‘We zijn terug in de 19de eeuw, maar dan met trollen en drones’

Historici

Wat kunnen we leren van het verleden in tijden van populisme en mondiale verschuivingen in de macht? Drie historici discussiëren hierover en komen uit in het Europa van 1815. „Het is de negentiende eeuw in het kwadraat!”

Beatrice de Graaf met miniatuurversies van Luther (links) en Napoleon Frank Ruiter

Daags na de verkiezingen voor de Tweede Kamer, anderhalve week na de roerige pro-Erdogan-demonstraties in Rotterdam nemen drie historici plaats aan een tafel in restaurant Thijs aan de Amsterdamse Prinsengracht. We hebben hun gevraagd of de geschiedenis kan helpen deze verwarrende tijden te duiden. Beatrice de Graaf (1976) zal, als de avond wat verder gevorderd is, variëren op de grote historicus Johan Huizinga: „Geschiedenis is de manier geworden waarop een generatie rekenschap aflegt van het heden. Dan gebruik je het verleden om iets te zeggen over de tegenwoordige tijd. Blijkbaar hebben we dat nodig, als zingeving.” Martin Bossenbroek (1953) en Geerten Waling (1986) knikken instemmend; historici zijn altijd gevoelig voor een fraaie formulering.

Maar voor het zover is, buitelt vooral het heden over tafel en is de eenstemmigheid soms ver te zoeken. Het begint met het Turks-Nederlandse incident, waarbij onderzoeker Geerten Waling (Universiteit Leiden) zich afvraagt: „Zou Rutte ook zo flink zijn geweest tegenover Turkije als er geen verkiezingen in Nederland waren geweest? Ik kan het alleen maar hopen.”

Bekijk het videobetoog Geerten Waling: “De geschiedenis herhaalt zich nooit, in elk geval niet op dezelfde manier.”

Hoogleraar Beatrice de Graaf (Universiteit Utrecht) stelt dat de Turkse president Erdogan „blijkbaar ook dat laatste kwart miljoen Turken in Nederland nodig heeft om te winnen”. Ze vermoedt dat een meerderheid van de Turken bij het referendum Erdogan zijn zin wel zal geven, maar dat het kantje boord wordt. En dan zegt ze: „De historicus die straks de geschiedenis van Erdogan schrijft als een succesverhaal, als het verhaal van de grote kalief die het Ottomaanse rijk heeft hersteld, doet onrecht aan de silenced voices de stemmen die hij tot zwijgen heeft gebracht. Het is de taak van historici om ook aan de tegenkrachten recht te doen, al was het maar om te laten zien welke rol het toeval in de geschiedenis speelt.”

Erdogan en de internationale onrust die zijn optreden veroorzaakt, zullen de hele avond terugkeren in de vergelijking van het heden met de geschiedenis. Maar eerst brandt bij Geerten Waling een vraag op de lippen. Hij, „zelf atheïst”, vraagt Beatrice de Graaf hoe een gelovig christen als zij – voor de ChristenUnie kandidaat-lid van de Eerste Kamer – omgaat met het toeval („contingentie”, in vaktermen) in de geschiedenis. „Ik ben acht jaar lang voorzitter geweest van de vereniging voor christen-historici, waarbij het altijd om zulke vragen ging”, zegt De Graaf. „Of je ergens in het duister een glimp van Gods genade kunt opvangen. Maar ik ben een gewone historicus, net als Martin, die gewoon zijn werk doet. De menselijke wereld en de menselijke tijd vallen niet samen met de goddelijke wereld en de goddelijke tijd – dus dat maakt voor een historicus eigenlijk niet uit.”

Ook in de geschiedenis is er lerend vermogen

Zo komen we bij het onderwerp van de avond: biedt het verleden aanknopingspunten om het heden te begrijpen? Kunnen we er zelfs lering uit trekken? Onderzoeker Martin Bossenbroek (Universiteit Utrecht), auteur van succesvolle boeken als De Boerenoorlog en Fout in de Koude Oorlog, zegt: „Een groot deel van de wereldbevolking heeft een seculiere of religieuze ideologie die ervan uitgaat dat het allemaal klein begon, groter en beter wordt en fantastisch eindigt. Als je gelooft in een lineair verlopende geschiedenis, is een vergelijking met het verleden zinloos – het is domweg gepasseerd en het wordt toch alleen maar mooier. Een historische vergelijking is alleen zinvol voor mensen die er een cyclische geschiedenisopvatting op na houden.”

