‘Nederlanders omarmen de middelmaat’

De Britse Michele Hutchison en de Amerikaanse Rina Mae Acosta schreven een lofzang op de relaxte Nederlandse opvoeding. Bij een gedeelde kreeft vertellen ze over hun eigen jeugd. „Eén grote competitie.”

Foto Frank Ruiter

Gekke gewaarwording om een boek te lezen dat gaat over jezelf. Over het land waar je geboren werd en opgroeide, waar je kinderen kreeg en opvoedt zoals de meeste Nederlandse ouders om je heen dat doen. Is dát nou zo bijzonder? Wel als je door de ogen van een Amerikaanse en een Britse moeder kijkt. Zij zien een land vol gelukkige kinderen, volgens Unicef-rapporten (uit 2007 en 2013) zelfs de gelukkigste op aarde, want het enige land dat in de topvijf staat in alle categorieën; materieel welzijn, gezondheid, veiligheid, onderwijs, gedrag, huisvesting. Gelukkiger dan de Britse jeugd (nummer 16) en veel gelukkiger dan de Amerikaanse (nummer 26).

Michele Hutchison (45, Brits) en Rina Mae Acosta (34, Filippijns-Amerikaans) zijn allebei getrouwd met een Nederlandse man, wonen in Nederland en hebben er voor gekozen hun kinderen hier op te voeden, op de Nederlandse manier. Bestaat er dan zoiets als the Dutch way? Ja, schrijven zij in hun boek De gelukkigste kinderen van de wereld. Zij zien een verband tussen het Nederlandse kindergeluk en de opvoedstijl: Nederlandse ouders zijn relaxter, hun opvoeding houdt het midden tussen betrokkenheid en liefdevolle verwaarlozing, en dat levert zelfbewuste, zelfstandige en dus gelukkige kinderen op.

Hun boek verscheen eerder al in Engeland, de Amerikaanse editie komt binnenkort. In mijn volgende leven wil ik Nederlands zijn, schreef een Amerikaanse recensent. Wat ‘wij’ vanzelfsprekend vinden, op het saaie af, blijkt voor anderen een openbaring.

We lunchen in een visrestaurant aan de Noord-kant van Amsterdam waar Michele Hutchison nu woont. Zij bestelt een halve kreeft, Rina Mae Acosta bestelt solidair „de andere helft”. Als het op tafel komt, fotografeert Acosta de borden met haar telefoon en vraagt daarna de serveerster om een foto te nemen van ons drieën.

De kinderen van mijn vriendin worden gehaald en gebracht door Uber

Allebei spreken ze Nederlands. „Maar niet tegen mijn kinderen”, zegt Acosta. Zij houdt er thuis een strikt „one parent one language”-beleid op na om te voorkomen dat haar zoons (4 en anderhalf) straks haar imperfecte Nederlands overnemen, zoals zij als kind het Amerikaans met Filipijns accent van haar immigrantenouders sprak. Hutchisons zoon van 12 spreekt vloeiend Engels, haar dochter van 10 antwoordt haar steevast in het Nederlands.

In hun boek sommen ze een waslijst op van wat Nederlandse kinderen kunnen en mogen. Thuis geboren worden in plaats van in het ziekenhuis. Buiten spelen en fietsen zonder toezicht van een volwassene, zelf kiezen naar welke middelbare school ze gaan. Ze hebben inspraak thuis en op school, en – terugkerende gimmick in het boek – ze ontbijten elke dag met hagelslag.

Daartegenover staat wat ze allemaal niet hoeven of moeten: geen toelatingsexamen voor de peuterschool, geen dagelijks huiswerk op de basisschool, geen overdreven selectie voor middelbare school of universiteit, geen overspannen verwachtingen van ouders.

Veertig minuten huilen

Michele Hutchison zegt het voor een Britse tamelijk direct: „Ik was als kind doodongelukkig.” Haar ouders verhuisden naar een ander schooldistrict, opdat zij naar de beste grammar school kon. „Ik deed ook nog aan wedstrijdzwemmen.” Elke dag trainen, in het weekend wedstrijden. Overgeven in de wc uit angst haar persoonlijk record niet te verbeteren. „Mijn jeugd leek één grote competitie.”

