Heeft Uber-topman Kalanick zijn bedrijf nog wel in de hand?

Silicon Valley

Bezoek aan een escortclub, aantijgingen van diefstal en vertrekkende topmanagers: Uber-topman Travis Kalanick staat onder druk na een reeks schandalen over seksistisch gedrag.

Uber-topman Travis Kalanick spreekt studenten van het Indian Institute of Technology in Mumbai toe. Foto Reuters

Agressieve uitbreiding, wilde ideeën, borstgeklop en miljardenwaarderingen: als één start-up de laatste jaar het symbool werd voor de hemelbestormende ondernemingszin in Silicon Valley was het wel Uber. De taxibranche werd in tientallen landen opgeschud door de app, het bedrijf werkt met veel bombarie aan plannen voor vliegende taxi’s en zelfrijdende auto’s. Dankzij investeringen van onder meer zakenbank Morgan Stanley, Saoedi Arabië en internetgigant Google klom de waarde van het bedrijf in recordtempo naar ruim 60 miljard euro: meer dan een gevestigde autoreus als General Motors, ruim twee keer zoveel als Nederlands grootste technologiebedrijf Philips.

Maar de laatste twee maanden blijkt dat de enorme expansie van het bedrijf een keerzijde heeft. Een lange reeks aan schandalen en bedrijfsongevallen roept de vraag op of oprichter en directeur Travis Kalanick (40) zijn bedrijf nog wel in de hand heeft.

Afgelopen weekeinde moest hij opnieuw in de crisismanagementstand. Een zelfrijdende auto van het bedrijf crashte bij een proefrit in de Amerikaans staat Arizona. Er vielen geen gewonden, en volgens de politie was het ongeluk de schuld van de (menselijke) bestuurder van de andere auto. Maar door het ongeluk schort Uber zijn testprogramma wel tijdelijk op.

Ook zelfrijdende auto’s van Tesla en Google hebben wel eens ongelukjes; er gaat bij dit soort experimenten nou eenmaal wel vaker wat mis. Maar een ander incident dit weekend laat een vee dieper probleem bij Uber zien: de bedrijfscultuur.

Escortclub

Zaterdag dook via techwebsite The Information een verhaal op van de ex-vriendin van Kalanick die vertelde hoe de topman zijn medewerkers op een zakenreis in Zuid-Korea in 2014 had meegenomen naar een escortbar. „Dat was drie jaar geleden,” verweerde het bedrijf zich, maar de onthulling past in een patroon. De laatste maanden stapten diverse hoge managers van het bedrijf al op vanwege beschuldigingen van seksueel wangedrag.

Kalanick moest in februari al diep door het stof nadat een ex-medewerkster, Susan Fowler (25) een open brief publiceerde over „een heel, heel raar jaar bij Uber”, waarin ze meerdere mensen in de bedrijfstop beschuldigde van seksuele intimidatie. The New York Times publiceerde vlak daarna een reportage waaruit bleek dat de klacht van Fowler niet de enige was. Medewerkers zouden regelmatig gezamenlijk cocaïne gebruiken, en één manager werd afgelopen jaar ontslagen nadat hij vrouwen fysiek zou hebben aangerand. Kalanick zag zich gedwongen om een zeer high profile intern onderzoek naar de werkcultuur bij het bedrijf in te stellen, onder leiding van een juridisch zwaargewicht: Obama’s voormalige minister van Justitie, Eric Holder.

Lees ook: Zo werkt het seksisme in Silicon Valley

Ook op andere manieren zoeken managers van het bedrijf steeds de grens op van de wet, en gaan ze er af en toe overheen. Begin maart moest het bedrijf erkennen dat het met een trucje in de Uber-app inspecteurs van overheidsdiensten kon identificeren en ontwijken, zodat het illegale taxidiensten buiten hun zicht kon blijven aanbieden. De afgelopen jaren belandden ook in Europa Uber-managers in de cel vanwege het blijven aanbieden van illegale taxidiensten, ondanks herhaalde verboden en verzoeken van autoriteiten om daarmee te stoppen.

Google, pikant genoeg een belangrijke investeerder in het bedrijf, klaagde Uber vorige maand aan voor vermeende diefstal van cruciale technologie voor zelfrijdende auto’s. Een ex-medewerker van Google zou bij zijn overstap naar Uber bedrijfsgevoelige informatie hebben ontvreemd. Uber ontkent dat.

Intussen lijken alle incidenten ook een wissel te trekken op het gemoed van Kalanick zelf. Een filmpje waarin hij plots in ruzie uitbarst met een Uberchauffeur lekte enkele weken geleden uit, wat nog weer een extra schandaal veroorzaakte. De chauffeur klaagde over de arbeidsvoorwaarden van Uber. „Bullshit! zei Kalanick. “Sommige mensen nemen gewoon geen verantwoordelijkheid voor hun eigen shit.” Een dag later moest hij met gebogen hoofd aan zijn personeel verklaren hij dat hij ‘leiderschapshulp’ zou gaan zoeken.

Lees ook: Heer en knecht in een Uber-taxi

Venijnige ontslagbrief

De president-commissaris van Uber, Jeff Jones, had blijkbaar weinig vertrouwen in het lerend vermogen van Kalanick, want hij maakte vorige week zijn vertrek bekend. Dat was amper een halfjaar nadat hij aantrad bij het bedrijf. Jones is een zwaargewicht uit het Amerikaanse bedrijfsleven, aangesteld als senior manager om de enorme groei in goede banen te leiden. „Maar het is nu duidelijk dat mijn overtuigingen niet passen bij wat ik heb gezien en meegemaakt bij Uber”, schreef hij in een venijnige ontslagbrief, waarvan de inhoud in de pers belandde.

Vorige week schaarden de overige commissarissen van Uber, waaronder media-ondernemer Arianna Huffington zich nog wel achter Kalanick, als hij tenminste zijn gedrag verbetert. Maar diverse investeerders van Uber vragen zich in Amerikaanse media hardop af hoe lang het nog goed kan gaan met hun investering als de oprichter zich zo blijft gedragen als de laatste tijd.

    • Wouter van Noort