Profiel

Met zelfspot ging hij stoffigheid te lijf

Eppo van Nispen tot Sevenaer

CPNB-directeur Eppo van Nispen heeft deze week de taak om de Boekenweek in goede banen te leiden. Hij doet dat op geheel eigen wijze. Boekenweekauteur Herman Koch: ‘Zijn tomeloze energie is niet vermoeiend.’

Eppo van Nispen, directeur van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek Foto Lars van den Brink

“Mensen in het boekenvak vonden het eerst maar niks dat er een clown uit Den Haag kwam om directeur van de CPNB te worden.” Zo werd Eppo van Nispen tot Sevenaer (1964) gezien toen hij net directeur van de CPNB was geworden, vertelt zijn studievriend en oud-huisgenoot Bas Kist. Inmiddels is Van Nispen zeven jaar directeur van de CPNB, de stichting die jaarlijks de Boekenweek organiseert.

Toen Van Nispen in 2010 het stokje overnam van Henk Kraima om zich te gaan inzetten voor de propaganda van het Nederlandse boek, kon het contrast haast niet groter zijn. Kraima, die al lang meedraaide in het culturele circuit, concentreerde zich op de promotie van het boek, liefst zonder er van alles bij te halen. Van Nispen verklaarde uitdagend dat het hem niet om het boek ging, maar om het verhaal. ‘Ook dit jaar heeft Eppo van Nispen tot Sevenaer geen boek gelezen’, zo stond eind 2014 op het literaire weblog Tzum, dat zich stoorde aan zijn vermeende gebrek aan diepgang. Het vakblad Boekblad portretteerde hem vorig jaar nog met een grote coverfoto waarop de man met het ronde hoofd en de foute das met een forse polsstok een sprong waagde.

Waar niemand twijfelde aan de kennis van Kraima, werd dat bij Van Nispen wel gedaan. Hij had een achtergrond in de televisiewereld. Het is alsof hem dat verdacht maakte, maar het is de vraag of dat beeld wel klopt.

Volgens zijn broer en fotograaf Joan van Nispen tot Sevenaer is het antwoord daarop een volmondig nee. Het probleem is dat mensen in de war raken van de amicale van Eppo van Nispen, terwijl het boekenvak zo ernstig lijkt. Die amicale uitstraling had hij al als kind.

Hij ging voor mij op de knieën met een appel in de hand, bij wijze van verboden vrucht.

Joan van Nispen: „Eppo was lief, sprong niet in het oog en was een verbinder. Het werd pas raar toen hij op zijn zeventiende de ‘Spraakwaterval-kampioenschappen’ won. Dat gaf hem veel zelfvertrouwen, en praten kan hij nog steeds. Hij moest een keer een fandag van Bløf volpraten. Hij stond daar onvoorbereid, maar het lukte en hij zong zelfs een geïmproviseerd lied. Hij is creatief zonder enig gevoel voor gêne.”

Lees ook het interview over de werkdag van Eppo van Nispen uit 2015: De directeur van CPNB komt altijd binnen met een ochtendkreet

Dostojevski bij zijn bed

De broers studeerden beiden in Leiden, Eppo van Nispen rechten en trad toe tot het corps (Minerva). Die studie maakte Van Nispen niet af, volgens Kist omdat rechten hem niet echt interesseerde en omdat hij te onrustig was, te veel bezig met grappen en leuke plannen. „Ik weet dat hij de wetboeken niet las, die zijn nooit uit het folie gehaald.”

Wat Van Nispen toen wel las, weet Kist niet. Zijn broer weet het ook niet precies, maar herinnert zich wel dat zijn broer al jong begon met lezen. „Toen hij directeur werd van de CPNB heb ik hem De gebroeders Karamazov gegeven om op zijn nachtkastje te leggen. Dan had hij een goed antwoord klaar wanneer mensen vroegen wat hij naast zijn bed had liggen.”

Ondanks Dostojevski was het imago van Van Nispen aanvankelijk niet positief. Iets waar de CPNB-directeur zich weinig om bekommerde. „Daar heeft hij te veel zelfspot voor”, aldus zijn broer. De act waarbij hij jaarlijks door de knieën gaat voor de auteur die het Boekenweekgeschenk moet schrijven, is inmiddels publiek geheim. Volgens CPNB-persvoorlichter Peter Rosendaal is er nog nooit een auteur geweest die heeft gezegd: sta op en doe normaal.

Hij heeft hart voor de zaak en hij heeft het boekenvak door een moeilijke tijd heen geholpen.

