Als een nevel over de gewijde stilte

is een zuinigheidsjunk. De nieuwe BMW 530d voldoet aan al zijn behoeften. Voor maar 97.000 euro.

Foto Peter de Krom

Zuinig rijden is plannen. Vereist is een zo constant mogelijke snelheid. Tempovertragende obstakels zijn een tactische uitdaging. Neem rotondes. Bij het afremmen herwinnen veel moderne auto’s tegenwoordig energie, maar je moet na twee keer afslaan ook weer optrekken en dat is kassa voor de pomp. Om het snelheidsverlies te beperken moet je er, schijnbaar in strijd met de milieudoelstelling, dus zo hard mogelijk overheen.

Zo scheur ik als een straatracer over verkeerspleinen om daarna zo pijnloos mogelijk mijn bejaardentempo te hernemen. Namens het goede doel ben ik met hart en ziel een schande voor het land.

Gelukkig is de BMW 5-serie een kei in straffe bochten. Hij doet zijn reputatie recht met een souplesse die je hem na de eerste kilometers niet zou toedichten. De romige besturing en het bijna Franse veercomfort doen twijfelen aan zijn atletische vermogens. Maar hij vreet de krapste rotondes met een voor zo’n grote, zware limousine wonderbaarlijke balans. Zo wordt mijn op papier geestdodende zuinigheidsrit de perfecte mix van sport en meditatie, lichaam en geest.

Wat bezielt een man tot consuminderen met 265 pk en de trekkracht van een Ferrari 599 GTO? Hollandse achterdocht. De zescilinder turbodiesel van de 530d verbruikt volgens BMW gemiddeld 1 op 22. Dan is de eerste reflex toch: maak dat je moeder wijs met dit vermogen en 1.715 kilo massa. Weet je wat, dacht ik, we gaan hem het vuur na aan de schenen leggen, ik durf te wedden dat het 1 op 15 wordt.

Hoogpolig tapijt

Als zuinigheidsjunk had ik natuurlijk de viercilinder diesel moeten reserveren, die half Nederland bestelt wegens bewezen spaarzaamheid. Hij past alleen niet bij de auto, vond ik. Een BMW moet een geluid met decorum hebben, diep en wollig, het akoestische equivalent van hoogpolig tapijt. Die vierpitters van het merk, prima motoren verder, zijn laminaat in een penthouse. Als ik toch moet lijden, dan graag wel in stijl. Bovendien gaan van de zescilinder de kalmerende effecten uit die de zelfbeheersing kunnen bevorderen.

Ik begrijp dat BMW trots is op een topsnelheid van 250, maar grote diesels als deze schitteren in de siësta-zone tussen 1.000 en 2.000 toeren, waar ze in zacht ruisende halfslaap zonder enige inspanning al op bijna volle kracht presteren.

Bij duffe Nederlandse kruissnelheden klinkt de 530d op zijn gelukzaligst. Dan draait hij 1.200 toeren en glijdt de zoem uit de machinekamer als een nevel over de gewijde stilte. Dan wordt haast barbaars.

Uiterlijk lijkt de nieuwe 5-serie eerder een facelift dan een vers model. Evolutie van de vorm, noemt de industrie dat. Ze bedoelen: we vonden hem wel best zo. BMW heeft hem groter en breder gemaakt, de koplampunits zijn voortaan met de grille verkleefd, de achterlichten steken brutaler om de hoeken.

Wil vier keer modaal daarvoor de prijsopslag betalen? Volgens mijn bescheiden marktonderzoekje wel. Ik parkeer hem op een A-locatie bij een pompstation langs de snelweg. Op gepaste afstand observeer ik of en hoe de zakenjongens naar hem kijken. Die lijken hem op de BMW-rijders na over het hoofd te zien. Een vluchtige blik en ze stappen weer in hun Golfjes en Mondeo’s. Nee, dat is juist een gunstig teken. Hij valt niet op, hij lokt geen zichtbare reacties uit. Dáár heb je hem voor. Geklede anonimiteit is zijn handelsmerk. De bink ben je toch wel.

De show vind je binnen, in de stijl van de vorige; gedeeltelijk digitaal dashboard, spectaculair beeldscherm, leren bekleding om je vingers bij af te likken. Hij hengelt me iets te gulzig naar de innovatieprijzen. Ik kan de infotainmentmenu’s bedienen met gebarensturing, door het scherm aan te vinken of door de iDrive-knop op de middenconsole te gebruiken. Het lijken me te veel wegen naar hetzelfde Rome en de despotisch eigentijdse gadgets zijn direct in oorlog met mijn stijlgevoel. Ik wil een fijne stoel, een schuifdak, zes cilinders en een donderende stereo. Die heeft hij. Ik heb – de reizen waren lang en traag – veel opera gedraaid, Verdi en Wagner. Er komt geen BMW in voor, maar het is ook heel mooi.

Intussen haalt dat gekke ding mijn argwaan snoeizacht onderuit. Bij het aftanken blijkt dat ik honderden kilometers inderdaad zo goed als 1 op 22 heb gereden. Nu het bijtellingvoordeel voor de viercilinder diesel is verdampt, is er afgezien van de prijs dus geen enkel argument om van de onverbeterlijke zescilinder af te zien, die zoveel meer plezier biedt dan het kleine broertje met zijn waterige soundtrack. Meesterlijke auto.

    • Bas van Putten