Opinie

    • Rosanne Hertzberger

Bloemendaals populisme

Rijke mensen stemmen niet op populisten. Die stemmen op de VVD, dat is goed voor de portemonnee. Als het aan Bloemendaal had gelegen, de op een na rijkste gemeente van Nederland, dan had de VVD zestig zetels. En waar zouden die zetels voor de VVD in het Bloemendaal-parlement vandaan zijn gekomen? Van de PVV en de SP. Die zouden respectievelijk twee en drie keer zo klein zijn.

Nu moet ik hier misschien even mijn definitie van populisme verduidelijken. De VVD en het CDA werden regelmatig uitgemaakt voor ‘Wilders light’, meestal door linkse progressievelingen die het slecht konden verkroppen dat rechts in Nederland de bovenliggende stroming is. Populistisch was volgens hen elke campagne waarin een onvertogen woord viel over gewelddadig extremisme binnen de islam of Erdogan-nationalisme binnen de Turkse gemeenschap. Of misschien was populisme gewoon alles waar ze het mee oneens waren.

Het is vanwege angst, wantrouwen, boosheid of haat je hersenen uitzetten en op een partij stemmen die alleen non-oplossingen heeft.

In mijn woordenboek is populisme iets anders. Het is vanwege angst, wantrouwen, boosheid of haat je hersenen uitzetten en op een partij stemmen die alleen non-oplossingen heeft. Die zijn meestal nationalistisch of protectionistisch van aard en helpen het land verder de put in. De vraag is waarom je zo weinig populisme in rijke gemeentes aantreft. Zijn ze daar intelligenter?

In de week van de verkiezingen was ik bezig met een stuk over vaccinaties. Ik stuitte op cijfers over de vaccinatiegraad uitgesplitst per gemeente. In de Excel-sheet waren de vakjes waar de vaccinatiegraad onder de negentig procent duikt (in de gevarenzone) grijs gekleurd. Veruit de meeste grijze vakjes vind je nog steeds bij de SGP-gemeentes: Urk, Staphorst, Barneveld. Bijna heel Zeeland kleurt grijs. Maar in Bloemendaal en Blaricum blijkt ook minder dan negentig procent van de kinderen (cohort 2013) te zijn ingeënt tegen pneumokokken. In Wassenaar besloot meer dan tien procent van de ouders dat het beter was als hun baby geen prikje kreeg tegen hepatitis B.

Juist in gemeentes waar de PVV groot werd, Rucphen bijvoorbeeld of Brunssum of Steenbergen, daar is de immunisatiegraad juist hoog. Daar zijn ze misschien het vertrouwen in Den Haag en Brussel verloren, maar als een overheidsinstelling ze oproept om hun kind te laten injecteren met een stofje dat door een of andere anonieme megacorporatie met een miljardenomzet wordt geproduceerd, gehoorzamen ze braaf.

Ieder zijn eigen vorm van populisme. Hier in Den Haag zie ik in hippe koffietentjes en prullaria-zaakjes steeds vaker raw bars liggen. Minimaal bewerkt, niet boven 42 graden verhit (?!), veganistisch, biologisch, absoluut geen E-nummers, geen conserveermiddelen, etc. Iedereen weet immers dat je dood gaat aan die troep. Die repen bestaan voor de helft uit suiker. Er zijn een miljoen diabetespatiënten in dit land. Maar op een of andere manier is dat minder afschrikwekkend.

Hoe onschuldig ook, het is een uiting van hetzelfde maatschappelijk syndroom: je hersenen uitzetten vanwege wantrouwen. Volkse gemeenschappen in Brabant en Limburg wantrouwen de politiek en kiezen voor een kwaadaardig alternatief. In kakkineuze gemeenschappen als Bloemendaal, Blaricum en Wassenaar wantrouwen ze artsen en kiezen voor een kwaadaardig alternatief. Op de Frederik Hendrikstraat wantrouwen ze het voedingscentrum dat zegt dat E-nummers geen kwaad kunnen en kiezen voor een kwaadaardig alternatief.

Tegelijk begrijp ik het ook. Elk aspect van ons menselijk bestaan is aan schaalvergroting onderhevig. Landbouw, supermarkten, zorg, banken, onderwijs, handelsakkoorden, supranationale verbanden – ze staan door hun omvang steeds verder van ons bed. De menselijke maat is zoek en dat is een groot probleem. Als burger draai je zonder mokken mee in het systeem, als je je verzekerd voelt dat de mensen die jouw voedsel en medicijnen produceren en je geld beheren en je veiligheid bewaren, het beste met je voor hebben. Maar steeds meer burgers herkennen zich niet meer in die bedrijven en organisaties. Ze verliezen zich in de schaal, voelen zich machteloos tegenover megacorporaties en bestuurlijke olietankers. Op een gegeven moment doen mensen dan niet meer mee. Ze stemmen tegen, worden ongehoorzaam.

Het grootste misverstand van deze tijd is dat dat gebrek aan vertrouwen is op te lossen door mensen met nog meer data om de oren te slaan. Om nog tien communicatiemedewerkers in dienst te nemen, om nog beter uit te leggen, wat niet uit te leggen valt.

Wat mij betreft is er maar één remedie: schaalverkleining. Kunnen we dat nog?

Rosanne Hertzberger is microbioloog.
    • Rosanne Hertzberger