Opinie

    • Menno Tamminga

De beste bondgenoot van GroenLinks is…?

Groen en poen gaan prima samen. Maar het is wel de vraag of zich dat nu al vertaalt in een politiek akkoord voor een nieuwe regeringscoalitie. VVD, CDA, D66 en GroenLinks hebben de onderhandelingen ingezet met de laagst mogelijk verwachtingen. Het is steunen en kreunen, zo lastig liggen de standpunten. Met electorale ‘vijanden’ regeren klinkt stoer, maar of het voor de partijen over vier jaar per saldo iets extra’s heeft opgeleverd?

Maar toch… Juist nu gaan groen en poen hun eigen coalitie aan. Poen staat voor VNO-NCW, de lobby van de (middel)grote ondernemingen. Juist een deel van het bedrijfsleven zorgt voor verrassende dynamiek bij de vergroening van de economie. De kostprijs van windenergie op zee is bijvoorbeeld de afgelopen jaren verbluffend gedaald. De lage rente is daarbij een factor van betekenis. Ook de gedaalde staalprijzen voor windmolens én de grotere efficiency van die molens doen hun werk. Natuurlijk spelen ook de overheidssubsidies een rol in de gretigheid van het bedrijfsleven. Alles bij elkaar genomen stimuleren deze omstandigheden financiers en ondernemers voor investeringen in verduurzaming en vergroening.

De afgelopen jaren is wat dat betreft een cruciale horde genomen. Omdat er grote afnemers zijn van groene energie, zoals de NS, KPN en Ikea, komt er ook meer aanbod van groene stroom. Meer investeringen. Daar doet de overheid als klant ook aan mee door de levering van groene stroom aan te besteden. De vier winnaars van de aanbesteding, Nuon, Eneco, Greenchoice en Engie, moeten 30 procent van hun groene stroom in Nederland opwekken. Dat percentage moet na afloop van dit contract in 2022 verder stijgen naar 100 procent. Wat je in het groot ziet, gebeurt ook op kleinere schaal, zoals de pogingen van lokale (familie)bedrijven op Goeree Overflakkee om hun economie te verduurzamen.

VNO-NCW wil nog wel veel meer. De werkgevers presenteerden in juni vorig jaar een eigen investeringsagenda getiteld NL Next Level. Zij kijken verlekkerd naar startkapitaal dat de overheid in hun plannen moet bijdragen.

Hun plannen en die van GroenLinks vertonen duidelijk overlap. Topman Pieter van Oord, van het gelijknamige bagger- en offshore familiebedrijf (1,71 miljard euro omzet, 4.816 medewerkers) is bijvoorbeeld „ongelooflijk blij” met de investeringsagenda van GroenLinks, zei hij vorige week tegen Het Financieele Dagblad. „Werkgeversorganisatie VNO-NCW steunt dit ook.”

Werkgevers kijken verlekkerd naar startkapitaal dat de overheid in hun plannen moet bijdragen. Die plannen en die van GroenLinks vertonen duidelijk overlap

Maar ter rechter zijde van het politieke spectrum weten partijen zich hier geen raad mee. Een generatie politici is opgegroeid met bezuinigingsmantra’s en spoorboekjes van het Centraal Planbureau die geen ruimte boden voor extra investeringen, laat staan voor minder conventionele initiatieven. Zij lopen het risico een niet te missen kans toch te missen. Gezien het huidige economisch hoogtij moet de overheid nu via de financiële markten en de begroting 10 miljard euro kunnen mobiliseren als extra investeringskapitaal voor een duurzame economie. Vooropgesteld dat het bedrijfsleven, zoals VNO-NCW denkt, met een veelvoud daarvan over de brug komt. Dat zet zoden aan de dijk.

GroenLinks-leider Jesse Klaver is als nieuwkomer (nog) niet doordesemd van de onvermijdelijkheid van bezuinigingen op de begroting. Maar hij zet zich ook graag af tegen de mastodonten van de grote ondernemingen. Rare gewaarwording: zijn beste bondgenoten zitten straks niet in de regering, maar in dat vermaledijde bedrijfsleven.

Menno Tamminga schrijft elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

    • Menno Tamminga