De lust van lezen

Literatuur In de boekwinkels is nu veel aandacht voor erotiek: de Boekenweek heeft als thema ‘verboden vruchten’. Hoe gaat het met het erotische verhaal? En wat voor rol speelt die nog in de literatuur?

‘Ik kan alles weerstaan”, zei Oscar Wilde, „behalve verleiding.” Velen hebben daaraan toegevoegd dat de verleiding van een verboden vrucht onweerstaanbaarder is dan welke verlokking dan ook. Wat dat betreft heeft het christendom veel voor de mensheid betekend. Door zo ongeveer alles wat lekker is als zondig te bestempelen, heeft het intens bijgedragen aan de genietingen van de vleselijke lusten.

Iedereen heeft het tegenwoordig over ‘nudging’, slinkse trucjes waarmee de overheid en bedrijven ongemerkt het gedrag van burgers en consumenten beïnvloeden. De meest effectieve vorm van nudging is zo oud als de zondeval. Als je iets van de mensen gedaan wilt krijgen, moet je het verbieden. De doeltreffendste vorm van leesbevordering voor de jeugd is het verbieden van boeken. En als je niet wilt dat ze aan de drugs gaan en op hun tienerkamertje naalden in hun arm steken terwijl ze plaatjes achterstevoren afdraaien, dan moet je dat van elke sex-appeal ontdoen door het algemeen gangbaar te maken. Geen enkele tiener wil nog op Facebook sinds zijn tante daar ook op zit. Tantes zijn ideaal voor negatieve nudging.

Nu we het toch over leesbevordering hebben, moet gezegd dat ook in dat opzicht in het verleden veel goed werk is verricht door de Heilige Moederkerk. Gerrit Komrij heeft mij wel eens verteld dat hij intens dankbaar was toen hij in zijn jonge jaren stuitte op de katholieke index van verboden boeken. Toen wist hij precies wat hij moest gaan lezen. Mijn oude leraar Latijn, die een groot didacticus was, sloeg bij de lectuur van Ovidius soms met opzet een pikante passage over. Hij wist dondersgoed dat wij die regels diezelfde middag nog thuis met ons woordenboekje en rode konen van opwinding zouden gaan zitten vertalen. Later koesterde ik een oude tekstuitgave van de gedichten van Catullus, waarin de editor bepaalde gedichten had weggelaten ‘that are of no interest to an English reader’. Ik had een lijstje aangelegd van de omissies om die vervolgens in mijn moderne teksteditie na te slaan.

Lees ook: Verbeelding als anker, maar ook als strop

Als we het over leesbevordering hebben, komen we vroeg of laat te spreken over de Stichting CPNB. Liever laat, dat geef ik toe. Daarom vertel ik eerst nog iets over Anne Frank. Zij schrijft op 29 juli 1943 in haar dagboek dat ze ruzie krijgt met meneer Pfeffer en mevrouw Van Pels, twee van haar mede-onderduikers in het Achterhuis, omdat zij een boek leest waarvoor zij volgens hen nog te jong is. Hun argumentatie is interessant. Anne Frank citeert hun verwijten als volgt: „Later als je ouder bent, heb je nergens meer plezier in. Dan zeg je: ‘Dat heb ik twintig jaar geleden al in boeken gelezen.’ Je moet je maar haasten, wil je nog een man krijgen of verliefd worden, jou valt zeker alles tegen. Je bent in theorie al helemaal volleerd.”

Wat zo boeiend is aan deze passage, is dat literatuur gevaarlijk wordt geacht, niet zozeer omdat zij de jeugd op verkeerde gedachten zou brengen, maar precies omdat het de juiste gedachten zijn. Literatuur brengt kennis en die kennis is gevaarlijk. Het leven moet een verrassing blijven en literatuur wordt gezien als een volwaardig substituut voor de empirische ervaring in zoverre zij de verrassing kan verpesten. Volgens deze gedachtegang is literatuur werkelijk de verboden vrucht aan de boom van kennis in het paradijs van onschuld wier consumptie de zondeval betekent.

Illustratie Tammo Schuringa

Dit alles maakt duidelijk dat de Stichting CPNB in haar missie collectieve propaganda te bedrijven voor het Nederlandse boek de vinger precies op de zere plek legt door de verleiding van de verboden vrucht als thema te kiezen voor de komende Boekenweek. Ten eerste bedrijft zij averechtse nudging door het ontleesde volk de boeken bijkans door de strot te duwen. Belangrijker is nog is dat de literatuur niet langer het alleenrecht heeft op de onthulling van subversieve, geheime, pikante en gevaarlijke kennis in tijden waarin alles al op internet staat. Vooral als we aan seks denken. En dat is natuurlijk de bedoeling van de Stichting CPNB, dat we bij het thema vooral aan seks denken. De uitgeverijen hebben dat in elk geval goed begrepen en laten zich de kans niet ontglippen om voor de Boekenweek allerhande erotisch getinte uitgaven op de markt te brengen. Boeken om met één hand te lezen, zoals Katja Schuurman dat schalks formuleerde op televisie.

Want wat kan literatuur op erotisch vlak toevoegen aan de overweldigende hoeveelheid vrijelijk beschikbare porno op internet? Het begin van een antwoord op die vraag is in het pre-internettijdperk al gegeven door Joost Zwagerman in zijn studie Pornotheek Arcadië. Hij wijst er terecht op dat de wereld van de porno eigenlijk, paradoxaal genoeg, een paradijs van onschuld representeert. Porno is idyllisch, zoals de titel van studie suggereert. Het neuken gaat altijd fantastisch. Niemand wordt afgewezen. Iedereen is mooi, geil en gewillig. Faunen en nimfen bespringen elkaar dat het een lieve lust is met glimmend stijve lullen en eeuwig vochtige kutjes en het is één groot kreunend Boekenbal. Niemand heeft hoofdpijn, niemand heeft angsten of remmingen, niemand heeft onwelkome bijgedachten aan zijn tante.

Lees ook: Boeken-erotiek is overbodig

Het verboden terrein dat de literatuur kan ontsluiten, is de wereld van de problemen, de bijgedachten en de mislukte seks. De literatuur kan laten zien wat zich afspeelt in de hoofden terwijl de daaraan vastgeklonken dampende lichamen zwetend aan het ploeteren zijn. De werkelijkheid die tegenvalt bij de verwachtingen die porno heeft gewekt, zoals de werkelijkheid volgens Pfeffer en Van Pels alleen nog maar kon tegenvallen na de lectuur van de verkeerde boeken, – precies dat is het terrein van de literatuur.

En humor. Porno is nooit om te lachen. Literatuur kan het lachwekkende van seks laten zien. Misschien wilt u mij toestaan dat ik afsluit met een boek dat ik u met klem zou willen verbieden te lezen. Het is een schandalig boek dat ooit in 1972 door de perverse Arbeiderspers is gepubliceerd en dat nu nooit meer zou worden uitgegeven vanwege de leeftijd van de protagoniste en vooral vanwege de ontoelaatbare, subversieve en ronduit gevaarlijke combinatie van expliciete porno en humor. Het is getiteld Mieke Maaike’s obscene jeugd en geschreven door de viespeuk Louis Paul Boon.

    • Ilja Leonard Pfeijffer