Opinie

    • Bas Heijne

Heilige oorlogen

Is Erdogan te ver gegaan? Deze week uitten twee Nederlandse koepelorganisaties van Turkse moskeeën voor het eerst openlijk kritiek op de Turkse president. Nadat eerder minister Cavusoglu had verklaard dat er binnenkort heilige oorlogen in Europa zullen woeden, voorspelde Erdogan: „Als Europa zo doorgaat, kunnen Europeanen over de hele wereld niet meer veilig over straat.”

Het was – typisch voor hedendaagse volksmenners – een uitspraak die iets suggereerde zonder specifiek te worden. Je impliceert iets heftigs (‘minder, minder’, ‘homeopathische verdunning’) – daarna zeg je dat je het helemaal niet zo gezegd hebt. En intussen heeft de harde kern de boodschap begrepen.

Huilde Erdogan krokodillentranen over de teloorgang van westerse democratieën – of riep hij slinks op tot opstand en geweld? „Het toppunt”, volgens Yusuf Altuntas, bestuurslid van Milli Görüs in Trouw. „Dit is niet de juiste taal voor een president.” De voorzitter van de Stichting Islamitisch Centrum Nederland, Fikri Demirtas: „Wij zijn ook Europeanen, we wonen hier al meer dan vijftig jaar. Krijgen wij straks ook te maken met geweld?”

Voor Erdogan is het allemaal politiek: inspelen op de gevoelens van gekrenktheid en miskenning onder Turkse Nederlanders om zijn referendum te winnen. Een Turk moet nooit een Nederlander worden – dat is een boodschap die weerklank vindt bij mensen die zich niet geaccepteerd voelen als Nederlander. Ook Erdogan is tegen homeopathische verdunning. Tijdens een politieke rede riep hij vorige week de Turken in Europa op om niet drie, zijn eerdere quotum, maar vijf kinderen te nemen om hun invloed te vergroten. Als passend antwoord op het onrecht dat Turken in Europa wordt aangedaan.

Steeds meer Turkse Nederlanders zitten ermee. Ze beseffen dat ze oneigenlijk onder druk gezet worden. Met zijn uitspraken wordt ook hen duidelijk dat het totaal niet Erdogans bedoeling is de spanningen in een fragiele samenleving als de Nederlandse te verminderen.

Integendeel, want in de age of anger (Pankaj Mishra), is het steeds meer politici er veel aan gelegen reële gevoelens van achterstelling en miskenning te exploiteren voor eigen gewin. De taal van de haat levert gewoon meer steun op dan de softe, onmachtige, abstracte taal van de „verbinding”. Een grief werkt beter dan een argument.

Steeds meer beseft men dat die emotionele taal een politiek instrument is, dat al die emoties worden opgeroepen uit politiek opportunisme. Na de gebeurtenissen in Rotterdam kondigde de Turkse minister van EU-zaken een „breed pakket” van sancties tegen Nederland aan, maar haha, alleen tegen de overheid – het bedrijfsleven en het toerisme blijven ongemoeid. Natuurlijk, want de Turkse economie ligt op zijn gat – en ook Nederland stuurt liever een Turkse minister terug dan ook maar een euro te verliezen aan investeringen in Turkije. Daar sta je dan met je woede. Voor de bühne wordt er gedreigd met heilige oorlogen, maar economisch is het business as usual.

Maar taal is, dat is het probleem, nooit alleen maar taal. Terecht maken de vertegenwoordigers van de Turkse moskeekoepels zich zorgen over de woede die woede genereert, over de haat die met haat beantwoord wordt – je wordt als pion gebruikt, en de schade is voor jou. Geen wonder dat zelfs de campagneleider van de Turkse AK-partij in Nederland, zich in een interview in de Volkskrant in de onmogelijkste bochten moet wringen om de uitspraken van Erdogan te rechtvaardigen („Het zijn politieke uitspraken. Het is verkiezingstijd.”). Zelfs Denk-leider Kuzu moest in de Kamer toegeven dat Nederland „geen fascistisch land is”.

Nee, zeker niet vergeleken met Turkije. Hier gaat het om de vraag of die opzichtige Erdogan-etalage in Rotterdam wel verwijderd mocht worden, terwijl Erdogans Turkije verandert in een ordinaire dictatuur – dat weet zelfs die in Nederland geboren AK-partij vertegenwoordiger heel goed.

Hoe kun je laveren tussen loyaliteiten met het mes op de keel?

Het is het dilemma waarmee steeds meer Turkse Nederlanders zich geconfronteerd zien. In zijn opportunistische machtshonger deinst Erdogan er niet voor terug Turkse Nederlanders tegen Nederland op te zetten. Dat is gevaarlijk voor Nederland, zeker – maar ook voor Erdogan. Trots op Turkije is één ding, maar Nederland, het land waar je je bestaan hebt opgebouwd, als de grote vijand is iets anders. Hoe kun je laveren tussen loyaliteiten met het mes op de keel? Een dag na zijn gesprek met Trouw, beweerde het bestuurslid van Milli Görüs dat zijn woorden verdraaid waren en dreigde hij met stappen.

Tijdens die toespraak waarin hij zijn babyquotum verhoogde, zei Erdogan ook tegen zijn landgenoten in Europa: „Daar waar u werkt en woont, daar is nu uw vaderland.” Hij zei het – maar intussen heeft hij het Turkse Nederlanders verdomd moeilijk gemaakt.

    • Bas Heijne