Foto: Merlijn Doomernik

‘Ik heb 25.000 euro vergokt’

Youssef Amakran (25) begon met gokken toen hij studeerde. Eerst met een tientje, uiteindelijk met alles wat hij had. „In de Koran staat: iedereen wordt getest. Dit moest gebeuren.”

Ik wil een persoonlijk verhaal met jullie delen, schrijft Youssef Amakran in januari op zijn Facebook-pagina. „Het is niet makkelijk, maar ik doe het toch.” Al zijn hele leven voelt hij zich eenzaam, schrijft hij. Al zit hij in een zaal met 10.000 man, al geef je hem alle rijkdom van de aardbol. „In mijn hart zal dat geen vreugde brengen.” Hij is depressief (hij haat dat woord) en belandde door die depressie in een gokverslaving. Van al het geld dat hij verspeeld heeft, had hij een wereldreis kunnen maken. Moge Allah hem vergeven voor het openbaren van zijn zondes.

„Ik dacht: ik ga het gewoon zeggen”, vertelt Amakran al wandelend door de Haagse Schilderswijk, waar hij is opgegroeid en woont met zijn ouders en broertjes van 22 en 12. „Het voelde alsof ik een te zware rugzak droeg.” Vijf jaar duurde zijn verslaving, sinds vorig jaar zomer heeft hij niet meer gegokt. Bijna niemand wist ervan. Hij kreeg tientallen reacties op zijn bekentenis, tot zijn verrassing allemaal positief.

Aan het einde van zijn straat staat de vmbo-school waar Mark Rutte elke donderdag lesgeeft. Om de hoek zijn basisschool, met het pleintje waar hij altijd voetbalde met de jongens uit de buurt. Een paar hoeken verder de moskee, waar hij van zijn vierde tot zijn zestiende koranlessen volgde.

Uit zijn tas haalt hij een oude klassenfoto: mei 1996, groep 1B. De kleine Youssef legt één hand op de schouder van de juf. Met een aantal van de 24 kinderen op de foto heeft hij nog contact. Iemand is beveiliger, een ander werkt bij Albert Heijn. Weer een ander is aan het promoveren. Er is ook een jongen wiens broer in de gevangenis zat.

Amakran kijkt graag naar foto’s uit zijn jeugd. Hij glimlacht wanneer hij later in een café door een paar oude albums bladert. Zijn vader in de jaren tachtig met een nog volle haardos, net in Nederland, aan het werk in de kassen. Zijn moeder opgedoft voor haar bruiloft. Zijn broertjes en hij op een berg tijdens vakantie bij familie in Marokko.

Maar over het leven buiten de albums is hij minder positief. Als hij het opnieuw mocht doen, zegt hij, had hij de dingen anders aangepakt. Hij was introvert, maakte moeilijk contact. Vroegen de jongens uit de buurt hem of hij meeging, wat leuks doen, dan zei hij vaak nee. Werd er in de klas gevraagd of er nog vragen waren, dan hield hij zijn mond, al had hij ze wel. Hij maakte zo weinig mogelijk oogcontact.

Vriendjes, die had hij heus: hij zat op voetbal en taekwondo. Toch was er altijd dat gevoel dat hij er niet helemaal bij hoorde. Het zal zijn teruggetrokken karakter geweest zijn, denkt hij, maar ook zijn sterke wens iets groots te bereiken. Hij wilde de kansen pakken die zijn vader niet gekregen had. Maar hoe droom je in een buurt waar weinig mensen zijn om een voorbeeld aan te nemen? Toen hij een vwo-advies kreeg, zei iemand van de moskee hem dat hij dat nooit zou halen.

Op de middelbare school, Daltononderwijs, toch vwo, groeide de eenzaamheid. De enige moslim in een witte klas. Hoe doe je mee met de rest zonder je identiteit te verloochenen? „Ik vond het lastig met mijn klasgenoten te communiceren en sloot me af. Ik was een andere wereld gewend.”

Hij was, zegt hij nu, continu bezig anderen tevreden te stellen. Zijn school, zijn ouders, de Marokkaanse gemeenschap, de maatschappij. „Ik zag geen mensen, ik zag meningen.” Hij wilde niet opvallen. Niet boven het maaiveld uitsteken. „Succes leek mij gevaarlijker dan falen.”

In de zesde zakte hij op drietiende voor zijn eindexamen. Hij stapte over naar volwassenenonderwijs, werkte veel en ging bedrijfskunde studeren aan de universiteit in Rotterdam. „Maar ik miste een doel. De eenzaamheid bleef. Tijdens colleges zat ik in een hoekje, mijn hoofd er niet bij.” Het eerste jaar haalde hij net genoeg punten, in het tweede jaar zijn propedeuse.

En toen begon het. „Eerst heel onschuldig, met een tientje. Ik deed online gokspelletjes, vooral sportwedden. Op een gegeven moment won ik 120 euro. Toen verloor ik dat weer. Dan wil je dat terugwinnen. Tien werd vijftig euro, honderd, tweehonderd. En dan heb je geen geld meer op je rekening.”

De bedragen werden groter: vijfhonderd, achthonderd euro. Hij zette alles in wat hij in een maand binnenkreeg aan studiefinanciering en het salaris van zijn werk bij de klantenservice van de Staatsloterij. „In het begin zorgde ik dat er voldoende geld overbleef om rekeningen te kunnen betalen. Maar ik werkte voor niets, dat was frustrerend.”

