Recensie

KCO eert de inzichten van Harnoncourt

Thomas Hengelbrock. Foto Florence Grandidier

Aan honorair gastdirigent Harnoncourt, een jaar geleden overleden, draagt het Concertgebouworkest deze week het programma op met Mozarts Requiem en Schuberts Unvollendete. Dirigent Thomas Hengelbrock was student van Harnoncourt en eerde diens inzichten in stijlgeïnformeerde fraseringen, opstelling (bassen linksachter, violen aan weerszijden) en klank, die aan het sonore begin van de Unvollendete van strelende schoonheid was.

Hengelbrock, chef van het NDR-orkest en daarmee dé dirigent van de nieuwe Elbphilharmonie, bracht voor Mozarts Requiem en Schuberts ultrakorte Stabat Mater D. 175 zijn Balthasar-Neumann-Chor mee, dat met 48 zangers erg groot is, maar in flexibiliteit en dictie lenig en precies. En de zwaar fluwelige klank van zo’n fikse bezetting had in Mozart zeker meerwaarde.

Hengelbrock is een dirigent om te observeren: boomlang, soms een tikje ijdel in de precisie van zijn gebaren (fugatische inzetten aanwijzend), soms érg illustratief (gebalde vuisten in het ‘Dies Irae’) maar zo intelligent en wellevend dat hij bij het orkest op een grote gunfactor leek te kunnen bogen.

Zijn Schubert bezat niet van die oor openende eigenzinnigheden als waarin Harnoncourt grossierde, maar de klank was mooi, de afwerking uitmuntend en de ruimte aan bijvoorbeeld de houtblazers om te excelleren in klankschoonheid exemplarisch.

Voor zijn Mozart, met weinig uitgesproken solisten, gold eenzelfde wisselwerking tussen soms te hoekige controle (in het ‘Rex Tremendae’) en schoonheid van afwerking, die maakte dat je het eerste vergaf.

Het prachtig gezongen Bach-koraal Komm o Tod, du Schlafes Bruder dat als ode aan Harnoncourt de verstilde toegift was, deed verlangen naar meer Bach onder Hengelbrock.

    • Mischa Spel