Opinie

    • Frits Abrahams

Vervolgde journalisten

Een dictator kan niet zonder welgemanierde lakeien. Mensen die zijn opvattingen uitdragen en zijn beslissingen verdedigen in de boze buitenwereld. In de Volkskrant kwam zo iemand de recente uitlatingen van de Turkse president Erdogan vergoelijken: Mustafa Aslan, een in Nederland geboren winkeleigenaar uit Rotterdam en de belangrijkste vertegenwoordiger van Erdogans AK Partij in ons land. Aslan is hier ook campagneleider voor Erdogan.

Net als Kuzu van Denk, die niet met Jan Roos op tv wilde debatteren, gaat Aslan in het interview de lastige vragen uit de weg. Over Erdogans verwijten aan Nederland (‘nazipraktijken’ en moord op 8.000 Bosniërs) wil hij „niet te veel zeggen”. Hij belooft er later op terug te komen, maar in een e-mail doet hij dat toch maar niet. Het wijst op een slecht geweten, want waarom zou je je mond houden als je goede argumenten hebt?

De interviewers vragen hem ook hoe het met de vrijheid van meningsuiting in Turkije staat. „Goed”, zegt Aslan, „er zijn geen belemmeringen. Je moet alleen geen terroristische organisaties verheerlijken of er propaganda voor maken. Doe je dat wel, dan moet je daarop aangesproken kunnen worden. Dan doe je iets wat niet is toegestaan in Turkije.”

Zo gaat hij maar door. Hij heeft het geluk dat Erdogan ten tijde van dit interview nog niet zijn nieuwste enormiteit heeft gedebiteerd over Europeanen die „nergens ter wereld veilig op straat zullen lopen als ze volharden in hun houding”. Toen Erdogan dit zei wist hij niet van de recente aanslag in Londen, maar dat is nog geen excuus voor zijn uitspraak.

Zou Aslan geweten hebben dat Erdogan van plan was dit weekend in een groot Nederlands stadion te speechen? Het moet haast wel, maar Aslan is zo slim daarover te zwijgen.

Volgens de Republikeinse Volkspartij (CHP) zitten er nu in Turkije 152 journalisten gevangen, zijn 173 mediabedrijven gesloten en als gevolg daarvan 2.500 journalisten ontslagen en is van 800 journalisten de perskaart ingetrokken en/of het paspoort ingenomen. Ze kunnen veroordeeld worden tot (levens)lange gevangenisstraffen.

De Britse krant The Guardian bracht donderdag korte interviews met zes vervolgde journalisten, van wie er drie nog in de gevangenis zitten en de andere drie voorlopig zijn vrijgelaten in afwachting van hun proces. Ze worden (werden) redelijk goed behandeld in de gevangenissen, maar hun vooruitzichten zijn er niet minder slecht door.

Ahmet Altan (columnist, al 5 maanden gevangen, mogelijke straf driemaal levenslang) zegt: „Het is waar dat de aanklachten tegen ons belachelijk zijn. Ze zijn onzinnig, maar het probleem is dat deze onzin de levensstijl van het huidige Turkije is geworden. Het is alsof ik op een onbewoond eiland zit. Ik voel me als Robinson Crusoe, maar ik weet niet of mijn schip ooit komt.’’

En Ahmet Sik (onderzoeksjournalist, 4 maanden gevangen, mogelijke straf 7,5 jaar): „Het is alsof ik wakker ben geworden op een plek die mij volledig onbekend is. Je voelt je doof hoewel je alles kunt horen, je voelt je blind hoewel je alles kunt zien en je voelt je sprakeloos hoewel je alles kunt uitleggen.”

Misschien moeten we Erdogan toch maar toestaan hier te speechen, mits hij bereid is zich door de scherpste journalisten van Nederland te laten interviewen.

    • Frits Abrahams