Recensie

Het kán, een opera over onze tijd

Opera Forward Festival The New Prince laat zien dat opera ook geschikt is voor de verhalen van nu.

Foto Marco Borggreve

Wat is opera? Muziektheater door zangers en orkest, als genre 400 jaar oud. Maar óók geschikt voor verhalen van nu, en mensen van nu. Dat is, in het kort, wat De Nationale Opera met zijn Opera Forward Festival wil communiceren. Met succes, want de eerste editie trok vorig jaar 29 procent nieuw, jong publiek en ook zaterdag lag de leeftijd in de Stadsschouwburg zeker vijftien jaar lager dan doorgaans.

De opera The New Prince, door regisseur Lotte de Beer (33) omschreven als een „hele geile dystopische revue”, is dit jaar de grootste attractie van het OFF-festival. De handeling kon niet flitsender zijn, dankzij het geestige libretto van Washington Post-journalist David Ignatius, die ook thrillers schrijft (met Ludlumiaanse titels als Het Suleiman Spel of Het Teheran project).

Ignatius bedacht een intelligent plot, dat het heden tijdloos maakt. Machiavelli (Joshua Hopkins) wordt anno 2032 door Vrouwe Fortuna (onvergetelijke rol van de hoogzwangere Karin Strobos) uitgedaagd zijn boek Il Principe te actualiseren, opdat het als leidraad kan dienen voor ‘Mega-Sire’ Wu Virtu – wankelend heerser van megacontinent Amerasiopia. In drie aktes spiegelt Machiavelli hem lessen voor uit het (recente) verleden. Hoed je voor revolutie (1), seksuele driften (2) en het botsen van beschavingen (akte 3). En dus zien we Lewinksy (lekker krolse Nora Fischer) met Bill – en de sigaar. Hitler, Mao en het Tahrirplein. Prins Saud al-Faisal met zijn wijze diplomatie. Osama en Cheney die een showtrap afdalen en zingen in canon, elk evenzeer overtuigd van eigen gelijk (I did the right/I was strong/ Virtue was my guide).

De teaser van The New Prince.

The New Prince bewijst effectief dat het kán: een opera aan de ader van onze eigen tijd. Enig probleem: in het libretto (2015) wordt gehint op een verkiezingsoverwinning door Hillary Clinton. Maar dat heeft regisseur De Beer opgelost door Trump als mimespeler toe te voegen, die Hillary gemeen een globe ontfutselt.

Is The New Prince nog opera, in strikte zin? Die vraag moet zeker opgeworpen worden. De muziek (versterkt gezongen!) van componist Mohammed Fairouz (1985) is kameleontisch dienstbaar en lekker toegankelijk – met echo’s van Lloyd Webber, Bernstein en Glass. In de Dan Brown-achtige proloog tuimelt hij over de grens van de kitsch, maar in de aktes die volgen regeert bewondering over de virtuositeit van het samenspel tussen muziek, tekst en regie.

Ronduit een meesterproeve is het, dat Lotte de Beer in deze razende, bonte muziektheatrale parade visuele eenheid weet te scheppen, en je om details óók nog regelmatig hard laat lachen.

Om een nieuw publiek warm te krijgen voor opera is The New Prince ideaal

Dan kun je aantekenen dat de orkestrale begeleiding door het Residentie Orkest onder Steven Sloane niet wars is van rafeltjes en dat de meer abstracte kanten van opera – betovering, fantasie – bij zoveel flitsende actualiteit ver weg zijn. Maar dat zou net zoiets zijn als Stieg Larsson verwijten dat hij niet de ironie van Thomas Mann bezat. Om een nieuw publiek warm te krijgen voor opera is The New Prince ideaal. En dat DNO deze productie nog succesvol zal doorverkopen, lijkt een zekerheid.

De Beers andere festivalproductie Caliban, eveneens elektronisch versterkt, is het tegendeel van The New Prince: minimaal bezet (12 musici, 4 zangers) en in de decors ultra low-budget. Maar ook hier slaagt De Beer erin haar zangers en de geweldig acterende Sandy Oliver (Prospero) optimaal te motiveren. Dat Caliban, vrij naar Shakespeare, als geheel niet overtuigt ligt ook zeker niet aan de prima zangers (fraaie Michael Wilmering in de titelrol). Het is het werk zelf dat eenheid en lijn mist. De gevoelige inboorling Caliban is te schetsmatig uitgewerkt en het libretto zoemt uit waar je vaart verlangt, of jaagt juist een plotlijn erdoor die meer tijd nodig heeft. Te hybride is ook de partituur van Moritz Eggert, die met zijn inventieve instrumentatie (accordeon, contrabasfluit, marimba) zo vrijpostig huppelt tussen stijlen en zo gretig gebruik maakt van octaafsprongen dat je overkoepelend balans mist.

Maar een festival als dit is er voor experimenten.

    • Mischa Spel