Recensie

Literaire opmars van een kleine deugniet

Zap

Mano Bouzamour wordt in de documentaire ‘De Belofte’ zeven jaar lang gevolgd, van het prille begin tot het grote succes. De schrijver heeft een magische aantrekkingskracht op vrouwen.

Al in de eerste minuten wordt duidelijk waar de documentaire Mano Bouzamour: De Belofte (2Doc/BNN) over gaat. De dan 19-jarige hoofdpersoon rijdt op zijn scooter door Amsterdam-Zuid, op weg naar het Rembrandtplein, slalommend om overal op straat opduikende mooie meiden. Met twee van hen raakt hij aan de praat en ze zijn zwaar onder de indruk van hem en de camera die op hem gericht is.

„Er wordt een documentaire over mij gemaakt, omdat ik een boek ga schrijven”, zegt Mano. Dat geloven ze maar half: „Jij kunt toch niet schrijven?”. Onder de begintitels zien we hem zwetend in de sportschool en even later trots op een hotelkamer in Bogotá, met de Spaanse vertaling van zijn autobiografische debuutroman De Belofte van Pisa (2013) in handen: „De literaire opmars van deze kleine deugniet is begonnen.”

Lees ook: Mano Bouzamour, tussen Concertgebouw en buurthuis

Flash-back naar Mano als schoonmaker in een sushirestaurant. Daarna zien we hem achter de tekstverwerker in een klein kamertje in De Pijp, pochend hoe hij al die uitnodigingen om mee de stad in te gaan afwijst, want hij moet eerst zijn roman afmaken.

Regisseur en cameraman Roy Dames volgde de nieuwe Jan Cremer zeven jaar en ontdekte al snel dat hij iets bijzonders te pakken had. Eerst loopt de relatie met uitgeverij Podium stuk, want de samenwerking met „een heel goeie redactrice” wordt overschaduwd door haar aanwijzingen hoe hij zijn boek zou kunnen verbeteren. Hoe haalt ze het in haar hoofd, „die suffe, oubollige brandnetelkut.” Gelukkig hapt concurrent Prometheus wel toe. Het boek over een mocro uit de Diamantbuurt die een andere wereld ontdekt op een kakschool in Zuid, wordt een onverbiddelijke bestseller.

Dames’ films gaan nogal eens over mannen die je niet vaak op tv tegenkomt: Foute Vrienden uit zijn eigen kroeg, Mocros, Ik ben Mohammed. Hij heeft een ruige stijl van draaien, zonder cameraploeg, en volgt mensen liefst over een periode van jaren en jaren.

De in deze Boekenweek uitgezonden documentaire zoekt niet naar de literaire kwaliteiten van de romancier en columnist, en zelfs niet naar de totstandkoming van een hype. Het hoofddoel is beantwoording van de vraag waarom Mano’s familie en oude vrienden hem verstoten hebben, nadat hij succes kreeg. Heeft het te maken met een blasfemische neukscène in het boek? Praten Marokkaanse Nederlanders elkaar na en zijn ze zo onnozel als Mano en zijn tien jaar oudere broer Sol, die hem wel trouw bleef, ons verzekeren?

Feitelijk blijft Mano weigeren het antwoord te geven. Dames krijgt familie en oude vrienden ook niet voor de camera. We kunnen het wel ongeveer reconstrueren: de tekening van het milieu, waarin een schijnbaar orthodoxe islam gekoppeld wordt aan alles doen wat Allah verboden heeft, is natuurlijk niet iets waar je je populair mee maakt.

Ook van de inmiddels gesuggereerde verzoening met Bouzamours analfabete ouders krijgen we geen bewijzen te zien. Wel van de warme relatie met collega-auteur en groot voorbeeld Herman Koch en van een bezoek aan de grafsteen voor Anne en Margo Frank in het voormalige kamp Bergen-Belsen. Bouzamour wil graag alles doen om zijn verleden als antisemiet goed te maken, zegt hij.

Het meest fascinerend vind ik zijn magische aantrekkingskracht op vrouwen en meisjes, ook in Colombia, waar ze geen speciale associaties hebben met het imago van Marokkanen. Vooral Sol raapt de kruimels op die de literator hier en daar voor hem laat liggen. Daar heb je nou familie voor.

    • Hans Beerekamp