Opinie

    • Maxim Februari

Nee, ik vul dit niet in, ik klik het niet aan

Waarom ben ik altijd zo kritisch en pedant? Geloof me, ik merk het zelf ook. Overal bezwaar tegen maken en nooit gewoon ergens gezellig over doen. In de moderne wereld worstel ik daarom met de vraag of ik aardiger moet worden of juist nog onaardiger. Vol van vertrouwen of vervuld van wantrouwen? Eigenlijk beschouw ik mezelf in de grond als uitzonderlijk aardig, maar toen ik dat ooit tegen een psycholoog zei, barstte ze in hoongelach uit. „Dat zegt iedereen over zichzelf.” Dus daar schoot ik ook niets mee op.

Neem nu het fenomeen van phishing, de louche mails waarmee criminelen je online geld afhandig proberen te maken. Tot nu toe had ik een simpele manier om die vispogingen te ontdekken: staan er spelfouten in de tekst, dan zijn de mails niet van de bank, de overheid of een andere serieuze instantie. Om een voorbeeld te geven: een groot letterkundige stuurde me ooit het paniekerige bericht dat hij in Nigeria in de gevangenis zat. Hij schreef me, vreemd genoeg in het Engels, dat hij nog honderd dollar nodig had om zich vrij te kopen. Honderd dollars, „that will be the finish in tatch”.

Helaas werkt de test met de taalfouten niet meer, want de serieuze clubs hebben de spellingsregels intussen zelf ook afgeschaft. „Trump benoemd twee commissieleden” – dat bericht staat in een best betrouwbare krant. „Er mag niet worden omhelst” – dat gaat serieus over het Boekenbal. Maar laat ik het niet over taalverloedering hebben: veel belangrijker is de vraag hoe je zonder zo’n spellingtest criminelen dan moet ontmaskeren. Nog kritischer worden, zegt een phishingdeskundige van het bedrijf Wombat Security. Nog lastiger, nog onbeleefder, nog onaardiger.

„We zijn getraind mensen te helpen en aardig te zijn. Je wilt niet grof of afwerend lijken”, zegt hij tegen het tijdschrift Wired. Daarom open je mail van vrienden, daarom stuur je alles door, vul je alles in en klik je overal op. Dat is niet handig. Wees waakzaam online, zegt hij. Wees een ‘smart skeptic’. Mooi, dat geeft een excuus om onbeschaamd wantrouwiger te worden.

Ware het niet dat andere partijen ons juist goedgeloviger willen! Overheden en bedrijven die gegevens verzamelen, hameren op ons vertrouwen. Ze hebben de zaak onder controle, zeggen ze. Nu is dat natuurlijk niet waar. Zo heeft de directeur van de Rekenkamer Rotterdam zojuist laten weten dat de gemeente Rotterdam de persoonsgegevens niet naar behoren heeft beveiligd. Vertrouwelijke mail blijkt simpel te lezen en malware kan makkelijk in het systeem worden verspreid. De directeur schrijft dat „kroonjuwelen binnen de informatiehuishouding” liggen te wachten tot criminelen ze komen halen.

Toch houden overheden vol met hun roep om vertrouwen. In Rotterdam willen burgemeester en wethouders het rapport van hun eigen Rekenkamer niet geopenbaard zien. Omdat burgers het vertrouwen niet mogen verliezen. Alle privégegevens en kroonjuwelen mogen dan op straat liggen, het rapport erover moet geheim blijven. Openbaarmaking heeft volgens de burgemeester „risico’s voor de veiligheid van de burgers”. Je zou zeggen dat juist het gedrag van de overheid risico’s heeft voor de veiligheid van de burgers – maar ja, dat is dan weer zo’n kritische benadering waar we juist vanaf willen.

Kortom, moeten we elkaar meer of minder vertrouwen? Volgens techniekwetenschappers krijgt vertrouwen vorm in de samenleving door de manier waarop we techniek vorm geven. Techniekfilosoof Esther Keymolen wijst op het voorbeeld van de hotelsleutel. Tot voor kort vertrouwden hoteleigenaren hun gasten met de sleutel tot het hotel. Nu hotelketens kijken of ze de smartphone van hun gasten als sleutel kunnen gebruiken, draait de vertrouwensrelatie om. Het hotel vertrouwt de gasten niet, de gasten vertrouwen nu het hotel – met de toegang tot hun gegevens. Het hotel deelt die gegevens met derden.

Moeten we elkaar meer of minder vertrouwen? Als modern mens krijg je het advies steeds wantrouwiger te zijn tegenover criminelen en steeds beter van vertrouwen tegenover anderen. Maar niemand die je vertelt wie wie is. Het wordt helemaal lastig de twee groepen uit elkaar te houden zodra internetproviders onze zoekgeschiedenis mogen doorverkopen aan onduidelijke derden, plus alle mails, locatiegegevens, wachtwoorden, videokijkgedrag, alles wat we online doen rondom onze financiën, dromen en obsessies. De wet die dit voor Amerika regelt is er al bijna door.

Nee, zeg ik dagelijks wantrouwig. Ik vul dit niet in, ik klik dit niet aan. Nee, ik verbind mij en mijn telefoon niet met uw netwerk. Ja, ik kan ook wel horen hoe onaardig dat klinkt – en zo krijg ik vooral een steeds grotere hekel aan mezelf.

Maxim Februari is jurist en columnist. Deze column is wekelijks.
    • Maxim Februari