2,5 miljoen broedvogels verdwenen uit Nederland

Het aantal patrijzen, zomertortels en ringmussen is de afgelopen vijftig jaar gedecimeerd. Van de grutto’s is twee derde verdwenen.

Ganzen in de mist in de polder Schieveen nabij Rotterdam Overschie. Foto Robert Vos / ANP

Sinds 1960 is het aantal boerenlandvogels met 60 tot 70 procent teruggelopen. Dat komt neer op de verdwijning van meer dan tweeënhalf miljoen broedvogels in ruim vijftig jaar. Het aantal patrijzen, zomertortels en ringmussen is gedecimeerd, en van de grutto’s is twee derde verdwenen. Het aantal ganzen is in dezelfde tijd echter meer dan vertienvoudigd.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe analyses, samen met Sovon Vogelonderzoek Nederland.

De afname van het aantal boerenlandvogels is recent afgevlakt. Maar van herstel is nog geen sprake, ondanks alles wat de laatste jaren is gedaan op het gebied van agrarisch natuurbeheer.

Ganzen bepalen het vogelbeeld in agrarisch gebied

Het zijn tegenwoordig vooral grote groepen ganzen die het vogelbeeld in het agrarisch gebied bepalen. Sinds 1960 zijn naar schatting maar liefst 750 duizend tot 1,1 miljoen broedparen van de veldleeuwerik verdwenen. Ook de patrijs (afname 93 procent), de zomertortel (afname 92 procent), de ringmus (afname 93 procent) en de grutto (afname 68 procent) zijn schaarse verschijningen in het Nederlandse landschap geworden.

En Nederland staat niet alleen in deze trend. De afname van boerenlandvogels is zichtbaar in heel Europa.

Veranderend voedselaanbod voor broedvogels

Als redenen voor de afname ziet het CBS onder meer het feit dat de afgelopen twintig jaar 1.200 vierkante kilometer landbouwgrond is onttrokken voor onder meer woningbouw, bedrijventerreinen en wegenaanleg. Ook is sinds de jaren vijftig de biodiversiteit in het agrarische landschap veranderd. Bovendien worden er nu andere gewassen geteeld, zoals de ‘mesttolerante mais’. Daarmee veranderde het voedselaanbod voor broedvogels.

Omdat de grasproductie de afgelopen decennia juist is verhoogd en het groeiseizoen ervan is verlengd, is er voor ganzen niet alleen ‘s zomers maar óók in de winter veel energierijk voedsel te vinden op de Nederlandse akkers. Steeds meer ganzen overwinteren daarom in Nederland. Het is vooral deze draagkrachtverhoging die er voor zorgt dat er meer ganzen in Nederland verblijven, stelt het CBS.

    • Niels Posthumus