Mariniers gingen voor 1 miljoen op klimexpeditie

Defensie deed die uitgave terwijl het op andere vlakken sterk moest bezuinigen.

Mariniers tijdens de viering van het 350-jarig bestaan van het korps, eind 2015. Foto Remko de Waal / ANP

Een elite-eenheid van het Korps Mariniers is vorig jaar voor bijna 1 miljoen euro op klimexpeditie geweest in het Himalaya-gebergte. Leden van het korps hebben daarover tegen De Telegraaf hun beklag gedaan. Zij zijn boos dat Defensie zo veel geld heeft uitgegeven aan de klimreis, terwijl de strijdkrachten op andere vlakken hard moeten bezuinigen.

De elitemariniers, onderdeel van de zogeheten Mountain Leaders, beklommen de 8.100 meter hoge Manaslu in Nepal. De expeditie duurde meer dan anderhalve maand en kostte in totaal 923.347 euro, bevestigt Defensie aan NRC. Bijna drie ton ging op aan speciale winterkleding voor de mariniers. De reisorganisatie die de expeditie regelde, kreeg ongeveer evenveel geld.

Alpen

Een woordvoerder van Defensie zegt tegen NRC dat bij het totaalbedrag ook de kosten inbegrepen zitten van een eerdere expeditie in de Alpen, waaraan vijftig Mountain Leaders deelnamen. Van die groep mochten tweeëntwintig mariniers deelnemen aan beklimming van de Manaslu. Zeven van hen deden uiteinlijk een poging de top te bereiken.

Dat de expeditie ondanks de bezuinigingen bij Defensie toch doorging, komt volgens de woordvoerder doordat de reis al grotendeels was afbetaald toen duidelijk werd dat er bespaard moest worden op de begroting. “80 procent van de kosten was al gemaakt. Dus als je dan afzegt, gooi je 80 procent van een miljoen weg.”

De locatie van de Manaslu in Nepal. De tekst gaat verder onder het kaartje.

Pr-stunt

Tegenover De Telegraaf noemen anonieme korpsleden uit het “hogere middenkader” de operatie een “pr-stunt”. Op de website van Defensie was de reis van de Mountain Leaders via een weblog te volgen.

Met die formulering is Defensie het niet eens. “Als ik voor zo’n bedrag een pr-stunt mocht plannen, zou ik andere dingen doen. Iets dichter bij huis, waar je meer publiek mee trekt”, zegt de Defensiewoordvoerder.

Lees ook: Defensie: een hele kleine pleister

Defensie vindt dat de trainingsexpeditie bovendien een nuttig doel diende. Elitetroepen moeten kunnen optreden in hooggelegen gebieden. In Afghanistan was dat meerdere keren nodig. Zelfs een training op een hoogte van boven de zevenduizend meter - waar in het echt weinig gevechten plaatsvinden - is daarbij volgens de woordvoerder relevant:

“In Europa kun je maar tot vier, vijf kilometer hoogte. Daarboven veranderen de omstandigheden ook nog. En je moet je zo goed mogelijk op alles voorbereiden.”

    • Vincent Sondermeijer