Een schrijvershart moet gevoed worden

Schrijvers doen deze Boekenweek een boek cadeau. Afl. 3: Van voor Hugo Borst: The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald.
Illustratie Marike Knaapen

De eerste schrijver die me wist te betoveren was Jan Terlouw. De tweede F. Scott Fitzgerald. Allebei de keren kan ik me nog goed herinneren.

Oorlogswinter las ik op een woensdagmiddag nadat ik uit school was gekomen en het te hard regende om buiten met mijn vriendjes te voetballen. Voor het eerst brachten woorden me in trance. Toen ik het uit had, bleek het in de kamer ongemerkt donker te zijn geworden.

The Great Gatsby las ik als twintiger langs een zwembad, op een bloedhete dag ergens diep in het zuiden van Italië. Het is het enige boek waarbij ik na de laatste zin direct weer opnieuw ben begonnen.

Dit is ook het boek dat ik graag aan Hugo Borst wil geven.

Als Hugo Borst tegenwoordig niet in naar verval en aardappelpuree ruikende bejaardentehuizen discussies leidt over dementie, beweegt hij zich op en rond het Binnenhof, waar hij uit naam van zijn medemens inmiddels tot hoog in het Torentje praat met gladde mannen in gladde pakken over de falende gezondheidszorg. Hij is beland in een wereld van beleid, begrotingen, bezuinigingen en vooral heel veel cijfers, terwijl ik weet dat hij juist zo van letters houdt. Hugo Borst, een ondergewaardeerde stilist in de Nederlandse letteren, kan genieten van een mooie zin. Het is geen toeval dat de grote tovenaar A.L. Snijders zijn lievelingsschrijver is.

En daarom moet hij The Great Gatsby lezen. Dat is een boek waar niet één lelijke zin in staat. Ze zijn allemaal even elegant, even vloeiend, even muzikaal. (Over de hoofdpersoon Jay Gatsby: „Indien persoonlijkheid een onafgebroken reeks van geslaagde gebaren is, dan had hij iets magnifieks, een verhoogde gevoeligheid voor de beloften van het leven, alsof hij verwant was aan een van die gecompliceerde machines die op tienduizend mijl afstand aardbevingen registreren”.)

Hugo Borst was eerst baanbrekend in de sportjournalistiek en is nu baanbrekend in de gezondheidszorg. Dat is razend knap en bewonderenswaardig. Maar diep in zijn hart is hij een schrijver. En een schrijvershart moet gevoed worden.

Ik weet van geen boek dat daar beter voor geschikt is dan The Great Gatsby.

    • Michel van Egmond