Opinie

    • Daan Roovers

Wie zijn kind liefheeft, verdiept zich in de wereld

Om in de geest van Rousseau kinderen niet te confronteren met wereldleed, is het ontlopen van je ouderlijke verantwoordelijkheid, schrijft . Leer het kind juist liefde voor de wereld te koesteren.
Illustraties Cyprian Koscielniak

Er zijn dagen dat ik opzie tegen kwart voor zeven, het tijdstip dat het Jeugdjournaal begint. Zoals afgelopen woensdag, de dag dat, precies een jaar na de aanslagen in Brussel, een aanslag werd gepleegd in het centrum van Londen. Een jaar geleden was ik er met ons gezin op vakantie, drie weken geleden liep ik er nog alleen.

Mijn kinderen van zeven en negen zijn nieuwsgierig naar de wereld; elke avond om kwart voor zeven zitten ze klaar voor het Jeugdjournaal. Vaak kijken ze ook op school. Dat betekent dat weinig in de wereld hen ontgaat.

Soms gaat het over nieuws dat ik zelf nauwelijks aankan. „Mama, in Duitsland is een jongen van twaalf opgepakt die een aanslag wilde plegen op een kerstmarkt!” Echt? Een jongen van twaalf? Zo oud zijn sommige klasgenoten van mijn oudste in de bovenbouw. Of over kinderen die tijdens een overtocht naar Europa op een gammel bootje zijn verdronken in de Middellandse Zee. Of over een uitspraak van Wilders over minder Marokkanen. Bij al deze gebeurtenissen stel ik mij de vraag: wat betekent het voor onze kinderen en hun wereldbeeld?

Ik besprak mijn dilemma laatst met een andere ouder. „Ik ben er eigenlijk op tegen dat de kinderen op school naar het Jeugdjournaal kijken. Ik wil niet dat ze worden lastiggevallen met het nieuws”, stelde hij. En hij voegde eraan toe: „Sinds ik kinderen heb, ben ik zelf gestopt met het volgen van het nieuws. Ik heb er geen tijd meer voor en bovendien word ik er alleen maar somber van.”

Sinds kinderen hun eigen nieuwsmedium hebben, het Jeugdjournaal, en zelf allerlei informatie op internet kunnen vinden, hebben ouders er een taak bij – en die is nog niet doorgedrongen in de opvoedkundige adviezen van dokter Spock en zijn collega’s. Uit onderzoek blijkt dat een op de acht kinderen regelmatig wakker ligt van het Jeugdjournaal. Eén op de acht… Ik vind dat heel veel.

En ik vind het ook heel logisch want het Jeugdjournaal is geen kinderprogramma maar een nieuwsprogramma. Alles komt aan bod. Maar als zelfs volwassenen al amper gewapend zijn tegen de machteloosheid die de continue nieuwsstroom met zich meebrengt, vraag ik me af hoe we onze kinderen kunnen vrijwaren van sombere gevoelens.

Niet alleen hebben we amper ervaring met het opgroeien van wereldwijze kinderen, het lijkt ook weinig prioriteit te hebben. Het is opvallend hoeveel aandacht er in de opvoedkundige literatuur wordt besteed aan de impact die het kijken naar nep-geweld in films en games heeft in verhouding tot het zien van echt geweld op het journaal en internet.

De realiteit komt er bekaaid af.

Een denker die pedagogiek en politieke filosofie in zich verenigt en zich over vergelijkbare vragen boog, is Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Rousseau was een zeer scherp criticus van zijn tijd; hij bekommerde zich over de toestand van de democratie, over sociale ongelijkheid en zette zich af tegen de elite – hij zou vrijwel al zijn politieke opvattingen in 2017 ongewijzigd kunnen herhalen. Maar minstens zo invloedrijk als zijn sociale denkbeelden is zijn ‘opvoedklassieker’ Emile (1762), over de kleine jongen Emile, die alleen met zijn opvoeder opgroeit in het bos. De jongen wordt groot buiten de samenleving: tot zijn achttiende jaar leert hij alleen van de natuur en zijn opvoeder.

Rousseau kiest ervoor om de confrontatie tussen het kwetsbare kind en de niet altijd vriendelijke buitenwereld zo lang mogelijk uit te stellen. Want contact met anderen en met de wereld, dat zou deze kwetsbare jongen alleen maar schaden.

Ik begrijp die gedachte wel. Er zijn dagen dat ik het Jeugdjournaal ook liever oversla en alle invloeden van buiten wil tegenhouden. Dat is ook de houding van de vader op het schoolplein: val de kinderen er niet mee lastig. Maar onze kinderen groeien niet op in het bos en we kunnen ze niet tot hun achttiende onwetend houden. Vanaf het moment dat ze toegang tot tv en internet hebben, en is dat al heel jong, breidt hun horizon zich razendsnel uit – en daarmee dus ook de verantwoordelijkheid van hun ouders en school.

De informatie-explosie waarmee televisie, internet en sociale media ons de laatste jaren hebben opgezadeld, komt vooral tot ons via de verte-zintuigen , gehoor en zicht. Bij Rousseau draaide elke indruk nog om eigen ervaring, maar in de door media bemiddelde wereld betekent het begrip ‘ervaring’ iets heel anders.

„Het kunstmatig opgerekte zintuiglijk bereik heeft zich volledig van het handelingsbereik losgemaakt. Je kunt er handelend niet meer afdoende op reageren, met andere woorden: je kunt de opwinding niet meer in daden omzetten en afvoeren”, schreef de Duitse filosoof Rudiger Safranski in 2003 in zijn essay Hoeveel globalisering verdraagt de mens?

In deze tijd van globalisering is het existentiële onderscheid tussen het nabije (dat wat van levensbelang is) en het verre (dat wat ondergeschikt is) verminderd of zelfs tenietgedaan. Dat geeft onrust. Het verre komt nabij, zeker als het in de huiskamer wordt gebracht door een goede bekende van de televisie. Bij het Jeugdjournaal is dat zelfs doelbewuste strategie; bij groot nieuws in het buitenland, zoals de aanslagen in Nice afgelopen zomer, stuurt het een eigen correspondent er heen, opdat ook het nieuws van ver weg zo herkenbaar mogelijk tot ons komt, het liefst verteld door kinderen. Zo komt wat van ver komt, toch heel dichtbij. En dat maakt het alleen nog maar verwarrender.

Om al die indrukken te verwerken moet je ze een betekenis kunnen geven, een plaats geven in je universum waardoor je in de overdosis aan informatie overeind blijft en je kunt oriënteren. Wat raakt je? Wat leg je naast je neer? Wat vind je belangrijk? Met de uitbreiding van hun horizon beginnen kinderen geleidelijk met het ontwikkelen van een wereldbeeld – daarbij kunnen hun opvoeders niet aan de zijlijn blijven staan. De verantwoordelijkheid van ouders houdt niet op op het moment dat kinderen geen knikkers meer in hun mond steken en veilig de straat kunnen oversteken.

Ouders en scholen hebben een taak in de vorming van het wereldbeeld van hun kinderen. Daarvoor moeten ze in de eerste plaats zelf geïnteresseerd blijven in de wereld om hen heen. En daar met hun kinderen over praten.

Education, educatie komt van het Latijnse ‘educere’ dat ‘naar buiten leiden’ betekent. Opvoeden is naar buiten brengen, voorbereiden op het betreden van de wereld. Ouders en scholen moeten kinderen niet alleen ‘grootbrengen’, zorgen dat ze groot, sterk en zelfstandig worden, ze moeten ook zorg dragen voor de wereld waarin hun kinderen opgroeien, meent filosofe Hannah Arendt (1906-1975). Ze schrijft: „In het eerste geval is onze belangrijkste zorg het welzijn van het kind. In het tweede geval zijn we met name betrokken bij de toedracht in de wereld op het moment dat dit specifieke kind deze wereld in komt.”

Opvoeden gaat niet alleen over kinderen, aldus Arendt, het gaat ook over de wereld.

Juist ouders zouden zich moeten bekommeren om de wereld waarin hun kinderen opgroeien. Ze zouden zich, ondanks hun volle agenda’s, niet minder maar juist meer moeten engageren. „Amor mundi”, noemt Hannah Arendt dat: liefde voor de wereld koesteren. Door je opvattingen te confronteren met andere opinies, door nieuwsgierig te zijn naar het leven elders, door je te verdiepen in het klimaat, bijvoorbeeld.

Dat vraagt om een open blik en een zeker optimisme. Juist in de opvoeding wordt bepaald hoe we ons tot de wereld verhouden. In The crisis in education schrijft Arendt: „In de opvoeding wordt beslist of wij genoeg van de wereld houden.”

    • Daan Roovers