Beatrice de Graaf: „Zelfs als je niet lineair denkt over geschiedenis, moet je toegeven dat er leereffecten zijn. Zo zal Rutte geen tweede keer in zee gaan met Wilders. Ook in de geschiedenis is er een lerend vermogen.”

Ik zeg met geschiedenis in de hand: het loopt zo’n vaart niet. Jij wijst op wat allemaal kan misgaan.”

Bossenbroek gelooft wel dat patronen op een bepaalde manier terugkomen, „maar niet als een repeterende breuk.” De veelgehoorde vergelijking met de jaren dertig is hem veel te simplistisch. Hij ziet net als De Graaf meer overeenkomsten met de jaren 90 van de negentiende eeuw. „Ik denk aan de grote internationale machtswisselingen: destijds tussen Engeland, Duitsland en de VS, en nu tussen de VS en China. Ook de tweede industriële revolutie - de opkomst van de massaproductie - en de digitale revolutie zijn qua uitwerking vergelijkbare fenomenen. En nog iets: ook nu beleven we een heel lange periode van vrede.”

Geerten Waling: „Met elke historische vergelijking maak je een politieke keuze.”

Beatrice de Graaf: „Je kunt zeggen: het is politiek, dus het mag niet. Ik zou zeggen: als je het maar ambachtelijk doet: accuraat, met vermijden van simplistische verbanden als ‘de jaren 30 zijn de voorbode van nu’. Of ‘armoede, uitbuiting, crisis, dat vertaalt zich in populisme’. Wij leven nu in een vloeibare situatie met weinig houvast. We zien grote veranderingen en we weten het eigenlijk niet meer. Trump en Brexit waren niet voorspeld. En dan ga je te rade bij je eigen archief.”

Bossenbroek: „Als je alleen kijkt naar overeenkomsten met bijvoorbeeld de jaren 30, dan mis je dingen die er sindsdien bij gekomen zijn. We moeten nu meer dan ooit mondiaal kijken. En dan zien we de opkomst van autocraten. Neem [de Russische leider] Poetin, het feit dat Stalin in Rusland weer op een voetstuk wordt gezet.”

Bekijk het videobetoog van Beatrice de Graaf: “Ik gebruik het heden om het afgeronde verleden te duiden.”

De Graaf: „De Franse historicus Ernest Renan zegt: geschiedenis is de manier waarop we collectief dingen vergeten. Vertaald naar nu: we weten niet meer waarom we dankbaar moeten zijn voor Europa, want we zijn de oorlog vergeten. De selectieve greep in het verleden van CDA-leider Sybrand Buma is een ander voorbeeld. Hij noemde de gelijkheid van man en vrouw in Nederland ‘een waarde van duizend jaar’…”

Aan tafel breekt gelach uit, en een historische afstraffing volgt. Tot 1956 kon een gehuwde vrouw geen auto of huis kopen, of een bankrekening openen zonder schriftelijke toestemming van haar man. Pas in 1980 werd de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen aangenomen. „Het hedendaagse nationalisme geeft ook blijk van collectief vergeten van dingen die niet in de kraam te pas komen”, zegt De Graaf.

Natie zijn = collectief herinneren én vergeten

Er worden schalen met oesters op tafel gezet – iedereen heeft hetzelfde voorgerecht gekozen. Is het verontrustend, vragen we, dat het nationalisme, dit negentiende-eeuwse fenomeen, opnieuw de kop op lijkt te steken?

Waling, gepromoveerd op 1848, het liberale revolutiejaar in Europa: „Nationalisme is oorspronkelijk een linkse ideologie: samen als gelijken onder de driekleur. Beatrice noemde Renan. Ik heb zijn Qu’est-ce qu’une nation?, een lezing aan de Sorbonne uit 1882, in het Nederlands vertaald. Hij wijst op de historische lotsverbondenheid van een natie, gezamenlijke herinnering. Inderdaad, ook op collectief vergeten.

