Opinie

    • Hugo Camps

Vuur

Een jaar na het overlijden van Johan Cruijff is de Arena nog altijd de Arena. De Verlosser mag niet in stenen worden aanbeden. De herinnering aan zijn genialiteit blijft wolk. Je kan het alleen uitleggen aan boekhouders en kruideniers, normale mensen hebben de naam van het stadion allang verwisseld. In hun hart. Het Johan Cruijff Stadion bestaat, de letters doen er niet toe.

Burgemeester Eberhard van der Laan spreekt van een schande en Ronald Koeman ziet Johan Cruijff nog elke dag voorbijkomen in Liverpool. In voetbalcafés wordt het Cruijfftaaltje nog veelvuldig nagebootst. De geest van JC waart even soeverein rond als bij leven.

Uit Zeist horen we niets. Het kan de KNVB allemaal niet schelen of verleden en toekomst in brokstukken uit elkaar vallen. De heren hebben het te druk met hun bollenwinkeltje, met hun relationele animositeit. Deze sportbond is een draak zonder kop. Jarenlang hebben ze zich kunnen verschuilen achter het succes van het Nederlands elftal. Nou ja, aan de verwachting van succes. De laatste tijd was het ook daar een rommeltje. Met als tristesse de afwezigheid op het EK in Frankrijk.

Het is een beetje rustiger geworden rond Oranje. Niet dat er meteen sprake is van een harmoniemodel, maar de ruige afrekeningen blijven achterwege. Bondscoach Danny Blind heeft meer grip gekregen op de ego’s van Oranje. Hij wordt in zijn beslissingen niet meer frontaal gecontesteerd. Blind zal nooit de uitstraling van een halfgod hebben, maar hij heeft vrijheid en vrijpostigheid veroverd. Hij kan zaterdag Wesley Sneijder op links laten draven, tegen de zin van de nummer 10 in. Dat durfde hij luttele maanden geleden niet.

Zijn selectie voor de wedstrijd tegen Bulgarije heeft weinig rumoer uitgelokt. Toch heeft de bondscoach een eclatante overwinning nodig om het Oranje-gevoel weer een impuls te geven. Want dat ligt er al met al wat slaperig bij. De koorts van patriottisme heeft zich verplaatst naar Formule 1-coureur Max Verstappen. Hij is de nieuwe vedette in de Nederlandse sportdelta.

Sportkranten gingen deze week collectief buurten bij Rafael van der Vaart in Jutland. Het had iets wanhopigs: het ontbreekt de huidige selectie van het Nederlands elftal aan een vedette met een levensverhaal. Van der Vaart mag dan in een inferieure competitie voetballen, hij heeft nog steeds de schubben van oude glorie. En hij kan mooier spreken dan zijn Amsterdams accent laat vermoeden.

De enige legende van Oranje die nog actief is, luistert naar de naam Arjen Robben. Hij heeft flitsen van wereldklasse, speelt voor een club met internationale uitstraling. De laatste weken waren zijn doelpunten bij Bayern München weer pareltjes. In close-up heeft hij een veteranengelaat, maar in snelheid en grilligheid is hij een jong veulen gebleven. Onberekenbaar in zijn vaste snij- en dribbelkunst.

Toch is ook Robben niet de wervende kracht van liefde voor Oranje. Te uitgesproken Einzelgänger, hij heeft zich nooit overtuigend gemanifesteerd als absolute leider. Heel even, op het WK in Brazilië gedroeg hij zich als schaduwcoach, maar dat leek een misverstand. Robben keerde meteen terug in de plooien van het collectief. Zijn diepste eergevoel ligt trouwens buiten het voetbal.

Het is wachten op spelers en wedstrijden die weer vuur brengen in het Oranje-gevoel. Ik vrees dat ons dat in Sofia nog niet gegund zal zijn.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps