Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Dochter twee

We keken naar de laatste aflevering van Klem op NPO1. Barry Atsma was een lijk aan het begraven in de tuin toen de vriendin zei dat ik nu toch echt de verloskundige moest bellen. Lonneke („de aardige”) had dienst, dat stelde gerust. Ze hoefde maar even te voelen om te constateren dat „het” kwam.

Naar het ziekenhuis.

De vriendin onderuit in de Fiat Panda van Lonneke, ik met twee tassen en een maxi-cosi per taxi er achteraan.

De taxichauffeur had ook kinderen.

„Eerste kind?”, vroeg hij.

„Tweede.”

Blik van verstandhouding.

„Ja, dan is het wel over, hè?”, zei hij voor het stoplicht bij Bar Bukowski, waar ze tot op de stoep stonden te drinken. „Ik kijk echt uit naar het moment dat de jongste naar de kleuterschool gaat, slopers zijn het. De jus gaat er wel een beetje af, van je relatie.”

„Jeu”, zei ik, „niet jus.”

In verloskamer 2 waren er inmiddels drie: een verloskundige, de kraamhulp en een stagiair die zei dat ze alleen maar observeerde. De vriendin ving weeën op. De verloskundige pufte mee: „Deze-wee-komt-nooit-meer-te-rug.” De vriendin: „Die doe ik niet. Ik doe: ‘Altijd is Kortjakje ziek’.” Een paar kwartier later zong ik het ter ondersteuning hardop mee.

De vriendin: „Stop daarmee!!”

De kraamhulp: „Ja, alsjeblieft zeg!”

Er was daar een bankje met plastic kussens waarop ik tussendoor lag.

Ik speelde met mijn telefoon, iedereen liet me met rust nu, behalve iemand uit de open inrichting Arnhem die nog zonder kaarten voor de bekerfinale van Vitesse zat.

„Hallo!? – Hallo! – Regel effe wat?! – App terug!”

Dochter twee arriveerde met zacht gereutel.

Nieuwe woorden: palpatie en stolsel.

Ik was veel vergeten, vooral hoe klein en kwetsbaar nieuw leven is en hoe onbelangrijk al het andere is.

Onderzoeken – wegen – wassen – hangen – bellen – oplader vergeten – beschuit met muisjes – thee. Alles in haast want voor twee uur in de middag moest de kamer „technisch leeg”.

Tegen de avond vond ik mezelf, duizelend van geluk en slaapgebrek, met een boodschappenlijstje in winkelcentrum Diemerplein. Op de weg naar huis één biertje om het te vieren in het buurtcafé.

„Duurde zeker lang?”, vroeg de barkeeper naar de bekende weg. Hij herinnerde zich de geboorte van zijn dochter. „Was de daghap boerenkool, had ik veel te weinig rookworsten gehaald.”

Wat hij maar wilde zeggen: je bent de regie een beetje kwijt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen