Opinie

Slimme camera’s

Beste Joseph Jackson,

I k heb uw naam onthouden van het plastic kaartje om uw nek en ik noem u hierbij in de krant. Zonder toestemming, maar u vertelde dat u niets te verbergen heeft.

We troffen elkaar woensdag op de Cebit-beurs in Hannover. Een beurs die ging over de toekomst. Virtual Reality, Artificial Intelligence, Digital Business. Er waren ruim 200.000 mensen en vlaggen met de tekst: Tomorrow never waits.

Ik liep over die beurs en u wilde mij iets ‘grappigs’ laten zien.

Een levensgroot scherm met camera’s. We keken naar onszelf. De camera zoomde in en er kwam een klein groen vierkantje rond mijn hoofd. De computer had mijn gezicht herkend en sloeg mijn gezicht nu op in de database. Naast ons stond een Japanse man, die de techniek van het systeem had ontwikkeld. Om zijn gezicht kwam een rood vierkantje. Hij was een ‘threat’. Grapje natuurlijk. Deze techniek kan in stadions, in binnensteden, op stations en op vliegvelden gebruikt worden.

De techniek herkent ook criminelen, mits ze zich hebben geregistreerd in de database.

„En als ze dat nou niet doen”, vroeg ik? „Dan kunnen we foto’s van die criminelen voor de camera houden”, antwoordde u.

Het was een kwestie van tijd voor het systeem ook kleding zou kunnen herkennen, manier van lopen, bagage. Alle informatie wordt door een computer verwerkt en daar rollen data uit. Over risico, over verdacht gedrag.

Wat is verdacht gedrag? U kon er weinig over zeggen. Dat bepaalt de computer. Maar die computer wordt geprogrammeerd. Door een mens. Die mens bepaalt wat normaal is en wat niet normaal is. Maar die mens die dat programmeert doet dat in dienst van een bedrijf. En dat bedrijf heeft de opdracht van een overheid om dat systeem te bouwen.

„En als ik nou m’n hand voor m’n gezicht hou?”, probeerde ik nog. U lachte schamper: „Het zijn slimme camera’s..”

Om een heel lang verhaal heel kort te maken. Als je een blanke man bent, in een normale jas, met een bescheiden aktetasje en je loopt in een rechte lijn over de stoep van A naar B, dan zal je omgeven zijn door groene vierkantjes om je hoofd. Steek je zonder aanwijsbare reden opeens de straat over, dan kleurt de wereld al meer rood.

Uw visitekaartje zit nog in m’n jaszak, meneer Jackson. Donderdag kwamen we elkaar weer tegen en we knikten naar elkaar.

Mijn gedachten waren bij België. Een jaar na Zaventem. In Londen moest er nog gebeuren wat er gebeurde. U zal een goede dag gedraaid hebben op de beurs.

Techniek kan toch nooit voorspellen of iemand de intentie heeft om verderf te zaaien? Daar zijn mensen voor nodig. U vertelde me nog dat er sensoren komen die meten of je een verhoogde hartslag hebt. Kan ook verdacht zijn. We staan binnenkort allemaal in de database. Tomorrow never waits.

Succes nog,

Cabaretier Jan Jaap van der Wal en schrijver Daan Heerma van Voss schrijven beurtelings een brief naar iemand die in het nieuws is. Suggestie? betrokkenburgers@nrc.nl