Nero wil overal bovenop kruipen

Opera Vlaanderen tovert de Romeinse decadentie uit Agrippina trefzeker om in een jaren-80-soap. De uitvoering van het orkest kende echter te veel smetten.

Agrippina, een van Handels eerste operameesterwerken, is een soap. En zoals het een soap betaamt laat de plot zich nauwelijks navertellen. Agrippina is een aaneenschakeling van bedrog en complotten, waarbij iedereen op slinkse wijze probeert zijn zin te krijgen, in dit geval de keizerstitel – of de hand van de mooie Poppea.

Regisseuse Mariame Clément trekt een geestige parallel tussen de Romeinse decadentie en jaren-8o-series als Dallas en Dynasty. Alle personages zijn rijk, machtig, hebzuchtig, wellustig en slecht. En het slechtst van allemaal is Agrippina zelf, de vrouw van keizer Claudius. Om in het centrum van de macht te blijven doet ze er alles aan om haar zoon Nero op de troon te krijgen, terwijl Nero (een heerlijke travestierol van mezzo Renata Pokupić) alleen maar overal bovenop wil kruipen.

De tv-achtige vormgeving, compleet met aan- en aftiteling, van ontwerper Julia Hansen, is trefzeker en meerduidig. De verschillende sets (Agrippina’s kantoor, Claudio’s protserige roze badkuip) rijden soepeltjes af en aan en worden aangevuld met intrigerende video op schermen erboven. Sfeerbeelden alterneren met rake details, zoals een cowboyhoed of een kapotgestompte watermeloen.

Mezzo Ann Hallenberg is een klasse apart als de titelfiguur, die ze al vaak vertolkte. Haar Agrippina is een spijkerharde zakenvrouw die niemand ontziet. De heldere jonge coloratuursopraan Dilyara Idrisova is een overtuigende Poppea: verleidelijk, popperig en vilein. Bas Bálint Szabó klinkt hol en vol als de blaaskaak/teddybeer Claudio. Alleen countertenor Tim Mead is als Poppea’s minnaar Ottone oprecht (vandaar zijn jeans en houthakkershemd), en schittert in enkele gevoelige aria’s.

Dirigent Stefano Montanari is vooral beroemd als barokviolist, en hij pakte zijn instrument er geregeld even bij om een solo voor zijn rekening te nemen. Wie vindt dat een operadirigent dienstbaar moet zijn aan de voorstelling is bij Montanari, die hoog boven de bak uittorende, niet aan het juiste adres. Anderzijds waren zijn bijdragen steeds bevlogen. Vervelender was dat de rondborstige uitvoering door het huisorkest – geen barokspecialisten – te veel smetten kende, met name in het continuo. Dat detoneerde menigmaal met Handels sublieme recitatieven.

    • Joep Stapel