn leven. Bij wie moet ik nu te rade gaan?”

    • Bram Vermeulen