Een natie is niet, zoals Bismarck en latere Duitsers beweerden, een kwestie van Blut und Boden. Renan streepte af: een natie gaat niet over ras. Gaat ook niet over geografie: bergketens kunnen naties splijten, rivieren kunnen ze verenigen – en andersom. Gaat ook niet over taal; België heeft er twee, Zwitserland vijf. Een koningshuis dan? Nee, zei Renan, want we hebben ook de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie met haar vele naties. Natie zijn, concludeerde hij, is een ‘dagelijks plebisciet’, een keuze van wat je wilt onthouden en wat je wilt vergeten.”

Geerten Waling met de Amerikaanse ‘Declaration of Independence’ (in kopie). Frank Ruiter

De Graaf: „Er is zoiets als de empathic turn, het besef dat je gebeurtenissen gezamenlijk beleeft. Je ziet dat tijdens de Napoleontische oorlogen. Uit het leed dat al die soldaten van de Grande Armée hebben meegemaakt en de miljoenenslachting in die 25 jaar. Die ervaring leidde tot een collectief empathisch gevoel in de Europese naties.

„De periode na de Franse Revolutie wordt vaak gezien als een tijd van restauratie, de terugkeer van het ancien régime. Er is dan nog geen nationalisme, maar het komt langzaam op. Voordien voelden volkeren dat ze hoorden bij vorsten en dynastieën.”

Waling: „Staten zoals we die nu kennen, ontstaan al in de 16de en 17de eeuw, maar de centrale overheden waren vorstenhuizen. Er is wel een gevoel van nationale verbondenheid, maar nog niet aan naties. Eind achttiende eeuw wordt de leegte die een uitgeholde adel achterlaat geleidelijk opgevuld door de natie.”

Martin Bossenbroek. Frank Ruiter

Bossenbroek was de avond begonnen met kritiek op een te nauwe blik, uitsluitend gericht op Europa en toegespitst op de politiek. „Dat beperkte, westerse perspectief is steeds minder relevant. Een werkelijk onafhankelijke geschiedschrijving is een westers luxe artikel geworden. Noch in China, noch in Rusland, noch in Turkije zijn overheden er heel erg in geïnteresseerd wie es eigentlich gewesen ist. Daar dient geschiedschrijving het doel van de godsdienst, de nationale staatsvorming, verrijking van de toevallig aan de macht zijnde kliek.”

Dagblad De Waarheid met ode aan Stalin, 1949. Frank Ruiter

Hij noemt het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag als voorbeeld. Daarbij zijn 123 landen aangesloten, ongeveer twee derde van de VN-lidstaten. Zo bezien gaat het de goede kant op: bevordering van meer democratie, meer rechtsorde, zegt Bossenbroek. „Maar kijk je naar een andere variabele, namelijk de bevolkingsaantallen van de landen die lid zijn, dan kom je niet tot twee derde, maar tot één derde. Twee derde van de wereldbevolking valt dus niet onder een regime dat het ICC erkent. Die wijst deze zeg maar gerust westerse waarden gewoon af. Waaronder China, India, Rusland en de VS.”

Waling: „Zo bezien heb je gelijk. We zijn wat dat betreft schrikbarend in de minderheid.”

De Graaf: „Het is te simplistisch om te zeggen dat men in de niet-westerse wereld helemaal geen democratie wil en het westerse paradigma verwerpt. Dat doet onrecht aan minderheden die door regimes tot zwijgen worden gebracht. In Turkije kiest een meerderheid Erdogan, omdat die hen een terugkeer belooft naar de grootsheid van het Ottomaanse Rijk. Maar Erdogan heeft het referendum dat hem alleenheerser moet maken nog niet gewonnen! Je kunt die andere wereld niet reduceren tot een staatsideologie; een Groot-Turks gedachte, of, als het over China gaat, confucianisme. Dat vind ik een postmoderne obsessie met macht.”

Bossenbroek: „Wat China betreft kun je na twee millennia wel stellen dat dit een tamelijke constante is.”

De Graaf: „De Chinees an sich kun jij wel even samenvatten? Heel historisch verantwoord!”

Bossenbroek: „Ik heb hier college over gegeven, ik ken de literatuur. In de Chinese opvatting, tenminste die door de staat is toegestaan, is China het Rijk van het Midden, dat in een beweging verkeert waarbij het steeds machtiger zal worden.”

