Een ‘gezond’ bier krijgt weer toekomst

Bierbrouwerij

Ooit dronk het hele land Van Vollenhoven’s bier. Later werd het niet eens meer gebrouwen. Een nieuwe brouwer verandert dat.

Als iemand er aanspraak op kan maken, dan Jesse van Vollenhoven. Wie anders zou het roemruchte Van Vollenhoven’s Extra Stout nieuw leven mogen inblazen? Deze week ging brouwerij en eethuis Poesiat & Kater open in Amsterdam-Oost.

Ooit dronk het hele land Van Vollenhoven’s bieren – „aanbevolen door H.H. geneeskundigen”. Rond 1900 was de brouwer ervan, De Gekroonde Valk op de Hoogte Kadijk, de grootste van Nederland. Maar ze miste de aansluiting toen lichte ‘Duitse’ bieren populair werden en verloor door de Eerste Wereldoorlog ook nog eens veel export.

Overname door Heineken in 1949 kon het tij niet keren. De Gekroonde Valk werd gesloopt, het brouwvolume kwam voortaan uit de ketels van het moederconcern. Begin deze eeuw zou ook het laatste relict verdwijnen. De verkoop van Van Vollenhoven’s Extra Stout, een bijna zwart bier met een rokerige smaak, was zo ingezakt dat Heineken de productie ervan staakte.

Dat kon historicus, cultureel marketeer en bierliefhebber Eymert van Manen (69 nu) niet laten gebeuren. Als oud-bewoner van de Hoogte Kadijk en mede-initiator van stichting De Gekroonde Valk wist hij de originele receptuur van de stout te bemachtigen, „van de weduwe van de laatste brouwdirecteur”. Van Heineken verwierf de stichting voor een symbolisch bedrag de merklicentie, en sinds 2006 werd in gehuurde ketels weer een bescheiden hoeveelheid Van Vollenhoven’s Extra Stout gebrouwen.

Het was tijdens een van die jaarlijkse ‘stoutintroducties’, waarvoor de stichting graag nazaten van de betrokken brouwersgeslachten uitnodigt, dat Jesse van Vollenhoven (35) met het bier én de liefhebbers kennismaakte. Als managementadviseur bij McKinsey had hij al zin gekregen zelf te gaan ondernemen, en zijn interesse in brouwcafés kon nu een extra dimensie krijgen. Er moest een eigen brouwerij met proeflokaal komen met, als vanouds, Van Vollenhoven’s bieren.

Best opgeleide brouwer

Voortvarend is daar de afgelopen drie jaar aan gewerkt. Van Vollenhoven wilde „goed, groot en hard” beginnen. Daarvoor was geld nodig, meer expertise, een geschikte locatie. Het werd vrijwel allemaal in eigen kennissenkring en omgeving gevonden. Zo komt brouwmeester – en gepromoveerd moleculair bioloog – Julián Álvarez Zárate (32) van de nabije brouwerij ’t IJ. Van Vollenhoven noemt hem de best opgeleide brouwer ter wereld. Het restaurant wordt gerund door Jorn Stouten (40), voorheen directeur van het Westergasterras. Een biersommelier is gevonden bij het gerenommeerde Amsterdamse biercafé Arendsnest.

Als locatie zochten de initiatiefnemers een groot, sfeervol, vrijstaand pand in de bewoonde wereld, waar ook gebrouwen kon worden. Het werd gevonden op het terrein van de voormalige Oostergasfabriek, aan de Polderweg. Een 19de-eeuws fabrieksgebouwtje, dat nog lange tijd dienst had gedaan als ‘Dierenasyl’, werd van krakers en slopers gered en onderging een ingrijpende renovatie. In een aanpalende serre zijn de brouwketels ondergebracht, rechtstreeks gekoppeld aan zeven roestvrijstalen 1000-litervaten boven de tap met achttien kranen.

Inmiddels is ruim een miljoen euro in brouwerij en proeflokaal gestoken; eigen geld, een banklening, en bijna een half miljoen uit crowdfunding – in ruil voor een bescheiden rente en, voor de grootste geldschieters, twee dozen bier per jaar. Van Vollenhoven: „De buren stonden direct op de stoep om deel te nemen. 15 procent van het geld komt van minder dan 500 meter hiervandaan.”

Een eigen verhaal

Rijst de vraag: zit Amsterdam te wachten op de zoveelste brouwer van speciaalbieren, en op horeca in het zoveelste gerenoveerde industriepand?

Natuurlijk, zegt Eymert van Manen. „Dit is zó leuk. Dit is cultuur en geschiedenis. Je hebt een aanstekelijk eigen verhaal, innovatieve bieren. Mensen zijn geïnteresseerd in dit ambacht. Wie die ketels ziet, wordt enthousiast. ”

Zeker, zegt brouwer Julián Álvarez. „We maken historische Van Vollenhovenbieren, in een verbeterde versie. Maar we gaan ook meer gedurfde, wisselende Poesiat & Katerbieren maken, echte specialities, met wilde gisten. Een zuur bier, een zout bier. Spannend.”

Jorn Schouten twijfelt niet: „Er zijn zoveel mooie combinaties van bier en voedsel. We koken met bier, hebben bij elk gerecht een biersuggestie. Proeven in plaats van slempen, eten dat je met anderen kan delen, ruiken, sampelen. Dit gaat lukken.”

Jesse van Vollenhoven: „De markt groeit nog steeds met 15 procent, in volume en aanbieders. Wat wij met beide merken en onze grondige aanpak doen, zal snel aanslaan. Als er over een jaar of vijf een consolidatie komt, vallen de amateurs af en hebben wij een positie tussen de goede brouwers.”

Zo moet dan de historie van Van Vollenhoven’s brouwerij bewaard blijven. Net als de herinnering aan Poesiat en Kater, wier 19de-eeuwse portretten de wandtegels in de gelagkamer sieren. En zelfs die aan het dierenasiel: zo’n zeventig zerkjes die er ooit de grafjes van overleden huisdieren markeerden, zijn verwerkt in het terras.

Poesiat & Kater, Polderweg 648, Amsterdam, www.poesiatenkater.nl
    • Hans Wammes