Creativiteit en energie zijn kenmerkend voor Van Nispen, benadrukt zijn broer. Ze komen voort uit een motto dat een oudoom ze vroeger meegaf: ‘jammer’ bestaat niet in ons woordenboek. „Eppo draagt dat uit. Hij accepteert wat het leven hem geeft. Ook zijn opvallende naam heeft hij altijd geaccepteerd. Toen er in de tv-serie De kleine waarheid een Eppo voorkwam, een jongen die niet spoorde, werd zijn naam een scheldwoord. Ik pestte hem er ook mee.” Volgens Kist heeft de naam vooral in zijn voordeel gewerkt. „Iedereen wist al snel wie hij was: de kleine, dikke jonkheer uit Den Haag met de gekke naam en de grote mond. En hij was handig en origineel. Zo ging hij in november altijd naar de V&D in Leiderdorp waar hij achter een tafel zat met een bordje ‘drs. Nederlands’ erop. Voor huisvrouwen die niet konden dichten, zette hij in drie minuten een Sinterklaasgedicht in elkaar.”

Niet bepaald hoogstaand

Toch werd die onserieuze houding niet altijd geaccepteerd. Joan van Nispen: „Toen hij thuis kwam vertellen dat hij bij de TROS ging werken, waren we teleurgesteld. We vonden dat nu niet bepaald een hoogstaand beroep. Bananasplit begeleiden in plaats van sociaal betrokken documentaires maken… Dat hij daarna bij SBS6 ging werken, maakte het niet veel beter. Het was ook een slecht jaar voor hem – hij kon er niet aarden. Dat hij vervolgens in Delft in de bibliotheek ging werken, was voor ons een verrassing. Niet zonder zelfvertrouwen zei hij dat hij in vijf jaar tijd hier de modernste bibliotheek ter wereld ging neerzetten.” De bibliotheek won in 2006 en 2007 prijzen op het gebied van innovatie. „Hoewel hij het in zijn eerste jaar bij de CPNB best lastig had, heeft hij ook die van het stoffige imago weten te ontdoen. Eppo slaagt er altijd in om zich de omgeving waarin hij terechtkomt, eigen te maken.”

Maarten Asscher, directeur van Athenaeum Boekhandel en indertijd als CPNB-voorzitter verantwoordelijk voor de opvolging van Kraima, benadrukt Van Nispens lef om alles ter discussie te stellen. „Het was altijd: ‘nee, tenzij’. Sinds Eppo er is, is het ‘ja, mits’ geworden. Hij heeft traditionele waarden gecombineerd met een energieke en originele manier van plannen maken. Je moet je collectieve waarde op elk vlak waarmaken, daardoor is de CPNB de crisis in het boekenvak doorgekomen.” Rosendaal: „Eppo is geen traditionele baas, hij vertrouwt erop dat je je werk goed doet, werkt niet top-down en heeft een amicale présence.”

Geen concessies aan zijn aard

En hij deed geen concessies aan zijn eigen aard. Op de dag van zijn aantreden had hij zijn baseballpetje op, herinnert Rosendaal zich. „Ik had aanvankelijk moeite met zijn brallerigheid, maar hij heeft hart voor de zaak en hij heeft het boekenvak door een moeilijke tijd geholpen. We gingen alles breder aanpakken, er kwamen thema’s bij – ook omdat Eppo vindt dat het niet per se om het boek gaat, maar om het verhaal, of dat nou van papier gelezen wordt of een iPhone. Het werd soms iets te veel, en we zijn – dat was begrotingstechnisch wel nodig – weer met wat dingen opgehouden, bijvoorbeeld met boekmanifestaties als Manuscripta en Vers voor de Pers.”

Vaker werd de vraag gesteld of je als propagandist voor het ‘Nederlandse boek’ wel zoveel aandacht moet besteden aan kookboeken en spirituele boeken. „Als het werkt, waarom niet?” stelt Herman Koch, de Boekenweek- auteur 2017, als wedervraag. Hij ontkwam niet aan de charme, net zo min als Ilja Leonard Pfeijffer. Die maakte Van Nispen mee tijdens de Poëzieweek, waarvoor hij het geschenk had geschreven. In zijn Brieven uit Genua schrijft hij: ‘Blakend van goedgemutstheid heeft hij zijn eigen onontkoombaarheid tot een ware kunst verheven. Sta je even te pissen in het herentoilet, dan komt hij breeduit glimlachend van diepgevoelde dankbaarheid voor jouw in zijn ogen onwereldse kunstenaarschap je gezegende rechterhand kussen.’

Koch bevestigt het verhaal van de CPNB-directeur die knielt voor de auteur van het Boekenweekgeschenk: „Hij ging voor mij op de knieën met een appel in de hand, bij wijze van verboden vrucht. Je durft in zijn nabijheid niet somber te kijken, zijn tomeloze energie is niet vermoeiend. Van de CPNB heeft hij van een bedaagder instituut een rumoer-veroorzakend instituut weten te maken. Het is propaganda met hoofdletters geworden.”