Ketchup als toppunt van de American Dream

Een tentoonstelling vol carrosserieën en spiegelingen lijkt wel een competitie om vernuft, zo fotorealistisch is het.

Alameda Chrysler (1981, olie op linnen) van de Amerikaanse hyperrealist Robert Bechtle. foto Courtesy of Louis K. Meisel Gallery, New York

De tentoonstelling Hyperrealisme nu in de Kunsthal krijgt iets voor elkaar wat andere exposities niet lukt: bezoekers kijken langer naar een schilderij dan de gebruikelijke paar seconden. Stukken langer. Groepjes bezoekers – merendeels mannen, ook dat zie je er niet elke dag – hopen zich vol verbazing op voor die levensecht geschilderde etalages, motorkappen, stadsgezichten vol lichtjes. Zijn het echt geen foto’s?

Nee, het is allemaal verf.

De Kunsthal viert het vijftigjarig bestaan van Hyperrealisme, een fotorealistische schilderkunst die in de jaren zestig opbloeide in Amerika. Intussen bestaat wereldwijd al weer een derde generatie hyperrealisten.

Pioniers zoals Richard Estes en Chuck Close begonnen een halve eeuw geleden verbazingwekkend knappe schilderijen te maken, van mensen, plastic, motorkappen, chroom en etalages waar je doorheen kijkt, maar waarin je ook de reflecties ziet van de overkant van de straat. Eksters zijn deze kunstenaars, alles glimt.

Een ode aan het ambacht

In de kunstgeschiedenisboekjes heet de stroming een vervolg op Pop Art, want ook junkfood en reclame zijn thema’s. Maar nu in de Kunsthal voelt het meer als anti-Pop Art. Want waar Pop Art een ode is aan de reproductie, denk aan Warhols zeefdrukken, is dit een ode aan het ambacht. En dat is waarom die bezoekers zo met hun neus op de schilderijen staan: hoe bestaat het dat dit met de hand geschilderd is?

Bekijk hier een serie schilderijen uit de expositie

Tegelijk vermoed je onder al dat vernuft ook wat competitie, pogingen om elkaars kunnen te overtreffen met technische complexiteiten zoals auto’s, motoren, bruggen, stadsgezichten vol verkeer dat aan weerszijden het doek uitrijdt. Het is weergaloos knap. Alleen… waarom? Waarom zou je? Als je namelijk een fotorealistische weergave ergens van wilt kun je ook… een foto maken.

Het antwoord zit hem erin dat deze schilders de uiterste mogelijkheden van fotografie en schilderkunst willen combineren: méér kunnen dan een fototoestel. Ze schilderen niet gewoon foto’s na, maar gebruiken die als hulpmiddel voor bedachte composities.

Schilderend kun je alles laten bestaan. Dat ze daarin kiezen voor alledaagse onderwerpen is omdat ze hetzelfde gevoel voor humor hebben als hun Pop Art collega’s: zie eens wat ik op het voetstuk van de kunst hef: skaileer! Nee ik dan: junkfood! Met mayo!

Peter Maier, Plum Delicious (2006). Courtesy Louis K. Meisel Gallery, New York

Maar helaas, uitzichten zijn nog geen inzichten. Vooral bij de tweede generatie – veel carrosserieën en een foutloze wereld – blijkt dat fotorealisme een fuik: de techniek is middel én thema én doel – alles. En dat is niet genoeg. Interessant wordt het pas als het voorvoegsel ‘hyper’ eer aangedaan wordt doordat een verdichte realiteit, een gecondenseerde blik op een synthetische mediawereld wordt weergegeven. Denk aan Las Vegas, geschilderd door Raphaella Spence in 2011. Of de synthetische badkamer van Jack Mendenhall uit 1976, waarop heel spannend vooral veel niet te zien is – iets niet laten zien, dat kom je bij deze schilders zelden tegen.

Hyperkitsch

Denk ook aan attractieparken zoals Don Jacot die in 1992 perfect uitgebalanceerd in knalkleuren verbeeldde. Dit zijn plekken en spullen die voor menselijke consumptie geïntensiveerd worden en waar we toch goddomme gelukkig van moeten worden ook – die spanning, dat voedt de kunst.

Helaas worden dit soort interessante werken afgewisseld door teleurstellingen – de motorkappen van Peter Maier, ook werkzaam als auto-ontwerper, noem dat maar hyperkitsch. Alles samen tonen ze een synthetische wereld die om aandacht schreeuwt. Die gedachte dateert vooral uit de jaren zestig. En de kunstenaars die toen begonnen, zijn degenen die nu in de Kunsthal het meest overtuigen.

Je ziet hoe ze zo vol voor de American Dream gingen: de welvaart was bereikt en wat bleek het toppunt van die droom? Ketchup. Nooit is ketchup zo vol overgave geschilderd als door Ralph Goings. Of etalagepoppen door Tom Blackwell. Of spiegelende autolak door Richard Estes – een eindeloze motorkap, waar zich hoogbouw in weerspiegelt, boven wordt onder, the sky is the limit en tuimelt oneindig diep omlaag. Dat is pas hyper.

    • Sandra Smets