Brieven

Selectie voor studie

Loting is voor geneeskunde het beste om diversiteit artsen te waarborgen

illustraties cyprian coscielniak

Het artikel Jarenlang afzien voor een plek bij geneeskunde (NRC, 17 maart) beschrijft wat aankomende studenten geneeskunde moeten doen om voor hun studie toegelaten te worden. Het is helemaal niet zeker dat selectie studie-uitval voorkomt, maar geneeskundekandidaten zelf willen de loting niet terug, omdat ze het idee hebben meer invloed te kunnen uitoefenen met selectie.

Toeval speelt echter een rol bij de selectie. Hoe moet men paardrijden met gehandicapten afwegen tegen meedoen aan de Griekse vertaalolympiade? Waarschijnlijk zouden de kandidaten die niet geselecteerd worden ook wel in staat geweest zijn arts te worden. Als de selectie niet of nauwelijks voorspelt wie de studie gaat voltooien, is het ook een soort loting. Het is belangrijk om artsen te hebben met verschillende talenten en mogelijkheden, want niemand weet precies wat voor type arts nodig is over veertig jaar. Loting is de beste methode om diversiteit te waarborgen. Het bespaart bovendien de kosten van een selectieprocedure.

Veel dingen in het leven worden bepaald door het toeval, of we dat nu willen of niet. Misschien is het beter om een openlijke loting voor geneeskunde te hebben dan een indirecte.

Verlies Partij van de Arbeid

Prijs voor uitverkoop

De verklaringen voor het verlies van de Partij van de Arbeid buitelen over elkaar heen (NRC, 18/3). De teloorgang van de partij is lang geleden al begonnen. Dat was bij het naar de markt brengen van alle publieke voorzieningen, te beginnen bij de energie, de post en de trein en eindigend bij de zorg.

De Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP), de voorloper van de PvdA is opgericht in 1894. Die partij wilde de arbeiders verheffen maar ze ook maatschappelijke en materiële zekerheid bieden. En juist die zekerheid heeft de partij verloren laten gaan. Toen in de 19e eeuw nieuwe publieke voorzieningen ontstonden, zoals gas, elektriciteit, telefoon en openbaar vervoer, besloot in 1896 de radicale maar niet socialistische Amsterdamse wethouder M.W.F. Treub te stoppen met het geven van concessies aan de private bedrijven die deze voorzieningen leverden. Hij vond dat ze voor iedereen betaalbaar en daarmee toegankelijk moesten zijn, en was ervan overtuigd dat die zekerheid alleen gegarandeerd kon worden als ze onder publiek (lees: politiek) beheer kwamen. De jonge SDAP nam dit standpunt van hem over en hield er lang principieel aan vast. Een eeuw later hebben de ‘paarse kabinetten’, met steun van de sociaal-democraten, de klok teruggedraaid en de publieke diensten naar de markt gebracht. Daarmee heeft de PvdA haar achterban een wezenlijke maatschappelijke zekerheid ontnomen. De ‘vermarkting’ van de publieke diensten heeft veel mensen niet alleen het ‘wij-gevoel’ afgepakt dat hoorde bij het werken voor de post of het spoor, maar ze ook van hun baan dan wel hun baanzekerheid beroofd. En daarbij is het niet gebleven. De PvdA heeft zich niet verzet tegen de globalisering, een andere aanval op de zekerheid van veel mensen die de PvdA tot haar doelgroep moet rekenen. Het verplaatsen van bedrijven naar landen waar de productie goedkoper en de belasting lager is, kostte tallozen hun baan.

De PvdA was altijd bij uitstek de partij die maatschappelijke structuur stelde boven individueel belang en baanzekerheid belangrijker vond dan marktwerking. Door het loslaten van die sociale beginselen heeft de partij de afgelopen decennia voor veel kiezers haar basale aantrekkelijkheid verloren. Het meeregeren met de VVD en het optreden van staatssecretarissen als Van Rijn en Klijnsma hebben het gevoel dat de partij er niet meer voor hen is alleen maar versterkt en versneld.

    • Henk Slechte
    • Dieneke Hubbeling