Lopen waar iedereen al loopt

Mooi is een wandeltocht in het zuiden van Chili nog steeds. Maar avontuurlijk? Het is massawerk. „Uit elke bus stappen nieuwe toeristen. Ik hoor Spaans, Engels, Duits, Nederlands, Chinees, Noors, Russisch.”

Foto’s Istock

Vijf minuten nadat ik mijn armen heb ingesmeerd met zonnebrandcrème zijn ze al niet meer wit. Het opwaaiende stof plakt aan mijn huid; elke bus die voorbijrijdt maakt me een tint bruiner. Er staan nog zeker vijftig wachtenden voor me in de rij, in de brandende zon op het parkeerterrein van Laguna Amarga in het zuiden van Chili. Allemaal met hetzelfde doel: een toegangskaart kopen voor het nationaal park Torres del Paine. Onze rugzakken en bergschoenen nog onbemodderd, onze kleren nog zonder zweetlucht. Het is begin december, 16.30 uur, en op de weerkaart voor de komende dagen staan alleen maar zonnetjes. De ideale omstandigheden voor het W-circuit, de ongeveer 76 kilometer lange route die de vorm van een W heeft en hier vlakbij begint.

De rij achter me groeit snel: uit elke bus stappen nieuwe toeristen. Ik hoor Spaans, Engels, Duits, Nederlands, Chinees, Noors, Russisch. Ik raak met een paar mensen in gesprek. Voor niemand is dit de eerste meerdaagse bergtocht: de Amerikanen voor me in de rij hebben in Nepal de Annapurna-trektocht gedaan, en in Peru de Inca Trail. Een Italiaans meisje vertelt dat ze in Spanje de Camino de Santiago heeft gelopen, in de VS de Pacific Crest Trail en in Nieuw-Zeeland de Great Walks.

En al zijn die routes over de hele wereld verspreid, ze hebben gemeen dat ze immens populair zijn. Maanden van tevoren moet je je overnachtingsplek boeken – zeker in het hoogseizoen – en jaarlijks komen er tienduizenden tot honderdduizenden wandelaars op af.

Sommige routes hebben strenge bezoekerslimieten: de Milford Trail, de populairste van de Nieuw-Zeelandse Great Walks, laat dagelijks maar veertig ‘zelfstandige’ wandelaars toe en veertig wandelaars met gids. Maar de 1-daagse Yosemite Half Dome Hike trekt in een zomerweekend al gauw duizenden bezoekers. En op de Camino de Santiago, de beroemde pelgrimsroute naar het Spaanse Santiago de Compostella, werd in 2016 een recordaantal wandelaars geregistreerd: 278.041, ofwel ruim 760 per dag. Een jaar eerder waren het er nog ruim 15.000 minder.

Hier in Torres del Paine ligt het bezoekersaantal jaarlijks boven de 150.000. Niet iedereen doet het vierdaagse W-Circuit (of het langere O-circuit), maar vrijwel iedereen doet ten minste een dagtocht naar de belangrijkste trekpleister, de Mirador las Torres. Het felblauwe meertje, omringd door hoge, steile rotsen, is de hoofdreden dat het nationaal park zo hoog scoort in top-10-lijstjes. De Lonely Planet riep het gebied een paar jaar geleden uit tot een van de mooiste bestemmingen ter wereld, National Geographic schrijft op de site: „Hiking opportunities in Torres del Paine rank among the best in the world.

De man bij de kassa geeft me een entreeticket en een plattegrond van het nationaal park. Maar eerst moet ik net als iedereen verplicht een veiligheidsbriefing aanhoren. In een bloedheet zaaltje worden we gewaarschuwd om geen vuur te maken (op straffe van een torenhoge geldboete) en niet van de route af te wijken (de meeste doden vallen buiten de paden). „Wie nog geen slaapplaats heeft geboekt voor vannacht, kan meteen omkeren”, zegt de ranger streng. „Alle refugio’s (berghutten) en kampeerplaatsen zitten vol.”

Angst om iets te missen

Waarom wilde ik dit ook alweer? Waarom heb ik niet gewoon gekozen voor een meerdaagse, eenzame, gratis hike met mijn lichtgewichttentje in Argentinië, waar ik toch al was, maar heb ik een tien uur durende busreis gemaakt om hier in Chili te filewandelen?

De Canadese familie met wie ik ’s avonds in de refugio aan de praat raak, weet het wel. „De angst om iets te missen. Zo’n beroemde trektocht moet je gewoon gedaan hebben”, zegt Blake (20). „Je kunt niet naar het zuiden van Zuid-Amerika gaan en dan de Torres skippen. Dat is als Egypte zien zonder de piramides te bezoeken.” „Mensen die van stedentrips houden willen per se naar New York, mensen die van wandelen houden willen minstens eens in hun leven een beroemde hike doen”, vult haar moeder Catherine aan. Vader Jack: „Natuurlijk is dit toeristischer dan we thuis gewend zijn. Daar lopen we tussen de beren en de wolven. Dat is het serieuze werk, dit is een plezierreisje. Maar we vinden het sociale aspect hier leuk. Biertje?”

