Opinie

    • Folkert Jensma

De rechtsstaat is doof, blind en ‘alles zit vast’

Bij een nieuw kabinet ontstaat vanzelf de gelegenheid voor basale vragen. Zoals: lost de rechtsstaat onze problemen wel voldoende op? Vrijwel niemand vraagt dat. De meeste aandacht gaat naar de eerbiedwaardige beroepen en dito instituten met z’n toga’s en negentiende-eeuwse wetten. Als de instituten zijn geregeld en gefinancierd, komt de rechtvaardigheid vanzelf. In voldoende hoeveelheden ook. Toch?

En dat is toch vreemd in een tijd waarin veel burgers zeggen ‘niet gehoord’ te worden, zorgen hebben over hoe ‘we’ met elkaar omgaan. Zou de rechtsstaat letterlijk tekortschieten als vredestichter, als rechtzetter of vereffenaar? Levert de rechtsstaat de burger wel genoeg rechtvaardigheid op?

Een binnenkort te verschijnen rapport van HiiL, een Haags juridisch onderzoeksinstituut, constateert dat de effectiviteit van de rechtsstaat sterk daalt. Bijvoorbeeld bij de meest voorkomende problemen: aankoop van producten en diensten, baanverlies, burenoverlast, huur geschillen en echtscheiding. Ieder jaar ontstaan er 4,3 miljoen nieuwe rechtsproblemen tussen burgers. 400.000 van die problemen worden niet opgelost, maar gaan slepen. Daar komt geen herstel, excuus of duidelijkheid. Dat mensen daar chagrijnig van worden, gefrustreerd of bezorgd ligt voor de hand.

Uit onderzoek bleek dat vooral echtscheidingsprocedures slecht scoren. Ontslag- en consumentenproblemen scoren iets beter, maar toch lager dan in andere landen. Betrappen we hier de frustratie die het maatschappelijk onbehagen kan verklaren? De titel van het rapport ‘Is de rechtsstaat er voor de burger?’ is retorisch. Nee, kennelijk niet – de rechtsstaat is niet vraag – maar aanbodgericht en lijkt innovatiebestendig.

De onderzoekers zijn vernietigend over de kans dat de juristen die er over gaan er ook wat aan zullen doen. De rechtsstaat gebruikt namelijk maar één techniek om conflicten op te lossen: het toernooimodel, ofwel het systeem van claim en tegenclaim, waarbij alle rollen vastliggen en alle deelnemers belang hebben bij polarisatie. Procederen maakt problemen vaak groter, schadelijker en duurder. Het is een conflictversterkend systeem, waarin partijen worden aangemoedigd om het op zoveel mogelijk punten oneens te zijn. Dat burgers met dit voorbeeld zich ook maatschappelijk polariserend gaan gedragen, op sociale media en in het onderlinge verkeer, wekt dan geen verwondering.

Bewezen betere, nieuwe procedures die korter zijn, de-escaleren en die nieuwe technieken gebruiken, zijn de laatste twintig jaar nergens breed ingezet. Ze komen niet verder dan de pilot fase, blijven ondergefinancierd en worden vaak tegengewerkt door gevestigde belangen, in het bijzonder door de advocatuur. Er is altijd wel een regel of rechtsstatelijk principe te vinden dat ermee in tegenspraak is. Rechtbanken hebben wettelijk weinig bewegingsvrijheid en zijn financieel afhankelijk van ‘omzet’ in zaken. Financieel noch organisatorisch is er enige prikkel om efficiënter te worden. Het ministerie van Justitie is meer „van en voor juristen” dan dat ‘rechtvaardigheid voor de burger’ er centraal staat.

Toegang tot het recht wordt gecontroleerd door een kartel, menen de onderzoekers. Juristen zouden die in ándere markten meteen herkennen en bestrijden. Waar is de onafhankelijk toezichthouder, een inspectie? Waarom is prijsvorming zo ondoorzichtig en zijn innovatie en nieuwe toetreders zo schaars? Overal zit ‘alles vast’, is de mismoedige conclusie.

De advocatuur slaagt er intussen wel in om de zakelijke markt te bedienen – maar rechtshulp voor de gewone burger is duur en inefficiënt gebleven. Als de gezondheidszorg net zo matig zou werken als rechtshulp voor die groep, dan bestonden er alleen artsen en verpleegkundigen met een praktijk aan huis, stelt HiiL. En dan was de MRI-scanner er alleen voor grote bedrijven. Op effectiviteit wordt nergens gelet, zoals in de gezondheidszorg, waar constant best practices worden geïdentificeerd en toegepast. De conclusie van Hiil: de rechtsstaat is doof en blind voor de noden van de gewone burger. Mooie opdracht voor een nieuwe minister.

De auteur is juridisch commentator. Reageren? Facebook: nrcrecht
    • Folkert Jensma