Recensie

Stel, je zoon is een vrouwenmepper

Herman Koch voert in zijn Boekenweekgeschenk, net als in Het diner, weer een schurend dilemma op. En hij brengt je in tweestrijd.

Tekening Paul van der Steen

Je hebt een hekel aan je schoondochter. Je vermoedt dat je zoon, je lievelingszoon, onder haar lijdt, dat denk je al jaren, en je vrouw ook. Maar op een avond, je geeft net een feestje, staat ze voor de deur: Hanna, betraand, wanhopig, haar gezicht vol bloeduitstortingen, ze komt net van huis. Wat doe je? Geef je je zoon dan nog het voordeel van de twijfel?

Ons morele kompas zegt: vuile vrouwenmepper. Tom Sanders – hoofdpersoon van Makkelijk leven – kalmeert Hanna, is begripvol, belooft dat hij met zijn zoon zal praten. En stuurt haar dan weer weg, naar huis, de nacht in. Hij vertrouwt haar niet.

Met dat geweldig problematische uitgangspunt begint het Boekenweekgeschenk Makkelijk leven, dat heel lang aanvoelt als het beste dat Herman Koch ooit geschreven heeft. Het lijkt de optelsom en het kwadraat van zijn vorige romans: het heeft alles, en dan beter. Er is een schurend moreel dilemma à la Het diner, het gaat over succesvolle mannen die zich onaantastbaar wanen, zoals in Zomerhuis met zwembad. Koch speelt het geniepige spel van verwachtingen die niet ingelost worden uit Geachte heer M. en dat van de gezegende onwetendheid uit De greppel. Alles wat Koch sinds het internationale succes van Het diner (2008) inhoudelijk heeft beziggehouden, wat hij aan ideeën heeft doorontwikkeld en aan technische verfijning heeft opgedaan – alles lijkt hier samen te komen.

Achteroverleunend leven

Wat doe je als je zoon een vrouwenmepper zou kunnen zijn? Daar gaat het hier om, en zo lijkt de nieuwe Koch een tweede Het diner – dat ging over ouders die het wangedrag van hun pubers willen verdoezelen. (En nu is er géén psychiatrische verklaring voor het wangedrag – dat was ooit het grote twistpunt over Het diner.)

De verteller heet nu Tom Sanders, hij is schrijver van zelfhulpboeken, zijn succesvolste, die Makkelijk leven heet, is in veertigmiljoenvoud verkocht. Korte samenvatting van zijn succescredo: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Laat de dingen op hun beloop, kies de gemakkelijke oplossing. Nietsdoen, zegt hij, is beter dan ingrijpen. Want: ‘Nooit zal er in een rampenfilm ergens een patrijspoort openstaan waardoor iedereen al na tien minuten naar buiten kan klauteren. In het echte leven is die patrijspoort er wel.’ En als er een probleem opduikt, neem geen verantwoordelijkheid, relativeer: ‘Laat je geen schuldcomplex aanpraten door een stapel vuile borden op het aanrecht.’

Klinkt opgeruimd en aantrekkelijk, zo’n achteroverleunend leven – als er tenminste geen vuile vaat is. De vuile vaat negeren ruimt natuurlijk niets op, zeker niet als er een vrouw mishandeld wordt.

Herman Koch is de magneet die je morele kompas op hol brengt.

De novelle gaat natuurlijk over de onhoudbaarheid van dat laisser faire. Nou ja: Koch zou Koch niet zijn als hij je niet tot het uiterste in het ongewisse zou houden over de morele positie van zijn personages. Hij laat je geloven in het gelijk van zijn verteller, of in ieder geval in diens morele zuiverheid – en dat maakt het des te problematischer. Deze schrijver kiest namelijk nóóit voor de makkelijke oplossing, al doet zijn soepele stijl je geloven dat alles helder en duidelijk is. Herman Koch is de magneet die je morele kompas op hol brengt.

Koch weet zijn hoofdpersoon – net als die in al die eerdere romans – niet gehéél klootzakkig te maken: hij brengt je in tweestrijd, Sanders beurtelings gelovend, beschouwend, waarderend en wantrouwend. Als we hem geloven, trappen we in de bekende reflex waar het patriarchaat altijd mee wegkomt, in het cliché ‘ze zal het er wel naar gemaakt hebben’. Dat we ons daar ongemakkelijk bij voelen weet Koch ook wel, en toch luist hij ons erin met een betoog dat ook zo handig en genuanceerd in elkaar zit dat je Sanders óók best wilt vertrouwen. Misschien probeert Hanna inderdaad haar man erin te luizen.

Net zo onhoudbaar en tegelijk aantrekkelijk is Sanders’ ideologie: nietsdoen is moreel niet in de haak, hoe ideologisch consistent dat ook is. Aan de andere kant zijn Sanders’ zelfhulptips ook weer niet alleen ironisch bedoeld. Nuttig zelfs!

Verhaaltechnische patrijspoort

Dat is Koch op z’n leepst, op z’n best: de goeroe is, zonder het zelf door te hebben, inconsistent en gaat zo moreel failliet. Maar hoe loopt dit af? Zonder iets over de inhoud te verklappen: slecht. Als het einde nadert, versnelt Makkelijk leven ineens en vindt er een plot-ingreep plaats. Die leidt naar een ontknoping die te gemakkelijk voelt, afgeraffeld. En zo mislukt de Koch die de beste ooit had kunnen zijn.

Lees ook het interview met Herman Koch in zeven liedjes: ‘Mijn moeder zette me op het spoor van de popmuziek’

De vloek van het Boekenweekgeschenk, vermoed je dan. Zou Koch geschrokken zijn van zijn woordentellertje en tempo hebben gemaakt om de maximumlengte niet te overschrijden? Het einde valt zó tegen dat je als recensent de neiging krijgt om zelfhulptips te geven: beste lezer, stop tien pagina’s voor het einde. Of: kon Koch maar deze novelle hernemen en uitbouwen tot een roman met een echte, overtuigende climax. Zonder verhaaltechnische patrijspoort.

‘Vermijd waar mogelijk een ingreep’, was een leefregel van Tom Sanders. Daar moet je hem toch gelijk in geven.