In plaats van de aanbevolen vier heb ik slechts drie dagen de tijd voor het W-Circuit, en stiekem hoopte ik op slecht weer zodat ik de torres kon overslaan. Een groot deel van het jaar zijn de vermaarde bergtoppen onzichtbaar, door wolken omhuld. Maar vandaag is de lucht strakblauw, en dus móét ik van mezelf naar boven. Er zit niets anders op dan er een extra lange dag van te maken: 32 kilometer, inclusief 800 meter klimmen.

Trektocht zonder avonturiersgevoel

Ik sjok naar boven, achter een vader met z’n zoontje op de rug, achter een gezin in Mickey Mouse-shirts, achter een knappe Australiër met mooie kuiten – heel even snap ik waarom filewandelen aanlokkelijk is. Maar dan verdwijnt hij met zijn getrainde benen in de verte en kijk ik naar de afzakkende afritsbroek van een Amerikaan op leeftijd.

Dus kijk ik om me heen. En toegegeven, het uitzicht vanaf het wandelpad is fenomenaal. Pluspunt: er zijn voldoende mensen aan wie ik kan vragen een foto van mij te maken met de bergtoppen op de achtergrond. Maar toch kijk ik lang zo gelukkig niet als op de mislukte selfies die ik eerder maakte op obscure, verregende bergtoppen in Noorwegen en Zweden. Een top bereiken via platgetreden paden voelt als het zien van een giraffe in de dierentuin: leuk, maar het avonturiersgevoel blijft uit. Ik denk aan wat de Nederlander Roëll (26) me vertelde: „De Santa Cruz-trekking in Peru was de allermooiste die ik heb gedaan. Veel rustiger dan het W-Circuit en de Fitzroy-trektocht in Argentinië. Daar zijn zelfs in het laagseizoen soms nog opstoppingen.”

Na een kwartiertje pauzeren bij de Mirador las Torres moet ik verder, anders haal ik de 32 kilometer niet. Ik klim op een rotsblok voor een laatste foto en dan gaat het mis: turend door de lens van mijn camera maak ik een misstap. „De meeste doden vallen buiten de paden”, hoor ik de ranger echoën in mijn hoofd. Maar voordat ik kan kijken hoe beschramd mijn ellebogen zijn, komen er al vijf medewandelaars op me afgesneld: Are you alright? Estás bien? Ça va? De een haalt een EHBO-kit tevoorschijn, de ander een mueslireep. Ik denk aan wat ik tegen mijn moeder zei, vlak voor ik op reis ging: „Nee, het is echt niet eng. Als er iets misgaat, zijn er heus wel mensen in de buurt.” Ik zei het om haar gerust te stellen, maar nu zie ik dat sociale controle voor een solowandelaar daadwerkelijk fijn kan zijn. De Taiwanese Sylvie Chen (36) zegt dat het sociale aspect voor haar zelfs het belangrijkste is: „Hoe leuk ik een wandeling vind, hangt vooral af van de mensen die ik ontmoet.”

Met een beurse knie en een kapotte elleboog vervolg ik mijn tocht. Nog een voordeel van de drukte hier: de paden zijn prima onderhouden. Over drassige delen zijn planken gelegd, en verdwalen is nergens een optie. Omdat je op het pad nauwelijks hoeft te letten, kun je je gedachten de vrije loop laten. In die zin is een platgetreden route ideaal als louterende lijdensweg. Ik denk aan het Wild-effect in de Verenigde Staten. In het boek Wild bewandelt schrijfster en hoofdpersoon Cheryl Strayed de Pacific Crest Trail om in het reine te komen met haar verleden als junk, haar scheiding en het verlies van haar moeder. Sinds de verschijning van het boek in 2012 en de gelijknamige film (met Reese Witherspoon), in 2014, zijn de aantallen wandelaars vertienvoudigd: in plaats van 300 beginnen nu jaarlijks 3.000 mensen aan de 4.265 kilometer lange tocht door Californië, Oregon en Washington. Vroeger was zo’n 10 procent van hen vrouw, sinds het boek verscheen is dat 30 procent.

Ook in Torres del Paine lijkt een groot deel van de wandelaars die ik tegenkom „iets” te willen verwerken. Een verloren liefde, ontslag, het overlijden van een dierbare. „Het is een soort bedevaart”, zegt de Tsjechische Petr Dirze (34), die ik onderweg tegenkom. „Naar Santiago loopt ook lang niet iedereen om religieuze redenen. Maar we zijn wel allemaal op zoek naar de een of andere vorm van genezing.”