Recensie

Verbeelding als anker, maar ook als strop

Boekenweekessay 2017

Connie Palmen behandelt in haar essay ‘de originele zonde’: de verbeelding. Ze doet dat aan de hand van de levens van vier vrouwen die een uitweg zochten via een nieuwe identiteit.

Eva zat achter de erfzonde, met een dubbele verleiding op haar geweten, passief (de slang) en actief (Adam). Sinds Eva zijn alle mensen behept met de erfzonde, de vrouwen een beetje meer dan de mannen. Vrouwen zijn per definitie extra schuldig, maar waaraan precies?

Een jeugdgedichtje van de schrijfster Jane Bowles (1917-1973) leidde Connie Palmen naar het antwoord: via een cryptogram-interpretatie associeerde Bowles de ‘original sin’ naar ‘origineel’ oftewel ‘oorspronkelijk’. Dat zette Palmen op het spoor: ‘Origineel zijn is een zonde’. En via die – we nemen het aan – verdoemde originaliteit kwam ze uit bij de verbeelding als de exclusieve zonde voor de vrouw. De verbeelding is verboden terrein voor haar. Geeft ze zich eraan over dan zal ze boeten.

Die duizelig makende gedachtesprong werkte Palmen uit voor het Boekenweekessay 2017. Onder de titel De zonde van de vrouw. Vier creatieve vrouwen beschrijft ze. Jane Bowles natuurlijk, zij leverde het idee. Verder de schrijfsters Marguerite Duras (1914-1996) en Patricia Highsmith (1921-1995), en het film-idool Marilyn Monroe (1926-1962). Palmen schetst hun leven en werk, die ontembaar worden bestuurd door hun verbeelding. Daarbij schuren ze langs dezelfde piketpaaltjes. Een afwezige vader. Een vernietigende moeder. Drankmisbruik, seksverslaving, zelfdestructie.

Hun verbeelding is hun anker, maar ook hun strop.

Alle vier zoeken ze een uitweg via een nieuwe identiteit, in dit essay wazig aangeduid als ‘de soevereiniteit van de hergeboorte’. Simpel gezegd: met een andere naam worden ze een nieuwe vrouw. Maar ze zijn de tovenaarsleerling. Hun nieuwe ik neemt hen over en ze raken zichzelf kwijt. Hun verbeelding is hun anker, maar ook hun strop.

Lijdensverhalen

De zonde van de vrouw is een vierluik van heiligenlevens. De verhalen van deze vrouwen zijn opgetekend als lijdensverhalen, gekenmerkt door zelfopoffering zoals het heiligen betaamt. Je vraagt je wel af wat Monroe daartussen doet. Ook al wijdt Palmen aan haar de meeste woorden, ze breit niet recht dat zij de vreemde eend in deze bijt is. In artistiek opzicht verschilt ze sterk van de drie schrijfsters, kwalitatief legt ze het tegen hen af. Monroe was een uniek idool, maar een sterke actrice was ze nooit. Bij haar betreft de zonde van de verbeelding haar levenswandel. Haar werk voltrok zich via de verbeelding van anderen.

Ongepaster is het dat zij op het omslag van dit essay is afgebeeld. Schrijvend. Hoezo? Ze is de enige niet-schrijfster. Of zijn we verbaasd dat Monroe gealfabetiseerd was?

Op maat

Voor dit essay overmeesterde Palmen haar onderwerpen. Ze lijfde ze in en daarbij ging ze niet zachtzinnig te werk. Ze sneed ze op maat. Zo laat ze Highsmiths onthullende, autobiografische debuutroman Carol weg, over een jonge vrouw die hartstochtelijk valt voor een getrouwde vrouw. Maar ja, dat onverwachte happy end, dat past niet in het plaatje van een van jongsaf lijdende kunstenaar.

Het aanhoudend huilende kind Jane Bowles zadelt Palmen op met een ‘voorgevoel van de zwaarte van het leven’ – wat veelgevraagd is, zelfs voor het kind waaruit Jane Bowles zal ontluiken. En Monroe’s gewelddadige echtgenoot, honkbalspeler Joe diMaggio, smeedt ze rücksichtslos om tot de man ‘die echt van haar houdt’.

Het best komt dit essay tot zijn recht als Palmen het inzet voor een ode aan het schrijverschap. Ze maakt waar dat het de schrijfsters zowel naar de hel ontvoert als naar de hemel en hun een bevredigende sadomasochistische climax bezorgt. Voor Jane Bowles noteert ze: ‘Schrijven is uitweg en val ineen.’ Voor Patricia Highsmith: ‘Het is schrijven om te kunnen leven.’ Voor Marguerite Duras: ‘Wat is dat toch met schrijven dat het de macht heeft het echte leven weg te maken?’

Dat alles is van toepassing op alle drie de schrijfsters. Maar het meest lijken het flarden van het portret van iemand die als een enthousiaste schim in dit essay rondkuiert. Het zijn elementen van de schrijfster die Connie Palmen is.

    • Joyce Roodnat