‘Er is geen waarheid in kleur’

Hella Jongerius

Ontwerper Hella Jongerius (1964) krijgt zondag een prijs voor baanbrekend kleurgebruik. „Industriële kleuren ademen niet met het zonlicht.”

Foto Susanne Strauss

Haar onvrede over de kwaliteit van industriële producten en halffabrikaten heeft ontwerpster Hella Jongerius vaak hardop kenbaar gemaakt. Maar ze laat het niet bij kritiek die tot niets verplicht. Met experimentele onderzoeken probeert de in Berlijn wonende ontwerpster bedrijven nieuwe inzichten te bieden en zo de industrie van binnenuit te veranderen.

Als een van de eerste vooraanstaande ontwerpers ging Jongerius bijvoorbeeld voor Ikea aan de slag en toonde ze aan dat het mogelijk is massaproducten te maken met een ambachtelijke signatuur. Alternatieven bieden voor de affe, koude producten die in groten getale van de lopende band rollen, dat is haar inzet. Jongerius: „Ontwerpers zijn een filter tussen de industrie en de consument. Wij moeten laten zien wat kwaliteit is, wat het aanbod óók zou kunnen zijn.”

De laatste tien jaar deed Jongerius veel kleuronderzoek. Als art director voor de Zwitserse industriëlemeubelfabrikant Vitra ontwikkelde ze bijvoorbeeld een kleurpalet ter vervanging van de toevallig gegroeide, veel te grote hoeveelheid kleuren en stoffen bij het bedrijf.

Dat leidde niet alleen tot besparingen, maar ook tot nieuwe inzichten. Zo overtuigde Jongerius Vitra om de bloedeloze unistoffen op kantoormeubels te vervangen door stoffen met verschillende garens. Uit vrees voor minder uniforme testresultaten sputterde de marketingafdeling tegen. Maar de conservatieve kantoorwereld reageerde juist goed op de veel levendiger duotone stoffen.

Zondag neemt Jongerius in Rotterdam de Sikkens Prize in ontvangst. De Nederlandse verffabrikant reikt sinds 1960 een prijs uit voor baanbrekend kleurgebruik. Eerdere laureaten waren onder anderen Gerrit Rietveld, Le Corbusier, Donald Judd en Hema. De Sikkens-jury prijst Jongerius’ kritische beschouwingen over de designpraktijk als „een bron van inspiratie voor ontwerpers, opdrachtgevers en studenten uit de hele wereld”.

Als art director voor grote bedrijven merkte Jongerius hoe beperkt het industriële kleurenpalet is. De verfindustrie biedt alleen nog kleuren die onder alle omstandigheden gelijk blijven, klaagt ze. „Ze ademen niet met het zonlicht. In de ochtend ervaren we ze exact hetzelfde als in de avond.”

Volgens Jongerius is die kleurvastheid geen kwaliteit, zoals de industrie wil doen geloven, maar armoe. De ontwerpster zoekt naar mogelijkheden om veel levendiger kleuren te maken, de kleuren die in kunst en in de natuur zo ruim voorhanden zijn. Een lastige opdracht, vooral door het beperkte aantal pigmenten waarmee de industrie kleuren opbouwt.

Neem de wijze waarop de industrie donkere kleuren maakt: altijd met carbonzwart. Waarom geen lering trekken uit de praktijk van kunstenaars, vraagt Jongerius zich af. „Als een schilder een donkere kleur wil maken, gebruikt hij ook een contrasterende kleur. Die donkere kleur wordt daardoor veel rijker.”

Schaduwen

Jongerius hoopt met haar kleurvoorstellen net zoiets los te maken als in de voedselindustrie. „Na jarenlange klachten over te zout, te zoet en te vet industrieel eten zijn ook daar verbeteringen gekomen.”

Als textiel- en verffabrikanten en producenten van plastic granulaten haar kleurrecepten in gebruik nemen, profiteren consumenten daar uiteindelijk van, zegt ze. „Met betere lakken en kunststoffen reageren meubels niet alleen op zonlicht, maar gaan ze ook in gesprek met buurmeubels en tapijten en gordijnen. Schaduwen veranderen met rijkere pigmentrecepten ook van kleur. Die worden minder zwart. En nee, niet iedereen zal het verschil kunnen benoemen. Maar die kwaliteit krijg je onbewust wel mee.”

Jongerius is druk met de voorbereiding van Breathing Colour, een grote tentoonstelling over haar kleuronderzoeken die in juni in het Design Museum London opent. Is ze langzamerhand niet bevreesd voor het etiket kleurprofessor? „O nee, dat moeten we niet hebben”, zegt ze met een lach. „Ik ben echt zoveel meer dan dat.”

Bovendien, zegt Jongerius, is ze niet als een wetenschapper op zoek naar de waarheid. „Ik ben een ontwerper van kleur, een auteur. Dus ik selecteer kleuren op intuïtie, op eigen fascinatie. Als kleuronderzoeker voel ik me nog steeds een enorme beginner. Naarmate ik iets verder ontdek, verdiept het onderwerp zich weer, wordt het weer complexer. Dat is deels ook de lol: dat kleur een never ending onderwerp is.”

    • Arjen Ribbens