Opinie

    • Maarten Schinkel

Begrotingsoverschot Nieuw kabinet moet de weelde weerstaan

Zelden kende een nieuw kabinet zo’n weelde: welke coalitie er ook wordt gevormd, de nieuwe ploeg kan rekenen op een begrotingsoverschot van zo’n 3,5 miljard euro in 2017. De prognoses die het Centraal Planbureau vrijdag deed in het jongste Centraal Economisch Plan zijn ook voor de rest overwegend gunstig: een gezonde economische groei, dalende werkloosheid en stijgende lonen. Nadelig is dat dit niet direct terugkomt in een stijgende koopkracht.

De rooskleurige toekomst die de economie volgens het CPB laat zien, mag echter geen reden zijn om alle begrotingsruimte volledig te gaan benutten. De verleiding zal groot zijn. Bij een complexe formatie is een grote hoeveelheid extra geld in principe een goed smeermiddel. Maar er zijn kanttekeningen.

De internationale politieke risico’s zijn groot. Het Britse afscheid van de EU is lastig te overzien. In de Verenigde Staten zit een onvoorspelbare regering-Trump. Er zijn verkiezingen in Frankrijk, Duitsland en wellicht ook Italië die het verschil kunnen maken tussen dag en nacht. Tegelijkertijd begin de Europese Centrale Bank dit jaar met het terugschalen van het uitzonderlijk soepele monetaire beleid, dat moeilijk te ramen gevolgen heeft voor de economie en de integriteit van de euro zelf.

Nederland wordt op dit moment sterk beïnvloed door dat beleid, dat allang niet meer bij onze economische fase past. De huizenmarkt, die sterk van invloed is op de economie, wordt er door opgejaagd. Spaarders lijden: deze week hoorden klanten van de Triodos-bank dat zijn geen rente meer ontvangen. Pensioenfondsen moeten rekenen met een rentevoet die hen dwingt zeer zuinig te zijn met uitkeringsvoorwaarden.

De prognose van het begrotingsoverschot is niet meer dan een leidraad. Het CPB heeft zichzelf geen dienst bewezen door nog afgelopen september een tekort van 1,1 procent van het bbp te ramen voor 2016, dat nog geen vier maanden tijd een overschot van 0,3 procent bleek te zijn. De sterk aangetrokken werkgelegenheid wordt aangewezen als oorzaak van deze ommezwaai. Maar het maakt voorzichtig met het al te letterlijk nemen van prognoses voor de naaste toekomst.

Het begrotingssaldo is dus onzeker, in een labiel internationaal klimaat waar het bovendien moeilijk te voorspellen is wat het effect is van veranderingen van het monetair beleid op de Nederlandse economie. Daar bovenop komt nog dat het niet aan te bevelen is om veel extra overheidsgeld te gaan spenderen nu het crescendo gaat. Een boom-bust-economie wil niemand. Dat noopt tot voorzichtigheid. Hopelijk dringt dit ook door tot de formatiebesprekingen.

    • Maarten Schinkel