Koude Oorlog was een lange, zeldzame vrede

De ober schenkt wijn en water bij, en de historici zijn het met elkaar eens dat de mondiale krachtsverhoudingen aan het schuiven zijn en dat alleen die beweging al negentiende-eeuws aandoet.

De Graaf: „De Koude Oorlog was een heel uitzonderlijke periode in de geschiedenis, een periode van stasis, stilstand. Vanaf 1948 hielden twee polen elkaar in een gespannen evenwicht, tot een van de twee het zou begeven – en dat is de Sovjet-Unie geworden. Daarvóór zagen we een gevecht om invloedssferen en wisselende coalities van mogendheden die er militair en economisch toe doen. Na de nederlaag van Napoleon en het Congres van Wenen waar over de vrede werd onderhandeld, werd dat systeem het Europees Concert genoemd. De vier grote mogendheden Engeland, Frankrijk, Rusland en Pruisen/Duitsland verdeelden met elkaar zo’n beetje de wereld. En dat heeft tot de Eerste Wereldoorlog gefunctioneerd. Waar we nu in zitten is eigenlijk precies die periode, van vóór de Koude Oorlog. Ook nu is er een serie grote en middelgrote spelers, waaronder Rusland en Amerika, die met elkaar de wereld verdelen.”

Waling: „Hoe gevaarlijk is dat? Hebben deze mogendheden imperiale gebiedsaanspraken zoals in de negentiende eeuw? Ja, de Russen proberen de omvang van hun voormalige rijk te herstellen – de Krim, de Baltische staten – maar verder zullen ze niet gaan. Ze hebben geen honger naar meer, meer, meer.”

De Graaf: „Nee, maar ook dat kenmerkte de negentiende eeuw. Een belangrijk verschil met toen is dat de militaire slagkracht van wapens nu zo groot is dat je je invloedssfeer niet, zoals in de negentiende eeuw, met de wapens kunt vestigen. Dat dacht men nog in 1914, en toen werd het een slachting. Het is nu de negentiende eeuw met trollen en drones. En kernwapens.”

Waling: „De generaals vechten altijd de vorige oorlog uit, maar met de wapens van de volgende.”

De Graaf: „Mooi gezegd. De Koude Oorlog was eigenlijk een lange vrede – voor Europa en de VS dan, niet in Afrika en het Midden-Oosten. De ontzagwekkendheid van de wapens voorkwam dat een van de grootmachten die zou gebruiken. Maar nu zijn er nog meer kernwapens, en toch is er geen stasis meer. Ik zie juist een soort verlangen naar catharsis. Men lijkt uit op louterende botsingen. En we hebben te maken kleinere baasjes, zoals Erdogan en Noord-Korea, die zulke botsingen maken. Net als bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kunnen zulke leiders de rest een conflict in rommelen.”

Dat verlangen naar de grote kladderadatsch!

Martin Bossenbroek zit te knikken. Hij heeft vanavond al vaker blijk gegeven van zijn pessimisme over de huidige toestand. Beatrice de Graaf is zolang aan het woord geweest dat Geerten Waling zijn vinger opsteekt omdat hij iets wil zeggen. Hij vindt dat het pessimisme over het heden de vergelijking met de negentiende eeuw en met de jaren dertig vertekent. „Het vertrouwen in de democratische rechtstaat is nu torenhoog, ook in de Verenigde Staten. Rond de 90 en 95 procent van de Nederlanders – het schommelt een beetje – uit zijn vertrouwen in de democratische rechtstaat.”

De Graaf: „Ik hoop ook dat dit een grote rem is. Tegelijkertijd zie je wat Huizinga in de jaren dertig ‘puerilisme’ noemde, naar het Latijnse woord voor ‘kind’. Mensen, schreef Huizinga, dwepen met parades, laarzen, marsen, het heroïsche, en ze doen alsof dat iets groots vertegenwoordigt. Maar het vertegenwoordigt leegte. En wat nog veel erger is, zei Huizinga, ze kunnen niet meer onderscheiden waar het spel stopt en de werkelijkheid begint.”

Bekijk het videobetoog van Martin Bossenbroek: “Om kennis te nemen van de hele historische werkelijkheid, is het zaak de volle breedte van het maatschappelijk leven te bestuderen.”

