‘Meer gewone burgers op tv; niet alleen boze’

De publieke omroep debatteerde dinsdag over de bezorgde burger op tv. Na Trump en Brexit is de omroep met een inhaalslag bezig. “Deze samenleving bestaat uit eilandjes.”

Een gewone burger op televisie: Henk Kersten, tatoeëerder en woonwagenbewoner, zondag in Nieuwsuur.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen stemde een op de drie Nederlanders op basis van de informatie die ze kregen van de publieke omroep. Dat zei Gijs van Beuzekom, netmanager van NPO 2, gisteren in Hilversum bij het omroepdebat ‘De waarheid bestaat niet’, georganiseerd door persvakbond NVJ.

Volgens Van Beuzekom heeft de NPO 340 uur tv besteed aan de verkiezingen. Speerpunt was dat niet alleen politici, maar ook de kiezers in den brede aan het woord kwamen. Hij wil die aandacht voor de ‘gewone burger’ graag doortrekken en een vaste tijd op NPO 2 reserveren voor binnenlandse reportages over Nederlanders en wat hen bezighoudt.

Het debat van dinsdag had als centrale vraag of de publieke omroep wel alle geluiden in de samenleving laat horen. In november zei bestuursvoorzitter Shula Rijxman dat de NPO beter zijn best ging doen om alle soorten Nederlanders aan het woord te laten. Ze hield haar pleidooi naar aanleiding van de zege van Trump in de VS en de Brexit, en de verbijstering hierover bij de pers. Ze wilde niet zo zeer extra aandacht geven aan de ‘boze witte man’ en de PVV-stemmer, maar aan een „zeer brede groep burgers”.

Tijdens de verkiezingscampagne kwam vervolgens een stroom van programma’s op gang met kiezers uit het land. Eénvandaag, Pauw & Jinek Brandpunt, Nieuwsuur, het herrezen Lagerhuis; allemaal haalden ze gewone burgers binnen. Is de omroep geslaagd in de opzet?

Rijxman vindt van wel, net als andere sprekers dinsdag. Zij zei dinsdag dat het tonen van alle lagen van de bevolking een belangrijke taak is van de omroep, opdat de kijker via de tv ook kennis maakt met de ander: „Een voorwaarde voor een goed functionerende democratie is dat er een minimaal gedeeld beeld van de werkelijkheid bestaat.”

Beeld komt niet overeen met werkelijkheid

Jan Eikelboom van Nieuwsuur zet daar echter vraagtekens bij. „Het beeld in de media komt niet overeen met de werkelijkheid. Dat geldt voor Antillianen, moslims, maar ook voor bijvoorbeeld PVV’ers, die worden weggezet als schreeuwende tokkies.”

Bert Huisjes van omroep WNL: „Het is een verademing dat we weer eens de straat op gaan. De meeste redacteuren wonen in Amsterdam en vinden het probleem met bakfietsen veel urgenter dan mensen uit Apeldoorn.”

Een van de oplossingen zou zijn om de redacties gemengder te maken, maar volgens verschillende aanwezigen zijn redacteuren met een andere afkomst moeilijk te vinden. Eikelboom relativeert dat: „Ik denk dat we verkeerd zoeken. We zoeken naar mensen die lijken op onszelf.”

Tot oktober was Eikelboom oorlogsverslaggever, nu maakt hij voor Nieuwsuur binnenlandse reportages. In de serie ‘Buiten het Binnenhof’ portretteerde hij een breed palet aan gewone burgers. „Er komen op tv best veel burgers aan het woord”, zei hij voor aanvang van het debat in Hilversum. „Maar dat heeft niet alleen met de oproep van Rijxman te maken. ‘Buiten het Binnenhof’ hadden we al verzonnen vóór de Amerikaanse verkiezingen. Blijkbaar zat het in de lucht.”

Dat is volgens Eikelboom niet louter een reactie op de opkomst van het populisme. „Het heeft ongetwijfeld met Trump en Wilders te maken. Maar het gaat om bezorgde burgers in brede zin. Er zijn ook veel burgers ontevreden die geen angst voor de islam of vluchtelingen hebben. Maar die juist bang zijn voor het populisme.”

Waarom laat de omroep zoveel gewone mensen aan het woord? „Deze samenleving bestaat uit eilandjes – bubbels – en men weet niet meer wat er op andermans eiland gebeurt. De kloven ontstaan door onwetendheid. De publieke omroep kan, door verbreding te zoeken, bruggen slaan tussen die eilanden.”

Oorlog en cultuuroorlog

Eikelboom werkte in oorlogsgebieden, nu doet hij verslag van de Nederlandse ‘cultuuroorlogen’. Ziet hij overeenkomsten? „Oorlog begint altijd met polarisatie, met elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Ik heb groepen gezien die tot voor kort goed met elkaar overweg konden, en die nu vinden dat de anderen hen in hun existentie bedreigen. En dan is de mens tot veel in staat. Maar goed: als je het vergelijkt met Syrië, zo ver is het in Nederland totaal niet.”

Eikelboom zegt dat hij is geschrokken van de kloof tussen burgers en politiek. „Of burgers zich nu zorgen maken over moslims, populisme of armoede; ze zijn allemaal negatief over politici. Politiek is te negatief, er is een gebrek aan fatsoen, en iedereen begint over die duizend euro die premier Rutte had beloofd.”

Volgens hoofdredacteur Joost Oranje van Nieuwsuur is de aandacht voor de gewone burger niets nieuws: na de moord op Pim Fortuyn gingen ook veel journalisten de wijken in. Eikelboom: „Dat klopt. Het devies was: ‘Niet alleen nieuws van de staat, maar ook nieuws van de straat’. En daarna is dat weer weggeëbd. Het gaat in golfbewegingen.”

    • Wilfred Takken