Dat voetbal kan zo niet langer

Toen ik las dat Bruno Martins Indi met het Nederlands elftal tegen Bulgarije zou spelen, vreesde ik al dat het niets zou worden. Ik heb hem altijd een povere verdediger gevonden, die het niet kan laten fatale fouten in cruciale wedstrijden te maken.

Zonder enige positieve verwachting nam ik zaterdagavond dan ook voor de beeldbuis plaats. En daarom was ik de enige Nederlander die na afloop moest erkennen dat er toch nog één lichtpuntje was geweest: Bruno Martins Indi! Althans, hij was een van de minst slechte spelers.

Tegelijkertijd besef ik dat ik met deze constatering een vernietigend oordeel over dit Nederlands elftal vel. Een elftal waarin Martins Indi niet een van de zwakste broeders is, kan nooit een goed elftal zijn – kan daarom zelfs niet van een matige tegenstander als Bulgarije (71 op de wereldranglijst) winnen.

Na de wanvertoning vroeg een verslaggever aan Martins Indi of de bondscoach nog wel het vertrouwen van de spelers had. Martins Indi vond het een ongepaste vraag en liep boos weg. Hij had groot gelijk. De vraag had moeten luiden: heeft de bondscoach nog wel het vertrouwen in deze spelers?

Als ik de bondscoach was, zou ik tegen de KNVB zeggen: „Jongens, jullie hebben het zelf gezien: zo kan het niet langer. Ik wil best blijven, maar dan zal er heel wat moeten veranderen. Ik stel voor dat we vrijwel alle spelers op staande voet ontslaan. Zij komen nooit meer in aanmerking voor enig vertegenwoordigend elftal, de transseksuelen onder hen zelfs niet voor het Nederlands vrouwenelftal.

„Mijn zoon Daley mag blijven, niet omdat hij zo goed is, maar omdat hij mijn zoon is en je zoon blijft je zoon. Keeper Zoet laten we rustig in Eindhoven, want die kan zelfs niet fatsoenlijk uittrappen.

„Die rechtsback van Feyenoord, ik kom niet zo gauw op zijn naam, maar hij voetbalt als een kip met tatoeages en hij mag wat mij betreft verzuipen in de Kuip. In de verdediging is verder alleen plaats voor Martins Indi, omdat ik vind dat elke organisatie bereid moet zijn werknemers-met-beperkingen in dienst te nemen.

„Op het middenveld doen we iedereen in de aanbieding. Sneijdertje is een voetballende opa geworden, die nog maar lucht heeft voor één kwartier. Strootman kan alleen maar dreigend kijken, zijn enige kwaliteit waarvoor de tegenstander bang hoeft te zijn. Klaassen is een typische Ajax-voetballer: zwaar overschat door vooral de Amsterdamse pers; hij is alleen goed tegen tegenstanders als De Graafschap, en zelfs dat niet altijd. Ook Wijnaldum valt in belangrijke wedstrijden bijna altijd tegen.

„In de voorhoede hebben Promes en Dost onder mijn leiding nog nooit één bal goed geraakt – weg ermee. Robben heeft zijn beste tijd gehad, maar ik wil hem om nostalgische reden voorlopig handhaven.

„Wie er verder nog mogen blijven? Matthijs de Ligt natuurlijk. Ik weet zeker dat hij in zijn lange carrière nooit meer zó slecht zal spelen als tegen Bulgarije. Ik wist dat hij grote fouten zou maken, maar daar leert hij van – daarom heb ik hem opgesteld.

„We moeten naar de toekomst kijken. Daarom wil ik jullie voorstellen dat we de komende vijf tot tien jaar geen enkele interland meer spelen – in afwachting van een nieuwe generatie die ons, onder aanvoering van mij en Matthijs de Ligt, eindelijk wereldkampioen zal maken.”