Column

Luther King had een droom, geen rapport

Mark Rutte heeft in zijn politieke loopbaan aardig wat onzin verzonnen. Een van mijn favorieten is zijn framing van de oppositie als ‘verantwoordelijkheidsvakantie’. Alsof niet iedereen die politiek bedrijft verantwoordelijkheid neemt, in of buiten het parlement. „Het cijfer was fout, maar mijn som klopte” – Ruttes verdediging voor het geven van foute cijfers over het Griekse hulppakket is zeker ook een kanshebber voor de shortlist. Een ander sterk staaltje vertoonde hij onlangs, toen hij de uitslag omschreef als „ho tegen het verkeerde soort populisme”.

Populisme is „een van de meest verwarrende termen in het vocabulaire van de politieke wetenschap”, schrijft Margaret Canovan in haar standaardwerk Populism. De term werd rond 1880 gemunt als roepnaam voor de Amerikaanse People’s Party, een beweging van boeren die in nood waren gekomen door dalende katoenprijzen en droogte. Zij kwamen in opstand tegen bankiers en spoorwegbarons. Een volksbeweging en een bevoorrechte elite als mikpunt van woede, twee ingrediënten voor populisme, maar met vreemdelingenhaat en nationalisme had die beweging niets te maken. Latijns-Amerika kent een traditie van links populisme, dat wel anti-elitair is, maar niet xenofoob of racistisch.

Met het ‘verkeerde soort populisme’ bedoelt Rutte het xenofoob-nationalistische gedachtegoed van de PVV, dat dus op zichzelf geen wezenlijk ingrediënt van het populisme vormt, maar wel precies het aspect van het PVV-discours waar de VVD in de campagne tegenaan schurkte! Klassiek Rutte: het werkt, al klopt er niks van.

De term ‘populisme’ is nu ingeburgerd als verzamelnaam voor rechts nationalisme, vreemdelingenhaat en dergelijke, terwijl hij in de praktijk ook veel wordt gebruikt als synoniem voor factfree politics, feitenvrije politiek, vooral door mensen die geloven dat ‘feiten’ politiek-vrij zijn.

Donald Trump, Steve Bannon en Kellyanne Conway beweren dat er ‘feiten’ en ‘alternatieve feiten’ zijn, en het gekke is: dat is waar. De rekenmodellen van het CPB bijvoorbeeld, de talrijke aannames, veronderstellingen en correlaties waaruit die zijn opgebouwd bieden alle ruimte voor arbitraire keuzes. Niet iedereen heeft er het geduld voor, maar het wordt steeds hachelijker om de facts te geloven zonder eerst na te gaan of ze wel policyfree zijn.

De speeches van Martin Luther King, bijvoorbeeld, zijn geheel feitenvrij. „I have a dream!” riep hij, niet „I have a report!”

Waarom feitenvrije politiek slechte politiek is, heb ik nooit goed begrepen. Ik denk dat men feitenvrij beleid bedoelt. Daar zit iets in. Voor je snelwegen aanlegt, moet je weten of er ook auto’s zijn om erop te rijden. Voor je de gloeilamp afschaft, is het goed om te onderzoeken of dat ook stroom bespaart. Dat laatste noem ik om te illustreren dat feitenvrije politiek echt niet het monopolie van rechts is, al lijken linkse mensen dat vaak wel te denken. Maar politiek is meer dan beleid, politiek is ook idealisme, aspiratie, verbeelding. De speeches van Martin Luther King, bijvoorbeeld, zijn geheel feitenvrij. „I have a dream!” riep hij, niet „I have a report!”

Zoals bestuurskundige Michel van Eeten ooit schreef: „In de jaren 70 lanceerde Joop den Uyl het idee dat de grootverdieners maximaal vijf keer het minimuminkomen mochten verdienen. Toen heette dat engagement, tegenwoordig zouden we het populisme noemen.” Op Twitter zag ik hier laatst een mooi voorbeeld van. „Al die beschouwingen over populisme zijn verwarrend”, schreef iemand. „Alsof gratis zorg, hoger pensioen, AOW naar 65 & Wilhelmus op school geen populisme is.” Gratis zorg en het Wilhelmus op school, wat hebben die met elkaar te maken? De AOW naar 65 is populisme? Nee, dat is een idéé. Je kunt het een slecht idee vinden, maar als we „populisme” gaan gebruiken als woord voor „slechte ideeën”, is het einde van de nutscurve wel ongeveer bereikt.

Jan Kuitenbrouwer is directeur van Kuitenbrouwer Woorden Die Werken.