Het vergiftigde gebedenboek

In de geschiedenis gaat het om de grote lijnen en om de kleine feiten. Daarom: een debat en een quiz.

De oudst bekende portretten van de Hollandse graaf Jan zonder Genade en gravin Jacoba van Beieren, uit het aantekenboek van de Bourgondische ridderheraut Hendrik van Heessel (†1470). Het is nu in het bezit van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen. De pentekeningen zijn mogelijk gemaakt in de zomer van 1456 aan het Haagse Binnenhof, op basis van houten gravenbeelden die toen nog in de Hofkapel stonden maar nu verloren zijn. Beeld Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen, cat.nr. B 89420

Natuurlijk leven wij nu in een bijzondere tijd. Trump! De iPhone! Internet!

Echt? Is ons tijdsgewricht bijzonderder dan een ander? Het is een oude waarheid dat vrijwel alle grote moderne uitvindingen stammen uit de negentiende eeuw, op het vliegtuig (1903) en de elektronische computer (ca. 1941) na. En oké, ook het beeldscherm. Maar vroeger was er dan wel geen internet, maar de kranten hadden twee edities per dag en ook de post was aanzienlijk sneller dan nu.

Het is een open vraag of de informatiegolf van de digitale revolutie ons leven nu meer beïnvloedt dan de Franse Revolutie van twee eeuwen eerder, met zijn mensenrechten en emotionele ‘empathic turn’ die een geheel nieuw gevoel van menselijke verbondenheid liet ontstaan. Die ‘gevoelswending’ van eind achttiende eeuw wordt verderop in deze bijlage aangevoerd door historica Beatrice de Graaf. Op ons verzoek debatteerde zij met collega-historici Geerten Waling en Martin Bossenbroek. Dat debat ging over de Grote Vraag naar de uniekheid van onze eigen tijd. Hoofdonderwerp bleek het nationalisme in de negentiende eeuw te worden. Zo uniek zijn we dus niet: eigenlijk zijn we nu weer in de oude nationale tijd teruggekeerd, na het vreemde ideologische intermezzo van de Koude Oorlog. De unieke tijd is al weer voorbij.

De geschiedwetenschap drijft op grote theorieën, maar zonder kleine feiten is ze nergens. Daarom drukken we in deze geschiedenisspecial ook de voorronde af voor de Grote Geschiedenis Quiz, een samenwerking tussen NTR, VPRO, Historisch Nieuwsblad en NRC. Met zijn soms absurd gedetailleerde vragen is die quiz een spelletje, een soort pubquiz met traditie. Maar het is een spel met serieuze ondertoon. Want feiten doen ertoe. Wie te weinig feiten kent mist de grote voordelen van een historisch bewustzijn. Wie niet een aantal basisfeiten kent van de Russische geschiedenis, zal bijvoorbeeld minder goed weten of je nu wel of niet bang moet zijn voor Poetin. En in het felle identiteitsdebat in de Nederlandse politiek klinkt veel hol gepraat, omdat zelden rekening wordt gehouden met de grote variëteit in die nationale identiteit door de tijden heen. Identiteit is meestal een politieke keuze.

Politieke keuze

Nationale geschiedenis is ook zo’n politieke keuze. Een klein feitelijk vraagje kan dat al duidelijk maken. Zoals: welke Hollandse graaf kwam om het leven doordat hij bladerde door de vergiftigde bladen van zijn gebedenboek?

Dat niet iedere lezer dit smeuïge verhaal kent, zegt veel over hoe wij hier al eeuwen naar de ‘vaderlandse geschiedenis’ kijken. Nog altijd begint die meestal met Willem van Oranje en de victorie van ‘protestantse vrijheid’. Die onfortuinlijke Hollandse graaf is ouder en dus oninteressant. Een gemiste kans, want in dit bizarre gegeven over graaf Jan III kunnen echt grote zaken uit de vaderlandse geschiedenis worden samengebracht. Ter herinnering: het gaat hier om ‘Jan zonder Genade’ (1374 - 1425) die zijn nichtje Jacoba van Beieren de grafelijke titel ontnam. Zijn bijnaam dankt hij aan hoe hij opstanden neersloeg toen hij als ‘bisschop-elect’ over Luik heerste.

De gebedenboek-anekdote is een onderdeel van de trage samengroeiing van gewesten die later Nederland zouden vormen – het is de tijd waarin de grote Bourgondische hertog Filips de Goede (neef van Jacoba) door overerving en handig optreden vrijwel alle Lage Landen in handen krijgt. En zelfs in de details is het verhaal een schitterende illustratie van de felle partijstrijd die in de Late Middeleeuwen ontstond door het sterker worden van het centrale gezag. In Frankrijk (Jean d’Arc!) en Engeland (War of the Roses!) zijn het beroemde onderdelen van de nationale geschiedenis, hier te lande wordt die strijd weggezet als dat vage curiosum van Hoekse en Kabeljauwse twisten.

En dit is alleen nog maar de traditionele politiek-militaire context van een adelijke gifmoord. Je kan ook kijken naar de sociale uitsluitingsmechanismes en de zorgvuldige verzoeningsrituelen van die tijd. Onze veel besproken poldermentaliteit stamt tenslotte uit de Middeleeuwen. Toch?

    • Hendrik Spiering