Acosta was niet per se ongelukkig, zegt ze. „Mijn jeugd leek iets wat je moest doorstaan, niet iets om van te genieten.” Haar ouders getroostten zich vele opofferingen om haar en haar broertjes naar een particuliere school te kunnen sturen. „De eerste keer dat ik een ‘A minus’ haalde, het equivalent van een 9 of 8, heb ik veertig minuten zitten huilen.” Alleen tienen geven in Amerika toegang tot de beste universiteit. Mits je ook nog een indrukwekkend cv kunt overleggen waaruit blijkt hoe goed je de verplichte 500 tot 700 uur community service hebt volbracht bovenop je huiswerk en je sport, waarin je uiteraard ook uitblinkt. „En zelfs dát is allemaal geen garantie dat je wordt aangenomen.”

De Angelsaksische opvoedcultuur, zeggen zij, ziet kinderen zoals filosoof John Locke die beschouwde: als een tabula rasa. Een schone lei die de ouders zo snel mogelijk moeten invullen. Dus wordt er gepusht en opgejaagd, elk spoortje talent moet opgekweekt. Hothousing, noemt Hutchison het. „Je zet kinderen als planten in de serre om ze zo snel mogelijk tot volle bloei te laten komen.” Succes wordt niet afgemeten aan geluk, maar aan status en prestaties. „Scholen zijn examenfabrieken waar voortdurend wordt gemeten, getoetst en vergeleken. Wie is de beste van de klas en wie de slechtste? De competitie onderling is moordend.”

Nederlandse kinderen doen geen toelatingsexamen voor de peuterschool

Achter elk opgroeiend Angelsaksichkind staat, als je Acosta en Hutchison moet geloven, een rusteloze, hyperwaakzame, bange en twijfelende ouder. Helikopterouders die hun kind niet uit het oog verliezen. Hutchison: „Zelf naar huis fietsen zoals mijn dochter? Alleen thuis huiswerk maken na schooltijd zoals mijn zoon? Ondenkbaar.” Bij ons in Amerika, zegt Acosta, mógen kinderen niet eens alleen thuis zijn. Ook niet eventjes? „Als de buurman het ziet, kan hij de politie waarschuwen.” De dochter van Hutchisons stiefzusje – ze woont in een Brits stadje – mag op het schoolplein geen radslag en handstand meer doen. Te gevaarlijk. „Dat komt bovenop het verbod op elastieken, stuiterballen en touwtjespringen.”

Achter elk succesvol kind staat volgens Britten en Amerikanen ook een ouder die alle tijd, geld en aandacht investeert in het kind. „Door het beste van het beste te geven, bewijs je hoeveel je van je kind houdt.”

Californische mama-modus

Alleen in Nederlandse oren valt het op dat Hutchison en Acosta zelf ook niet helemaal vrij zijn van zo’n hyperbewust curated life als hun landgenoten nastreven. Tussen de regels door hoor je ze over het rekentalent of de hypersensitiviteit van een van hun kinderen. De baby van de een werd borstgevoed zonder een „druppel melkpoeder”, het andere kind poseert Pinterest-perfect voor de foto met een stroopwafel in een bakfiets. Acosta erkent haar „Californische, streberige mama-modus”, maar zegt dat ze er na dit boek klaar voor is Nederlandse te worden.

Ze vertellen over de uitwassen in hun landen van herkomst. De rugbyscrum van ouders om een plekje op de juiste ‘voorschool’ te bemachtigen. De „mompetition”, competitief moederschap over wie de lekkerste biologische kindersnacks maakt, wie de slimste baby heeft of de muzikaalste puber. Acosta: „Ik was stomverbaasd dat de peuterleidsters in Doorn aan het eind van de dag zeiden: ‘Brammetje heeft lekker gespeeld’. Spelen? Een half jaar lang kwam hij daar vier dagen per week, tweeëneenhalf uur per dag, en hij kon nog niet eens tot tien tellen. Wat deed hij daar al die tijd?”

Hutchison haalt de taximoeders in Londen aan, die hun kinderen dagelijks van sportclub naar muziekles brengen. „Kinderen zelf met de bus of metro laten reizen, is geen optie.” Hoe doen moeders met een baan dat? Ze lacht. „De kinderen van mijn vriendin worden gehaald en gebracht door Uber.”