Ze wijst op de Polen waar de opperrechters de laan uit zijn gestuurd, op de meerderheid van de Britten die voor Brexit hebben gekozen, de Amerikanen die op Trump hebben gestemd. Op de PVV-stemmers, waarvan een deel zegt: ah joh, lachen. „Die nonchalance. En dan dat verlangen naar een catharsis, naar de grote kladderadatsch, dat de geschiedenis eindelijk weer eens gaat lopen.”

Bossenbroek: „Dat is precies de gemoedstoestand die alle hoop en idealisme van het begin van de twintigste eeuw op een verschrikkelijke manier heeft onthalsd.”

Multilateralis-me an sich kan een oorlog niet verhinderen.

Er zijn nu wereldwijd zoveel krachten die wij niet in de hand hebben, zegt Bossenbroek. „In de jaren dertig had je, simpel gesteld, de driehoek van parlementarisme, fascisme en communisme. Betrekkelijk overzichtelijk. Daar is een religieus soort nationalisme bij gekomen. En daar is ook een ecologische benadering bij gekomen, die iedereen die niet aan de planeet denkt, uitsluit. De driehoek is ten minste een vijfhoek geworden, en dat maakt alles veel ingewikkelder. En kwetsbaarder. Kleine gebeurtenissen die als een kettingreactie de hele boel kunnen ontwrichten.”

De Graaf: „Events! Als 28 juni 1914. Of 11 september 2001.”

Bossenbroek: „Het is de negentiende eeuw in het kwadraat!”

De versplintering van machtsblokken en de wijdere verspreiding van het bezit van vernietigingswapens – het zijn zorgelijke ontwikkelingen. Beatrice de Graaf relativeert: „Sinds de jaren tachtig is er geschreven over het gevaar van proliferatie, in de vorm van een terrorist met een ‘vieze bom’, een kernwapen. Het kan, maar het is heel duur en verschrikkelijk moeilijk om dat spul te verwerken in een wapen. Daarvoor heb je een stabiele laboratoriumruimte nodig waar je gedurende meerdere jaren tests kunt doen – dat is een luxe die de meeste terroristen niet hebben.

„Het enige historische voorbeeld dat ik ken van toepassing van een biologisch wapen door een terroristische organisatie is de aanval met sarin-gas op de metro van Tokio door de sekte Aum Shinrikyo, in maart 1995. De man die dat gas heeft gemaakt kon in het lab van zijn professor vrijelijk experimenteren en ging later voor deze sekte werken. Het aantal dodelijke slachtoffers bleef tot twaalf beperkt. Vooralsnog zijn kernwapens, chemische en biologische wapens alleen in handen geweest van dictatoren.”

Vertrouwen in democratische rechtstaat is nu torenhoog, ook in de VS

Martin Bossenbroek wijst erop dat een terrorist vanuit zijn zolderkamer de meest verschrikkelijke ellende kan aanrichten, met cyberaanvallen. Het is nog niet gebeurd, maar het is zeker niet ondenkbaar.”

Waling blijft op de goede ontwikkelingen wijzen: „We leven nu in een tijd waarin de geletterdheid in de westerse wereld vele malen groter is dan honderd jaar geleden, het opleidingsniveau veel hoger is, de communicatiemiddelen veel verder zijn ontwikkeld, en ook de democratisering van informatiestromen. Daardoor is het opzetten van een vuil plannetje, politiek of militair gezien, veel lastiger. De instituties zijn nu onvergelijkbaar veel sterker dan in de jaren dertig, of in de negentiende eeuw.”

De Graaf: „Dat is zo, maar ze zijn door mensen gemaakt, en ze kunnen door mensen ook worden afgebroken.”

Aan rand van vijver begint het water te stinken

Tegen de tijd dat de hoofdgerechten op tafel komen – hamburgers, zwezerik, heilbot – werpen we de vraag op of het aantreden van een autocraat de democratie direct doet wankelen.

