Opinie

    • Youp van ’t Hek

Metrolijn 14

Gisteren was het een jaar geleden dat Johan overleed. Het was die dag oorverdovend stil in Nederland en het bleef een week of wat onrustig in alle verdrietige jongenshoofden. Zeker in de koppies van mijn generatie. Wij hebben zulke fantastische herinneringen aan die man. Aan de voetballer, de trainer en de ouwehoer. Alle drie onnavolgbaar. Vorige week stond er in deze krant een prachtinterview met zijn zoon Jordy, die zo sympathiek en helder uit de doeken deed wie Johan eigenlijk was. Een wereldster en een heel aardige vader. Het ging ook nog even over de Arena. Waarom die nog niet naar zijn vader vernoemd is. Jordy was daar heel diplomatiek over.

Veertien jaar geleden was ik in Shanghai. Voor het hotel stond een graafmachine. De portier vertelde dat ze die nacht gingen beginnen met het graven van een metrotunnel. Twee dagen later was die klaar. Er lag ook een prachtig ondergronds station en de prijs was meegevallen. Driekwart van het begrote bedrag. Ik liep het perron op. Daar stopte een stevige trein. Geen roestige, rammelende Fyra, maar een solide locomotief met twaalf luxe rijtuigen.

Op het korte ritje vroeg een Chinees in slecht Engels waar ik vandaan kwam. Mijn Engels is ook belabberd dus dat trof. Hij sprak de taal omdat hij uit Hongkong kwam.

Europa, zei ik. Nederland vond ik te ingewikkeld. Dat zou hij echt niet kennen.

Waar in Europa? Ik antwoordde dat ik uit Amsterdam kwam. De Chinees ontplofte bijna van geluk en liep weldadig leeg. Cruijff. Johan Cruijff. Ajax. Europacups. Bijna wereldkampioen. Finale 1974. Genaaid door de scheids. Barcelona, Barcelona en nog eens Barcelona. En of ik wist dat hij zelfs Feyenoord ooit landskampioen had gemaakt. Ik wist alles. Hij ook.

De Chinees vroeg of ik Shanghai leuk vond en hij wilde alles weten over mijn stad. Ook of wij een metro hadden?

Een kleintje, legde ik uit en vertelde dat ze net begonnen waren aan de Noord/Zuidlijn. De Chinees opperde dat wij volgend jaar dus ook een heuse metro zouden hebben. Ik knikte.

Verder wilde de man het alleen nog over Cruijff hebben. Ik vertelde dat ik Johan wel eens ontmoet had. Dat geloofde de Chinees niet. Hij raadde me aan minder te drinken. Toen moest hij er uit.

En aan die rit moest ik vorige week denken toen ik het vraaggesprek met Jordy las en ik voelde een schaamblosje op allebei mijn wangen. Ik vroeg me af of ik aan de Chinees verteld had dat het metrolijntje minder dan tien kilometer lang zou worden.

Nu veertien jaar later, met de nadruk op veertien, modderen ze nog steeds onder de stad en ze zeggen op het gemeentehuis dat het boemeltje in 2018 gaat rijden. Er is geen Amsterdammer die dat gelooft. Gelukkig zijn we gek op humor.

Dus ik gok dat het tot 2030 duurt eer we de Arena omdopen tot het Johan Cruijff-stadion. Er is nog overleg gaande tussen de gemeente en Ajax en het stadion en een eventuele multinational die ook zijn naam op de pui wil en de founders en… ik vrees dat het 2040 wordt.

In Shanghai zijn er ondertussen veertig metrolijnen bij en mijn Chinees van toen weet niet beter dan dat ons land bijna al zijn grote gebouwen naar de vorig jaar overleden Johan heeft genoemd. Ook Schiphol? Die ging als eerste.

Wonderlijk dat in ons land allerlei instellingen binnen de kortste keren naar de hier aangewaaide golddigger Máxima zijn vernoemd en dat het omdopen van een stadionnaam zoveel voeten in de aarde heeft. Ik heb het over Cruijff. Johan Cruijff. Wereldster en fenomeen. Wat zijn we toch een stelletje kneiters.

    • Youp van ’t Hek