Aarzelingen over een Europa van twee snelheden

Europese Unie In de Verklaring van Rome hebben 27 EU-landen hun visie op de toekomst neergelegd. De tekst is alarmistischer dan tien jaar geleden. ‘Europa moet eendrachtig zijn of zal niet zijn.’

Een pro-Europa demonstartie in Rome tijdens het zestigjarige bestaan van de Europese Unie Foto: AFP Photo / Vincenzo Pinto

Na wekenlang gesteggel hebben Europese leiders zaterdag in Rome hun handtekening gezet onder een gemeenschappelijke visie op de Europese Unie voor de komende tien jaar. De unie, verklaren ze onder meer, moet zich meer richten op de sociale noden van haar burgers en zich in een vijandige wereld beter gaan manifesteren als grootmacht die ertoe doet.

Met een twee pagina’s tellende declaratie markeerden de leiders het zestigjarig bestaan van de EU, waarvan het Verdrag van Rome uit 1957 als startschot geldt. De tekst dient als een ‘hernieuwing van geloften’ na jaren van crises (euro, vluchtelingen, Brexit), die de interne samenhang van de EU op de proef hebben gesteld. „Bewijs vandaag dat jullie de leiders van Europa zijn”, zei Europees ‘president’ Donald Tusk tijdens de ceremonie.

„Als politieke entiteit zal Europa eendrachtig zijn, of het zal er helemaal niet zijn.”

Over de tekst is lang gesoebat. Recentelijk denken vooral West-Europese leiders hardop na over een ‘Europa van meerdere snelheden’, waarbij groepen landen in bepaalde dossiers het voortouw zouden mogen nemen, zonder te hoeven wachten op ‘onwillige’ hoofdsteden. Vooral Duitsland wilde dit benadrukt zien, gezien de vele problemen die er zijn, met name met Oost-Europese landen, om afspraken te maken over klimaat, asielbeleid of arbeidsrechten.

Maar Polen was faliekant tegen. Het vreest buitenspel te worden gezet in een ‘multispeed Europe’. Als compromis is een verwijzing naar deze gedachte in de tekst nu geminimaliseerd. “Wij zullen samen optreden, zo nodig met verschillende snelheden en intensiteit, en ons in dezelfde richting begeven.” Ook wordt gesteld dat de Unie „onverdeeld en ondeelbaar is”. De Poolse premier Beata Szydlo, die eerder nog dreigde niet te zullen ondertekenen, deed dit zaterdag alsnog, maar met een knipoog naar de controverse deed ze even alsof ze aarzelde.

Verwarrend

De Europese Commissie drong aan op heldere boodschap in Rome, in eenvoudig, voor iedereen goed te begrijpen taalgebruik. Het eindresultaat is een compromis en dus een stuk wolliger. Zelfs het lelijke woord ‘subsidiariteit’ duikt op, jargon voor het principe dat Europa zich niet moet bemoeien met zaken die ook prima nationaal te doen zijn. De belofte om te streven naar „nog grotere eenheid en solidariteit” klinkt wat hol, gezien de sterk uiteenlopende meningen over hoe het verder moet met de eurozone, het vluchtelingenbeleid en Europese defensie.

Enerzijds waarschuwen leiders voor „sociale en economische ongelijkheid” en pleiten ze voor een „sociale Unie”, vooral gezien de enorme jeugdwerkloosheid in Zuid-Europa. Tegelijk hebben ze het over de „ongeëvenaarde niveau’s van sociale bescherming en welvaart” die de EU heeft gebracht. Het één sluit het ander niet per se uit, maar het is wel wat verwarrend. Dat geldt ook voor de EU „ondeelbaar” noemen, terwijl één lidstaat, Verenigd Koninkrijk, op het punt staat om op te stappen.

Een heikel punt was de paragraaf over de ‘sociale Unie’. Zuid-Europese landen, maar ook de Europese Commissie, drongen hierop aan, als erkenning dat de EU in de afgelopen decennia te veel draaide om de interne markt, handel en de euro, en de soms grote sociale gevolgen daarvan zijn miskend. Maar Noord-Europese landen sputterden tegen. Sociaal beleid is in principe een nationale aangelegenheid. Het compromis: ja, meer aandacht voor „sociale vooruitgang”, maar altijd „rekening houdend met de diversiteit van nationale systemen”. Anders gezegd: de leiders willen niet te hard van stapel lopen.

Klonken er in Berlijn nog lovende woorden over de euro, ditmaal wordt de munt amper genoemd.

Ongekende uitdagingen

De tekst heeft in het algemeen een scherpere en meer alarmistische toon dan de verklaring die leiders tien jaar geleden aflegden, vóór de eurocrisis, toen in Berlijn bij vijftig jaar EU werd stilgestaan. Zo wordt gesteld dat de EU voor „ongekende uitdagingen” staat, waar in Berlijn nog het woord ‘grote’ werd gebruikt. Anders dan toen hebben de leiders het over „groeiende migratiedruk” en staat terrorisme ook hoger op de agenda. Klonken er in Berlijn nog lovende woorden over de euro („de euro maakt ons sterk”), ditmaal wordt de munt amper genoemd.

Wel wordt er gerefereerd aan regionale conflicten (Syrië, Oekraïne) en protectionisme, een impliciete verwijzing naar de ontwikkelingen in de VS, waar president Donald Trump handel en internationale samenwerking de rug lijkt te hebben toegekeerd. Mede daarom moet er meer samenwerking komen op het gebied van defensie, al zeggen de leiders er ook bij dat deze niet mag dubbelen met het militaire bondgenootschap NAVO. Ook moet er meer gedaan geworden om stabiliteit en welvaart te promoten in buurlanden, bijvoorbeeld in Afrika.

Tegelijk worden de verdiensten van de EU sterk benadrukt.

„Een unieke gemeenschap van vrede, vrijheid, democratie, mensenrechten en de rechtstaat en een majeure economische macht.”

Uit de as van twee wereldoorlogen is een „stoutmoedig, toekomstgericht” Europees project verrezen dat „oude tegenstellingen heeft overwonnen”. Volgens de leiders is Europese eenheid in een vijandig wereld belangrijke dan ooit. “Als afzonderlijke staten zouden wij vanwege de mondiale dynamiek slechts een bijrol vervullen. Ons verenigen biedt ons de beste kans om deze dynamiek te beïnvloeden en om onze gemeenschappelijke belangen en waarden te verdedigen.”