Veranderen van DNA in menselijk embryo moet mogelijk worden

Menselijk embryo van drie dagen oud. Het embryo bestaat in dit stadium uit acht cellen. Foto RWJMS IVF

De nieuwe Embryowet zal verruimd moeten worden, opdat het veranderen van genen in het menselijk embryo mogelijk wordt gemaakt. Dat schrijven de Gezondheidsraad en de adviesraad voor genetische modificatie COGEM dinsdag in een gezamenlijk signaleringsrapport. De verruiming slaat in de eerste plaats op de mogelijkheid van wetenschappelijk onderzoek naar genverandering in menselijke embryo’s.

Verder in de toekomst zal de overheid moeten overwegen of de techniek veilig en geschikt is om erfelijke ziekten in het nageslacht te repareren. Daarover moet een wetenschappelijk en maatschappelijk debat gevoerd worden.

Volgens het rapport is er geen wezenlijk verschil met celkerntransplantatie bij embryo’s, en dat wil de overheid al toestaan. Celkerntr

Menselijk embryo van drie dagen oud. Het embryo bestaat in dit stadium uit acht cellen. Foto RWJMS IVF

ansplantatie is bedoeld om een erfelijke ziekte die in de mitochondriën zit te verhelpen, door de celkern van een bevruchte eicel over te plaatsen in een cel met gezonde mitochondriën. Een verbod op genetisch ingrijpen in het embryo zal wellicht leiden tot ‘medisch toerisme’, omdat andere landen het wel zullen toestaan, waarschuwen de schrijvers van het rapport.

Crispr-cas, een techniek waarmee genen in het DNA heel gericht kunnen worden aangepast, heeft de mogelijkheden voor aanpassen van embryo’s in een stroomversnelling gebracht. Het komt neer op gentherapie voor het embryo, een permanente verandering van het DNA, die ook zal worden doorgegeven aan het nageslacht. „Mits de techniek veilig toepasbaar is, worden de belangen van toekomstige personen door het vervangen van ziekmakende door gezonde genen niet geschaad maar juist gediend”, aldus het rapport.

Het veranderen van het genetisch materiaal van embryo’s ligt ethisch gevoelig. Experimenten van Chinese onderzoekgroepen die het DNA van (niet levensvatbare) menselijke embryo’s aanpasten om erfelijke bloedarmoede en HIV-resistentie te onderzoeken, zorgden wereldwijd voor opschudding. Een groot aantal onderzoekers, onder wie de ontdekkers van het cripsr/cas-systeem, riepen naar aanleiding daarvan op tot een moratorium. Ze wilden een pas op de plaats om ruimte te geven aan internationaal overleg over hoe op een verantwoorde manier verder te gaan.

    • Sander Voormolen