Waling: „Het hangt er vanaf hoe weerbaar, nee: hoe zelfbewust een democratie is. Hoe sterk de democratische instituties zijn en hoe groot het vertrouwen erin is. Er zijn bijna geen voorbeelden van democratieën die oorlog voeren met andere democratieën. Een democratie is nooit weggestemd door de eigen bevolking. Nou ja, 1933, toen Hitler aan de macht kwam. Maar Duitsland was na de Eerste Wereldoorlog wel een heel zwakke democratie. Hetzelfde geldt voor Turkije. Amerika daarentegen is een heel zelfbewuste, machtige democratie. Ik denk niet dat Trump de democratie kan afschaffen, zelfs al zou hij dat willen.”

Frank Ruiter

De Graaf: „Het is wel de vraag hoe exclusief democratieën worden. Het is mijn job om de krachten en bedreigingen serieus te nemen, want voor je het weet, gaat er wel iets mis.”

Waling: „Daar verschillen wij. Ik zie het als mijn missie om met de geschiedenis in de hand te zeggen: het loopt zo’n vaart niet. Jij wijst er vanuit de geschiedenis op wat allemaal kan misgaan.”

De Graaf: „Sinds Brexit, sinds Trump is het aantal hate crimes, het aantal dreigingen met twintig procent toegenomen. Ik zie de democratische rechtstaat als een vijvertje. Je meet de frisheid niet in het midden, bij ons, waar de vissen nog vrolijk zwemmen, die meet je aan de randen. Als het water zakt, gaat het stinken aan de randen. Je kunt zeggen: dat zijn stinkvissen – vluchtelingen, zedendelinquenten, mensen zonder status – maar zij zijn evengoed de kanaries in de kolenmijn. Dan moet je wel even bedenken of het waterpeil nog hoog genoeg staat.”

Waling: „Ja, je moet een democratie onderhouden. Bijvoorbeeld via het onderwijs. Een ideale democratische rechtstaat gaat uit van heel mondige burgers die je kunt vertrouwen met hun stemgedrag. Ik heb misschien meer dan andere mensen het vertrouwen dat burgers redelijk rationeel stemmen. Dat, zoals collega Tom van der Meer zegt, de kiezer niet gek is, dat die volwassen is, en de democratie gezond. Jonge mensen, merk ik, weten wel heel weinig van ons bestel. Dat is zorgwekkend.”

De Graaf: „Er was deze verkiezingen maar één partij waarvan het programma, zo bleek uit een onderzoek van de Orde van Advocaten, rechtstatelijk helemaal in het groen zat. De PVV helemaal niet, maar ook de VVD en het CDA, zelfs de SGP niet, waarvan je dat toch zou verwachten. Zelfs het Forum voor Democratie, toch geleid door een historicus, zegt; die rechtstatelijke verdragen moeten maar weer eens worden herzien.”

Waling, die „sommige analyses deelt” van de historicus die Forum voor Democratie leidt, Thierry Baudet, vraagt: „Welke partij was dan wel goed?”

De Graaf kucht. Dat was dus háár partij, de ChristenUnie.

De dankbaarheid voor ‘Europa’ is verdwenen

We drinken thee en koffie en De Graaf betoogt dat alle grote pogingen tot internationale samenwerking plaatsvonden na grote oorlogen. Het Europees Concert na 1815. De Volkenbond na 1918. De Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens na 1945 en onder invloed van de Holocaust. Nu, zegt ze, „is de dankbaarheid verdwenen dat we met z’n allen iets hebben bedacht wat het kwaad in toom houdt. Waar blijf je dan met je Europese waardengemeenschap?” Wij merken op dat het stelsel van verdragen en de samenbindende kracht van de Volkenbond snel zijn verdampt na 1918.

De Graaf werpt tegen dat de nationalistische krachten misschien wel de boventoon gingen voeren, maar dat er tal van internationale samenwerkingsverbanden zijn blijven bestaan. „Zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog werd door beide partijen nog gesproken over een gezamenlijke inzet voor de internationale veiligheid. In de commissies voor de Rijn en de Donau, via het Internationale Rode Kruis, politiesamenwerking, of in de internationale commissie voor Egypte. Je had er alleen weinig aan. Multilateralisme an sich kan een oorlog niet verhinderen.”

Op Hemelvaartsdag wordt de finale van de Grote Geschiedenis Quiz uitgezonden op tv. Wie kans wil maken om mee te doen in deze finale, kan in de voorronde vragen beantwoorden op ggq.nl. Antwoorden moeten uiterlijk 3 april binnen zijn.