De mores van een land bezien door buitenlandse moederogen heeft twee keer eerder succesvolle opvoedboeken opgeleverd. Een van een New Yorkse in Parijs, Pamela Druckerman met Franse kinderen gooien niet met eten. En een van een Chinese in San Francisco, Amy Chua met Strijdlied van de tijgermoeder. Acosta kijkt nu quasi-verontschuldigend. „Ik ben een tiger mommy failure.” Tegenover de gehoorzaamheid, discipline en ambitie die tijgermoeder Amy Chua haar kinderen oplegt, zet zij de Nederlandse aanpak: die van consensus en compromis. Opvoeden in plaats van dwingen, gezag in plaats van autoriteit. Ze ziet haar kinderen liever Nederlands spontaan, dan gehoorzaam.

Voor een Nederlander is hun lofzang natuurlijk fijn om te horen, maar zou er niet toch ergens een angel verstopt zitten? Die zit er zeker, en wel deze: gelukkige, relaxte kinderen hebben gelukkige, relaxte ouders. En waarom zijn Nederlandse ouders zo relaxed? Omdat ze, volgens Acosta en Hutchison niet zulke idioot hoge eisen aan zichzelf stellen en dus ook niet aan hun kinderen. Nederlanders, zeggen zij, omarmen de middelmaat. „Jullie zeggen toch: doe maar gewoon.” Als status en succes geen succesmeter zijn, dan is competitie en prestatie minder belangrijk. Hutchison werkte, net als ze in Engeland deed, bij een uitgeverij. „Ik kwam full speed uit Londen. Na een paar weken vroeg mijn Nederlandse baas of ik alsjeblieft wat minder hard wilde werken. Met mijn arbeidsethos ontmoedigde ik mijn collega’s.” Ze werkt nu freelance als literair vertaler en redacteur. Rina Mae Acosta is moleculair bioloog en gezondheidswetenschapper. Na een paar jaar in Nederland durft ze nu te zeggen dat ze ‘thuisblijfmoeder’ is en dat „heerlijk” vindt. In de vrije uren houdt ze een blog bij over haar leven als expat-moeder.

Middelmaat is een woord dat veel Nederlandse ouders ook niet zo graag meer horen. Onder de lofzang van Acosta en Hutchison op het Nederlandse model voel je een koude onderstroom. Die van bijlessen, huiswerkbegeleiding, plusklassen en selectie. Hutchison knikt. „De druk op kinderen neemt hier ook toe.” Acosta wijdt het aan de „love affair” die Nederlanders hebben met Amerika. „Uiteindelijk doen jullie precies hetzelfde als wij, alleen dan vijftien jaar later.” Daarom hebben ze hun boek in het Nederlands vertaald en uitgegeven, ook al is wat erin staat voor Nederlanders gesneden koek. „Zie het als een waarschuwing. We laten zien hoe goed jullie het hebben. In ons land zijn we dat kwijtgeraakt. Dat kan bij jullie ook gebeuren.”

    Michele Hutchison

  • Geboren 1972, Engeland
  • Burgerlijke staat getrouwd
  • Woont in Amsterdam
  • OpleidingUEA Norwich: Comparative Literature & French 1st class BA Hons; Université de Lyon III: Licence es lettres philosophie; Cambridge University European Literature.
  • Eerste baan melkboer
  • Vervoermiddel fiets
  • Sport yoga, fietsen, buiten zwemmen.
  • Boek „Boeken die ik vertaald heb: La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer, Roxy van Esther Gerritsen.”
  • Film Moonlight.
  • Muziek Spotify
  • Onmisbaar Mijn kinderen Ben en Ina

    Rina Mae Acosta

  • Geboren 1982, Filipijnen
  • Burgerlijke staat getrouwd
  • Woont in Driebergen
  • Opleiding B.S. Molecular Environmental Biology; University of California, Berkeley; M.S. Health Economics, Erasmus University, Rotterdam
  • Eerste baan research assistant
  • Vervoermiddel bakfiets
  • Sport HIIT
  • Boek Brown Bear, Brown Bear, Eric Carle
  • Film The Princess Bride.
  • Muziek Sara Bareilles, Adele, Beyoncé
  • Onmisbaar Mijn man, kinderen en vrienden
    • Rinskje Koelewijn