Na drie jaar veranderde hij van studie. Bestuurskunde, om daarna de master sportmanagement te doen. Dat zou beter bij hem passen. In datzelfde jaar ging hij twee maanden op reis: backpacken door Indonesië. Spannend, want hij zat nog midden in zijn verslaving. Maar hij wilde zichzelf nieuwe energie geven. „Uit die eenzaamheid komen.” Door af en toe een deel van zijn salaris over te maken naar zijn vader had hij 3.000 euro gespaard.

Het werden de gelukkigste maanden van zijn leven. „Het was perfect. Ik kon gewoon mezelf zijn. Ik heb de ramadan gedaan en Suikerfeest op een eiland gevierd met andere moslims. Ik heb backpackers uit Duitsland leren kennen, uit België, uit Canada – en ik kom uit de Schilderswijk! Ik heb dingen gezien waarvan ik nooit had durven dromen dat ik ze zou zien: koraal, een onbewoond eiland. En die vrijheid. Elke dag ontmoette ik een nieuw persoon, elke dag zag ik een nieuw landschap.”

Eenmaal terug zat hij weer snel in zijn oude patroon. Dit keer met een creditcard. Een paar weken na zijn reis had hij de limiet van 1.000 euro vergokt. Toen dat de volgende maand werd afgeschreven, stond hij 1.000 euro in de min. Hij had accounts bij wel twaalf sportwedsites. Er kwamen rekeningen, aanmaningen, hij liep steeds achter de feiten aan. Soms leende hij studiefinanciering bij; 3.000 euro in totaal. Een paar maanden na zijn reis blokkeerde de bank zijn creditcard. „Dat was relaxed”, zegt hij nu.

Vorig jaar ging Amakran drie maanden niet meer naar school. Niks interesseerde hem meer. Zijn dagen bestonden uit sporten (alleen dan had hij geen hoofdpijn), nadenken, op bed liggen en gokken. Hij sliep veel maar onregelmatig en was altijd moe. Zijn gedachten maakten hem gek. „Ik zag mijn leven steeds aan me voorbij flitsen, de fouten die ik had gemaakt. Ik had het gevoel dat ik mislukt was; ik zou wéér een jaar studievertraging oplopen.”

De vrolijke gezichten op Facebook maakten hem jaloers. Hij had geen doel en er was niemand om te bellen als hij ergens mee zat. „Ja, mijn ouders, mijn broertje. Maar je bent een man, je wilt sterk zijn.”

Tijdens het gokken voelde hij zich niet alleen. Hij was verdoofd. Winnen bezorgde hem een roes, verliezen gaf hem een kort lontje. Vooral zijn ouders, die hem zagen wegglijden maar hem moeilijk konden bereiken, kregen er dan van langs.

Na die drie maanden sprak hij zichzelf toe: komend studiejaar moet het anders. „Ik zag het als mijn laatste kans. Ik had zo’n 25.000 euro vergokt. Ik heb tegen mijn broertje gezegd: jij moet mijn rekeningen beheren, want ik kan het niet. Ik had nog wel een bankpas, met maar negen euro. Vanaf tien euro kun je onlinegokken.”

Dat was eind juli vorig jaar. Sinds een paar weken beheert hij zijn eigen rekening weer. Hij voelt zich er rustig onder. Mocht hij de verleiding weer voelen, dan geeft hij zijn pas weer aan zijn broertje.

Hij kwam „eruit”, zoals hij het zelf zegt, door de hulp van zijn broertje en zijn geloof; zijn fundering. „In de Koran staat: iedereen wordt getest. En zo zie ik dit ook. Stel dat ik nu twee masters had en een topbaan, dan had ik me ook ongelukkig kunnen voelen. Dit heeft moeten gebeuren.”

Positieve gedachten („ik kan dit, ik kan dit”) en ambitie houden hem op het goede spoor. Het liefst zou hij een stichting oprichten om sportprojecten te beginnen in ontwikkelingslanden. Een succesverhaal is dit nog niet, zegt hij – het gokken is opgelost, maar die depressie is niet helemaal weg. Zijn hoofd is óf leeg óf vol. Gedachten gaan altijd door, ook ’s avonds – hij slaapt slecht. Negentig procent van de gesprekken die hij voert, voert hij met zichzelf. Dan weer is geen berg te hoog, dan weer is alles zwaar en donker. „Ik zit er eigenlijk nooit tussenin.”

Hij heeft haast. Het voelt alsof hij vijf jaar heeft weggegooid. Zes keer per week fitness, voetbal, zijn studie halen. Hij zit in de sportcommissie van de islamitische studentenvereniging IQRA en wil zich aansluiten bij de GameChangers Acadamy, een netwerk van Marokkaanse-Nederlanders die iets willen betekenen in de maatschappij. Hij heeft drie baantjes: bij de Primark, op de sportschool van de Erasmus Universiteit en bij Diversion, waarvoor hij klassen vertelt over discriminatie en gokverslaving. Het geld dat hij daarmee verdient spaart hij.

Want over anderhalf jaar wil hij op wereldreis. De Facebookpagina ‘YOUS op Wereldreis’ is al gemaakt. Zo wil hij zijn negatieve ervaringen achter zich laten, zegt hij. „Het is tijd de energieke en sportieve jongen die er in me schuilt naar buiten te laten komen.”

    • Mirjam Remie