Zoek de echte Zuid-Afrikaan

Schrijvers doen deze Boekenweek een boek cadeau. Afl. 2: Van voor Martin Bosma: Een andere tongval van Antjie Krog.
Illustratie Marike Knaapen

Een boek cadeau doen, is iets sektarisch. Wanneer je iemand niet weet te overtuigen van je gelijk, hoop je dat het alsnog lukt via een boek, waarin je jouw visie erg overtuigend verwoord vindt, beter dan je het zelf zou kunnen zeggen.

Ikzelf raak regelmatig in discussies verzeild over het bestaan van God. Het eindigt er altijd mee dat een gelovige zegt: ikzelf heb mogen ervaren dat God bestaat, want Hij heeft dit voor mij gedaan. Dan ben je uitgepraat, want aanhangers van welke religie ook hebben zo’n verhaal, dus de bewijskracht is nul. Nu kan een gelovige het alleen nog in Gods handen leggen, en dan komt er dikwijls een boekje om God een handje te helpen.

Dit boek voor PVV-parlementariër Martin Bosma is niet bedoeld als een cadeau uit onmacht, maar als een aanvulling op zijn eigen boek Minderheid in eigen land. Daarin blaast hij onder meer nieuw leven in de mythe van het lege land, gebruikt door blanke Afrikaners om hun grootgrondbezit te legitimeren. Het gaat om de ‘Voortrekkers’ die in de negentiende eeuw vanuit Kaapstad de oostelijke binnenlanden (Transvaal en de Vrijstaat) introkken en daar volgens die mythe slechts nomaden aantroffen die geen enkele aanspraak maakten op land.

De gelauwerde schrijver en dichter Antjie Krog, zelf nazaat van zo’n voortrekkersfamilie, schrijft in Een andere tongval over haar jeugd op een boerderij in de Vrijstaat.

Ze beschrijft de veranderingen die zij met haar familie heeft doorgemaakt in de context van het veranderende land.

Door in gesprek te gaan met buren, vrienden, collega’s, politici (falend of succesvol), boeren, buitenlanders, computermannen, hulpverleners en professoren. Dit veelstemmige, veelkleurige, indringende en vaak humoristische zelfportret is een zoektocht naar de nieuwe Zuid-Afrikaan, die zich moet verhouden tot het verleden en tot de ander.

Krog zoekt het in het vertellen van ieders verhaal, maar ook in het spreken en begrijpen van elkaars taal. Zo word je in zwarte talen beoordeeld en gedefinieerd door je naam, die gaandeweg wordt aangevuld of veranderd. Na de eerste ontmoetingen noemden Zulu’s blanken: Zij-door-wier-oren-de-zon-schijnt, of Zij-die-als-zwaluwen-over-het-water-komen. Later werd het: Zij-die-met-anderen-spreken-alsof-ze-bundels-wasgoed-zijn en Laatkomers-die-het-water-bezoedelen-en-alles-voor-zichzelf-weggraaien.

    • Franca Treur